Auteur: Paul

  • Ik kocht een zak watten

    Je hebt het vaak al in huis. Maar je denkt niet gelijk aan watten als je gaat tekenen. Ik ga je laten zien dat het de moeite waard is om dat wel te doen.

    Wanneer teken je een achtergrond

    Niet elke portrettekening vraagt om een achtergrond. Ik gebruik ze zelf wel vaak omdat je met een achtergrond ook de sfeer in een tekening laat zien.

    Donker waarmee je een portrettekening iets mysterieus kunt meegeven. Of eentje met afwisselend licht en donker, een beetje dat zomers gevoel in jouw tekening brengen.

    Nog een voordeel is dat je met een mooie achtergrond ook meer nadruk op (een deel) van het portret zelf kunt leggen.

    Op de vorige afbeeldingen zie je dat de eerste prima zonder achtergrond kan maar de tweede niet. Het gezicht komt beter uit en ook  lopen de haren naadloos over in de donkere achtergrond.

    Een kleine kanttekening: deze achtergrond maakte ik op een nogal arbeidsintensieve manier: eerst een laag houtskool en daaroverheen mengen met 4B potlood.  Ik verzeker je, dan ben je wel even bezig. Dus op naar de watten.

    Wat heb je nodig?

    Het eerste spreekt voor zich. Plus: grafietpoeder. Dat kun je gewoon kopen. Of maken.

    Hoe slijp jij jouw potloden? Pff… o.k, wat een vraag, met een puntenslijper dacht ik?!  Hmm, dat kan ja maar….wat dacht je van schuurpapier. Plus opvangbak? Watte??  Ja, dat ook maar eerst grafietpoeder verzamelen.

    Ik slijp potloden namelijk met mes en schuurpapier als je op de foto ziet. Het grafiet wat normaal verloren gaat in jouw puntenslijper vang je zo op. Zonde om weg te gooien.

    En dan het vervolg: de achtergrond maken:

    Grafietpoeder op het papier strooien. Hoe meer, hoe donkerder op een plek. Watje deppen in het grafiet en gaan.

    Als je klaar bent kun je nog verder doezelen met een (A) make up kwast. Natuurlijk kun je ook de hele achtergrond met een kwast maken echter daar zit een maar aan….je krijgt met een kwast geen donkere delen voor elkaar.

    Met watten kun je door de druk te veranderen hier en daar donkere plekken toevoegen. Een kwast is eigenlijk meer voor de afwerking.

    Het voordeel van deze methode: het kan niet mislukken. Het is een van de weinige onderdelen van een portret waarbij je bijna ongestraft net zolang kan rommelen tot je het helemaal perfect vind. Bijna….

    Gum en doezelen met watten gaan niet altijd goed samen. Hangt af van wat voor papier wat het uiteindelijke effect zal zijn.

    Maar wanneer je over een plek uitgebreid gumt loop je de kans op onverwachte strepen of donkere delen in de achtergrond.  En meestal precies waarvan jij denkt: ‘Moet dat nou?’ Met dik papier heb je daar minder problemen mee, bijvoorbeeld 360 grams acryl dan met dunner, 160 grams papier.

    Variatie en compositie

    Naast grafietpoeder kun je ook een houtskool laag gebruiken. Wel eerst met houtskool beginnen. Andersom, eerst grafiet werkt niet. Afhankelijk van het papier krijg je een meer korrelig effect wat je hieronder ziet.

    Dat lukt ook weer beter op dik papier, 360 grams acryl bijvoorbeeld. De lichte delen in de achtergrond tekende ik met gum.

    Huid tekenen met watten

    De tekening hieronder en dan het deel van de nek deed ik met watten.

    Het nadeel is dat je niet echt heel precies kunt werken en de controle over wat je doet minder is. De kans op vlekken, te donker of te licht op plekken die je niet wilt is groot.

    Met gum kun je dan wel weer wat doen maar echt geweldig vind ik het nog niet. Een ander punt is dat realistisch huid tekenen echter lijkt als je ook het wit van het papier laat meespelen. En met watten doezelen en zeker met tissue smeer je het gauw al helemaal dicht.

    Een belangrijk verschil vond ik wel dat je met watten veel lichter kan doezelen dan met tissue. Met watten heb je ook minder last van onverwachte strepen op plekken die je niet wilt.

    De achtergrond op deze tekening maakte ik ook met watten maar dan met houtskool poeder.

    Op een rijtje de voordelen van watten:

    • Het is licht waardoor je de gradaties, de verschillende grijstinten makkelijker kunt variëren dan met tissue.
    • Voor achtergronden met grote oppervlakken is het ideaal en inderdaad, kost veel minder tijd dan zo’n vlak invullen met potlood streepjes.
    • Wil je meer naar donker grijs? Met watten kun je ongestraft best hard op jouw papier drukken. Waar je met tissue eerder het risico loopt om het papier oppervlak te beschadigen.

    Het vraagt wel wat oefening maar dat is met leren tekenen hoe dan ook altijd zo. Maar al die speciale dingetjes maken jouw portretten nog mooier.

    Veel succes met tekenen vandaag en groeten uit Helmond,

  • Schaduwen levensecht tekenen

    Hoe teken je levensechte schaduwen in je tekeningen?

    Schaduwen teken je in lagen. Bijvoorbeeld: eerst een laag B potlood , dan een laag 2B potlood en voor de donkerste schaduwen de volgende laag 4B potlood. Alle over elkaar heen.

    Tekenen in lagen heeft als voordeel dat je als eerste makkelijker donkere schaduwen kunt tekenen en als tweede dat je de overgangen van licht naar donker gelijkmatiger krijgt. Waardoor je tekeningen realistischer zijn.

    In het kort teken je schaduwen voor een portrettekening door:

    • te tekenen in lagen,
    • de donkerste schaduwen op de voorgrond te tekenen,
    • de lichtste op de achtergrond,

    waardoor je diepte (perspectief) krijgt in je tekeningen.

    In dit artikel: hoe schaduwen in (portret) tekeningen zorgen voor diepte en gelijkenis

    Waarom schaduwen zorgen of een portret lijkt of niet

    Hoewel dit portret herkenbaar is, dus gelijkend, kloppen er toch een paar dingen niet. Maar dat zie je het snelst als je de foto er naast legt. Deze maakte ik in 2012 en maakte dat ik op zoek ging wat schaduwen nu precies doen met de gelijkenis van een portrettekening.

    Verschil tussen foto en tekening in de schaduwen

    Ik dacht eerst ook: ‘Ik zie toch wat ik zie?’ Blijkt dus een tegenvaller. In veel gevallen zie je helemaal niet wat je ziet. En mocht je niet overtuigd zijn dan heb ik hier een heel eenvoudig voorbeeld: Welke tafel is het langst?

    Je ziet niet altijd wat je denkt te zien

    Schaduwen, toonwaarden, staan nooit op zichzelf. Elke schaduw die je tekent heeft weer invloed op de schaduwen die eromheen staan.

    Daarom is het ook makkelijker om een tekening op te bouwen in lagen. Want op het moment dat jij iets donkerder maakt wordt het vlak ernaast lichter.  Wil je dat iets heel licht lijkt? Dan teken je er heel donker omheen.

    De foto hierna laat dit zien: je ziet hoe groot het verschil is terwijl het toch precies hetzelfde stukje schaduw is.

    Uiteindelijk bepalen de schaduwen in een portrettekening de gelijkenis

    Van het portret waarvan je eerder de foto zag, maakte ik 2 versies, die je hier naast elkaar ziet. Je ziet gelijk welke wel goed is en welke niet. (Het gekke is, degene die wel goed lukte maakte ik het eerst. (Meestal is het andersom.)

    Created with GIMP

    Soms zijn kleine ‘afwijkingen’ al genoeg om gelijkenis te vernielen. Een probleem is dit: schaduwen hebben geen randen. En dat is jammer want dat is nou precies wat je nodig hebt wanneer je aan een portrettekening begint. Wat ga je dan tekenen? Hoe pak je dan die exacte lijn waarmee je de gelijkenis hebt? 

    Even laten zien wat ik bedoel:

    Een voorbeeld waarin eigenlijk de randen van de lip (1) zijn getekend en niet exact de schaduwen

    Als je ziet is de ‘deuk’ in de lippen sterker getekend dan je op de foto ziet. Wat ook geldt voor de schaduwen die onder de lip zitten. Daarmee verander je het karakter van de tekening en zorg je er zo onbewust voor dat degene ouder lijkt dan hij of zij is.

    Hoeveel schaduwen ga je tekenen?

    Dit is een lastige. Op een foto staan er meestal veel meer dan echt nodig. Hoeveel schaduwen, toonwaarden, ga je dan tekenen? Toen ik daarover nadacht herinnerde ik mij een oud boek van Andrew Loomis: Creative illustration. Hij benoemde 4 toonwaarde plannen. Ik maakte verschillende experimenten daarmee waaronder deze:

    Deze tekening maakte ik met plan 4 in mijn hoofd. Wanneer ik al mijn portretten bekijk, achteraf, gebruik ik heel vaak deze. De letters geven de schaduwtoon aan.

    Het voordeel is dat je zo voorkomt dat het een warboel wordt. Je dwingt jezelf eerst te kijken naar welke schaduwen echt de basis van het gezicht vormen. En dus ook bepalen, uiteindelijk, of een portret wel of niet lijkt. Ik houd van meer donkere achtergronden waardoor de gezichten mooi uitkomen. Vandaar dat ik vaak nummer 4 pak.

    Dat zie je bij deze schets hieronder, er zijn maar weinig schaduwen getekend maar ze zijn wel allemaal functioneel.  Wanneer je kijkt naar de lijn die het gezicht maakt, het voorhoofd tot aan de neus: zie je dan een echte lijn?

    Nee, de oorspronkelijke lijn is weg. Het is nu een overgang tussen licht en donker waarbij de echte lijn niet meer bestaat.

    Dat maak je door de achtergrond  net niet te tekenen tot de aansluiting van de lijn die het gezicht maakt.

    En dan doezelen. Op die manier haal je de randen uit de schaduwen en maak je dat ze in elkaar overlopen.

    Bij de volgende 3 afbeeldingen gebeurd dat bij de onderkaak. Ik maakte eerst een lichte opzet, met 3B potlood en daarna nog een laag met 6B. Vervolgens doezelde ik het geheel zodat het mooi in elkaar overloopt met een plakje gum.

    Je werkt dan in de omgekeerde volgorde: ik teken de schaduwen bewust donkerder dan ze zijn zodat ik ze daarna naar de juiste toonwaarde kan afwerken.

    Het voordeel is dat je op deze manier prachtige, net echt, overgangen van licht naar donker doezelt, met gum dan. Gum neemt namelijk niet alleen grafiet weg maar sleept ook steeds wat grafiet mee. Wat dan mooi de lichte laag aanvult. Als je van donker naar licht doezelt maar dat is sowieso handiger. (Donker bevat meer grafiet om te doezelen dan lichte tinten natuurlijk)

    Een experiment hieronder:

    Je ziet dat de schaduwen vlekkerig zijn maar dat komt omdat ik tissue op glad papier gebruikte. Een betere verdeling van het grafiet op glad papier krijg je met watten.

    Hoe krijg je het idee van diepte in een platte tekening?

    Je tekent diepte door de schaduwen die op de voorgrond staan donkerder te tekenen dan de schaduwen die meer op de achtergrond staan. Dat heet: atmosferisch perspectief.

    • 1 Alles wat licht is lijkt verder weg. Net als in het echt. Voor scherp, achter vaag.
    • 2 Er ontstaat een bol of een kubus met schaduw

    Wanneer je schaduw in een platte cirkel tekent ontstaat gelijk het idee van diepte.

    Zo werkt het ook bij gezichten.

    Daarom is het belangrijk dat je schaduwen in een gezicht als het ware laat meelopen met de vorm van het gezicht.

    Conclusie over schaduwen tekenen

    • dat je niet altijd ziet wat je denkt te zien.
      Dit vang je op door tekenen in lagen en door over het hele gezicht te werken. Eerst de grote vlakken en dan de details.
    • Dat je niet zomaar lukraak losse haren voor een gezicht kunt tekenen. Door ze ondoorzichtig te tekenen kun je daarmee de gelijkenis veranderen of zelfs vernielen.
    • Een foto bevat teveel schaduwtonen. Wat een tekening al gauw rommelig maakt als je ze allemaal gaat tekenen. Kun je voorkomen door 1 niet teveel potloden te gebruiken ( ik pak er 3 hardheden plus houtskool en door eerst alweer de grote vlakken te tekenen zodat je een basis hebt.)
    • Schaduwen hebben geen lijnen en die kun je laten verdwijnen door ze te doezelen wat jouw tekening veel realistischer maakt.
    • En soms maak ik schaduwen bewust donkerder zodat ik ze later met gum kan afstemmen op de juiste toonwaarde.
    • Schaduwen doezelen is soms ook een gedoe omdat je gauw vlekken krijgt. Bijvoorbeeld als je bij de aanzet te hard drukt, of je doezelt over een stukje waar je net met gum overheen bent geweest.

    Als laatste telt ook wat voor papier je pakt. Lawaaibomen papier of Strathmore is echt een wereld van verschil.

  • Doezelaars

    DOEZELAARS: WAT ZIJN HET EN HOE JE ZE GEBRUIKT

    Een doezelaar is een hulpmiddel van opgerold papier waarmee je toonwaarden getekend met potlood vervaagt. Omdat de toonwaarden minder scherp lijken lijkt een tekening dan realistisch.

    Door te doezelen krijg je bijvoorbeeld dat realistische foto effect van huid op je tekeningen.

    Wat je op de afbeelding ziet. Hier gebruikte ik een doezelaar, watten en Tombowgum.

    Hoe ziet een doezelaar er uit?

    Een doezelaar is opgerold papier. Met een tekenpunt.

    Doordat je de punt van het papier als je ware doopt in het grafiet ( door het over je getekende laag heen te halen) krijg je dat die getekende laag vervaagt.

    Wat doet een doezelaar

    Een doezelaar verspreid het grafiet van je potlood uit over het papier. In tegenstelling tot gum: dat neemt het pigment van het papier weg. (Met plakjes gum kun je ook fantastisch vervagen maar dat is een andere techniek)

    Het oog op deze afbeelding zou je nooit zo kunnen teken met potlood alleen. Bij de pijlen zie je de nadruk nog eens van het wit van het papier. Hierna zie je nog een het verschil: voor en na het doezelen.

    HOE GEBRUIK JE EEN DOEZELAAR

    Met een doezelaar maak je de scherpe lijnen die ontstaan tussen de getekende lagen vager. Shading in het Engels. Door te vervagen lijkt zo’n getekende laag eerder op realistische huid.

    Ik gebruik een doezelaar verder net als een potlood. Druk je er hard op dan wordt de laag die je doezelt donkerder en natuurlijk lichter als je niet hard drukt. Maar het mooiste is als je laag voor laag tekent.

    Dus eerst een potlood laag, dan doezelen en dan de volgende potlood laag eroverheen. Zorg ervoor dat je niet hard drukt terwijl je doezelt. Als je dat doet zie je steeds de aanzet.

    Waarom grafietpotlood en doezelaars combineren

    Grafietpotloden en houtskool hebben het voordeel dat ze vlekken.   Die eigenschap maakt dat je er geweldige effecten mee kunt tekenen die je met enkel potloden nooit voor elkaar krijgt.

    Misschien probeerde je ook al eens met je vingers. Of met een wattenstaafje. Beiden werken wel maar niet geweldig. Met je vingers heeft als nadeel dat je lastiger kunt gummen op die plekken en een wattenstaafje doezelt zo weinig dat het lijkt of er maar weinig veranderd.

    Wanneer gebruik je een doezelaar?

    Wanneer je met een doezelaar over de getekende potlood laag gaat lijkt al heel snel op huid. Zonder al teveel moeite.

    Je krijgt in de overgangen zo dat vervagende, dat het naadloos in elkaar overloopt.

    Wat de toonwaarden ( de schaduwen) op een gezicht die foto like look geeft.

    Waar hangt het resultaat vanaf

    Doezelen doe je door met de doezelaar over de getekende laag te gaan. Het eerste waar je op onderuit gaat in het begin is dat je te hard drukt. Je tekent de mooiste portrettekeningen in lagen. Dat betekent dat je elke laag doezelt. Of je die foto like look krijgt hangt af van deze 4:

    Moet je dan altijd een doezelaar gebruiken?

    Nee.  Het hangt af van: A) wat voor papier – Op heel glad papier verspreid het minder makkelijk. Waardoor je eerder de strepen van jouw potlood blijft zien. B) Hoe groot je tekent –  een achtergrond met een doezelaar invullen….dan kun je het best tissue nemen. Een doezelaar heeft maar een kleine punt, dus dat schiet niet op als je bijvoorbeeld op 50×70 cm tekent.

    Dit is een tekening van 3 januari 2014, een mooi voorbeeld van één van mijn eerste pogingen met doezelen. Hier had ik met potlood de schaduwen nog te dik getekend en ook niet in lagen opgebouwd

    Maar ondanks die 2 fouten is het effect toch al goed te zien. Doezelen maakt de potlood laag zachter waardoor het het eerder als net echt uitziet.

    Hoe hard je drukt met de doezelaar

    Vergelijk deze 2 oefeningen maar met elkaar:

    Hoe harder je drukt hoe meer je de boel dicht smeert (A) en dan gaat een andere voorwaarde voor realisme verloren: het wit van het papier. Op de andere zie je het grote verschil, hoe het wit van het papier nog steeds door de grafietlaag heen komt.

    Bovendien ontstond er nog een ander probleem als je bij A) ziet. Die donkere plekken.

    De richting van waaruit je doezelt

    Die donkere plekken zijn de aanzet. Het punt waar je begin met doezelen. Wanneer er nog teveel grafiet aan de doezelaar of tissue zit krijg je bij de eerste aanzet, het punt waar je begint, al gauw een iets donkerder plek. De oplossing is dat je of aanwent om enkel van donker naar licht te doezelen.

    Papier ’tanden’

    En voor alles wat je doet geldt dat je niet hard op jouw papier drukt. Ook omdat je daarmee de structuur, de ’tanden’ van het papier vernielt. Wanneer je papier onder een microscoop legt zie je dat het oppervlak niet glad is. Ik gebruik Strathmore 400 of 360 grams acrylpapier.

    Gebruik een tussenstap van het donkerste naar het lichtste

    Doezelen wil ook niet zeggen dat je als vanzelf van donker naar licht gaat. Makkelijker is om er een tussenstap in te zetten. Op het voorbeeld  zie je bij 1) houtskool waarnaast ik bij 2) met 4b potlood een lichtere tint tekende. Pas daarna doezelde ik de lagen zodat ze allen in elkaar overliepen.

    Een punt is nog hoe je de lagen aanbrengt die je gaat doezelen. Ik geef de voorkeur aan kleine cirkels, meer cirkelvormige beweging zodat er altijd wit van het papier over blijft. En dat maakt het al snel levensecht.

    Hoe maak je een doezelaar schoon?

    In mijn geval: niet. Wat ik wel doe is hem voor het gebruik even over een stuk papier halen. Dan zie je vanzelf hoeveel er nog aan zit en of dat wel of niet veel invloed zal hebben.

    Hoe slijp je een doezelaar?

    Ook niet, het is opgerold papier. Als ze zodanig op zijn, wat ovrigens, bij mij dan zeker 3 jaar duurt, gooi ik ze weg en koop nieuwe.

    De punten slijten zo weinig. Ik druk vrijwel niet op de doezelaar als ik ze gebruikt, ik gebruik vaak de zijkant van de punt en als ik een klein detail wil doezelen pak ik de dunste maat die ik heb.

    Conclusie

    Doezelen kent wel een paar valkuilen:

    • je kunt teveel doezelen waardoor je alles dicht smeert
    • onverwachte vlekken op plekken die je niet wilt
    • de verkeerde soort doezelaar voor wat je wilt, soms kun je beter een kwast gebruiken om te doezelen
    experiment met doezelen, je ziet het gezicht veel te vlekkerig. Door te hard drukken op de doezelaar
    doezelen kun je ook met andere materialen als gum waar ik hier mee experimenteerde. Schreef daar een heel artikel over: snijd je gum in plakken

    Maar als je tekent in lagen met potloden waarbij je iedere laag doezelt krijg je die foto like look uiteindelijk voor elkaar. Belangrijk is dat je niet hard drukt op je doezelaar. Vaak is het al genoeg door alleen het gewicht van de doezelaar op je papier te laten rusten. Dan krijg je het effect dat ontstaat doordat a) de schaduwen naadloos in elkaar overlopen en b) het wit van het papier er nog steeds doorheen schemert.

  • Het geheim achter een realistisch portret is

    dat je niet alles tekent wat je ziet maar de illusie wekt dat je dat wel deed.

    Bij realistisch portret tekenen is het niet nodig om alles te tekenen wat je ziet. Het is zelfs veel beter om dat helemaal niet te doen. En nee, helaas, het maakt portrettekenen niet makkelijker. Eerder moeilijker. Omdat je voor de keuze staat: wat wel en wat niet?

    Waarom dan niet alles tekenen?

    Het klinkt logisch. Zoveel mogelijk tekenen. Dan lijkt het toch steeds meer? Super realistisch wordt het met al die details. Maar heb je al eens geprobeerd al haren te tekenen? Of alle wimpers? Ja, logisch, he,he. Dat gaat natuurlijk niet.

    O.k., daar zijn we het over eens. Maar alle schaduwen in een gezicht? Alle toonwaarden die je op jouw voorbeeld ook ziet? En wat als ik je vertel dat ogen realistischer lijken als je het wit, de reflectie, groter maakt dan op jouw voorbeeld?

    Omdat we een tekening nu eenmaal anders bekijken, of beter interpreteren, dan een foto. Een foto met 3 toonwaarden zien we als nep. Maar bij een tekening is dat weer niet zo. Dat kan zelfs een realistisch portret opleveren.

    Dit realistisch portret is getekend met houtskool gemengd met potlood en bewerkt met gum techniek. In dit portret zitten 4 toonwaarden als experiment met toonwaarde plannen.

    Hoe kijk je dan naar een tekening?

    Onze hersenen zijn geprogrammeerd om dat wat je niet gelijk ziet zelf erbij te plaatsen. Uit wat jij weet door bijvoorbeeld herinneringen. Als jij de ogen herkent van iemand dan heb je als vanzelf, onbewust en in millimilli seconden, het beeld van het gezicht voor je. Dat werkt op dezelfde manier als met woorden.

    Die laatste is natuurlijk kat…..

    Maar dat is op een meer bewust niveau. Met beeld gaat dat onbewust. Omdat je dan meer ruimte hebt om dat wat ontbreekt in te vullen. En vooral ook omdat wij visueel ingesteld zijn. Je kent het wel: een plaatje zegt meer dan 1000 woorden.

    En die ruimte, of keuze eigenlijk, maakt dat je nog iets anders doet:

    Interpreteren

    Interpreteren van iets is voor iedereen uniek. ( er zijn wel algemene overeenkomsten en die heten dan archetypen. Hoewel je kijkt met ogen maken hersenen het beeld af.

    Dat unieke werkt net als dit: misschien ken je nog wel die proef met één zin. Persoon één begon met een simpele zin en vertelde hem aan de ander. Honderd personen later was de originele zin compleet weggevaagd. Zo is het met beeld ook (onbewust en razendsnel.) Dat wat je niet herinnert vul je automatisch aan.

    Kijken is interpreteren

    Iedereen interpreteert. Hoe je interpreteert hangt af en wat je allemaal deed en hebt ervaren. Dat zie je terug in kindertekeningen maar ook bij kunstenaars, denk maar aan wereldberoemde voorbeelden als Vincent van Gogh, David Hockney, Bacon, nou ja de lijst is natuurlijk eindeloos. .

    Hoe zij dachten, en deden, hun ervaringen, al dat maakte de manier waarop zij hun schilderijen en tekeningen maakten.

    Nog een realistisch portret maar dan met een verhaal, fantasie, maar laat ook ruimte voor interpretatie

    Realisme is niet gewoon alles kopiëren

    Vaak wordt realistisch portret tekenen verward met zoveel mogelijk tekenen van wat je ziet. Realistisch tekenen is niets meer dan een illusie op een plat vlak vertaald door onze ogen in 3D beeld. En de kwaliteit van die vertaling wordt gestuurd door de portrettekening zelf, dus de persoon die hem maakte.

    welke van de 2 is de foto?

    Dat sturen heeft niet alleen met beeld te maken. Als je nu de afbeelding zo ziet van de ogen zie wel dat het lastig is om te zien welke de foto is en welke de tekening. Maar door de manier van presenteren weet je het eerder.

    Maar ik heb het getest met de afbeelding van de tekening links te plaatsen en de foto dus rechts. En dan op de foto ook het bovenste deel wit gemaakt. Toen werd de de uitkomst opeens anders. Gewoonweg omdat we vertrouwd zijn met van links naar rechts kijken en lezen. En dat is waar je met realistisch portret tekenen gebruik van maakt: illusie.

    Met tekenen gebruik je ook van dit soort voorkeuren. Bijvoorbeeld hoe we iets op een afstand zien. Als je elk haartje wat je ziet in een gezicht gaat tekenen heb je niet alleen een klus maar het resultaat is ook nog eens minder echt. Wat je ziet bij oogwimpers.

    Kleine details kunnen het wel echter maken, als je bij uitvergroting van hetzelfde oog ziet. Wat vooral helpt is het wit van het papier. (de lichte plekken om het oog). Deze bij de pijlen zijn gemaakt met een  makkelijke methode: met 4H potlood.

    Je maakt als het ware groeven in jouw papier en gaat daar overheen met potlood. In de groeven komt geen grafiet en dat blijft dus wit.

    Een ander voorbeeld zijn haren in het zonlicht, die teken je ook niet allemaal

    Wat je ziet aan de rechterkant. (links is nog niet klaar) De haren die je ziet tegen de donkere achtergrond zijn getekend met een stukje gum waar ik een punt aan maakte met een mesje. En je kunt het ook heel mooi doen met een Tombow mono zero gumpotlood.

    Conclusie

    Het geheim achter een realistisch portret is de illusie van ‘echt’ opwekken bij de kijker. En ook al lijkt het logisch dat je dan alles tekent wat je ziet, het is juist precies tegenover gesteld. Het lijkt eerder net echt als je niet alles tekent.

    Vergelijk het met een heel dik boek waar een scriptschrijver 1 film van moet maken. Hij of zij neemt dan alleen die details, die gebeurtenissen die bepalen hoe het verhaal verloopt.

    Details laat je eruit

    Details, als bijvoorbeeld een wandeling naar huis, ik noem maar wat, die laat je er dan uit.

    Een mooi voorbeeld bij het tekenen van portretten zijn haren. Je tekent haren niet als losse haartjes maar als vlakken waarbij je enkel losse haren toevoegt. En die enkele losse maken dan de illusie van Net Echt.

  • Hoe teken je snel de juiste verhoudingen?

    De juiste verhoudingen vinden als je gaat portret tekenen

    Je tekent de juiste verhoudingen makkelijker als je eerst een rechthoek tekent en dan in de rechthoek het gezicht. De lijnen van de rechthoek zijn dan de hulplijnen.

    Je hebt hulplijnen nodig als je al die krommingen in de lijnen van een gezicht wilt tekenen. Wil je dat ineens zo uit de losse pols, dan lukt het niet.

    Dat is net als je een cirkel wilt tekenen zo uit de losse hand. Dat gaat niet makkelijk. Maar teken eerst een vierkant en daarna in het vierkant een cirkel. En ja, dat gaat al veel makkelijker.

    In dit artikel laat ik je 2 manieren zien waarmee je de juiste verhoudingen van een gezicht tekent:

    • Manier 1: Vereenvoudigen
    • Manier 2: Meten in stukjes

    In dit artikel:

    • hoe je makkelijker de verhoudingen tekent (1) met hulplijnen – met voorbeeld tekening
    • en (2) schaduwen – plus voorbeeld foto en tekening
    • met verhoudingen alleen ben je er nog niet
    • Conclusie
    • 4 punten

    Manier 1 : de globale omtrek

    Heb je weleens een cirkel uit de losse pols getekend? Knap lastig. Maar teken je nu eerst een vierkant en daarin de cirkel. Dat gaat het al veel beter. Als je in dat vierkant ook nog een kruis zet krijg je hem nog preciezer.

    Met hulplijnen wordt het makkelijker, zeker als je pas begint. Je krijgt eerder de lijnen van het gezicht op de juiste plek.

    Bij de pijlen had ik al aangegeven op deze schets waar de schaduwlijnen tussen de ogen en vanaf de neus lopen.

    Nu zie je hier dat ik het kruis in het midden op de lijn die de ogen vormen heb afgestemd.

    Dat is voorkeur omdat ik zelf altijd met de ogen begin.

    Maar je kunt dat kruis op allerlei manieren plaatsen en mocht je het handig vinden natuurlijk ook nog lijnen toevoegen.

    Als je het zo verdeelt is het makkelijker. Het zelfde idee als met die cirkel.

    Manier 2 : schaduwen

    Je trekt een rechte lijn over je papier al naar gelang de houding van het hoofd en daarop begin je met de ogen. Uiteindelijk bouw je het hele gezicht op vanuit de schaduwvlakjes waarmee het gezicht is opgebouwd.

    Het voordeel is: ogen zijn ten opzichte van het geheel klein. Kleine delen teken je eerder gelijkend dan wanneer je focust op het grote geheel in het begin. Van daaruit bouw je het net als een puzzel op met hulp van de schaduw vlakken die je op de huid tegenkomt.

    De schaduwen op een gezicht kun je ook als referentie gebruiken om in te schatten hoe groot de afstand is tussen 2 delen.

    Bij de pijlen zie je de schaduwvlakken die je gebruikt om de afstand tussen de ogen te bepalen. Overigens, wist je wellicht al, de afstand tussen de ogen in een gezicht is 1 oog. Dat zijn van die dingen die je leert in veel tekencursussen maar je hebt er niet veel aan. Omdat er ook nog zoiets is als perspectief.

    Als het hoofd draait verandert het perspectief. Dus op een plat vlak wordt dan de afstand tussen de ogen juist minder.

    Voorbeeld van de schaduwvlakken

    Als je de ogen hebt kun je doorgaan met de rest. Ik maakte een voorbeeld afbeelding met alle schaduwvlakken erin zodat je een idee hebt hoe je dat zelf kunt doen.

    Hier zijn alle schaduwlijnen op het gezicht als voorbeeld nog een keer getekend.

    Op de originele foto vond ik 8 schaduwplekken die je gebruikt als referentie. Goed, wellicht een beetje verwarrend zo met al die pijlen maar dan heb je nu wel een goed idee van hoe je het kunt doen.

    Op de afbeelding hierna zie je hoe dat eruit zag op de foto met de nummers bij de pijlen.

    Als je schaduwen gebruikt verklein je de afstanden die je op het oog meet. Daarmee schat je nauwkeuriger in dan wanneer je bijvoorbeeld in 1x de breedte van een gezicht wil inschatten

    Maar met de verhoudingen ben je er nog niet

    Ze zeggen: meten is weten maar dat geldt enkel voor de wetenschap vrees ik. In de kunst spelen ook andere dingen een rol. Probeer het volgende: trek een foto over en teken vanaf die lijnentekening de schaduwen in het portret.

    Je zou denken dat je zo altijd goed zit en het portret ook echt lijkt. Als je dan vervolgens de schaduwen erin tekent ga je zien dat het nog niet zomaar lijkt.

    Conclusie

    Samengevat  als antwoord op: hoe begin je een portrettekening: je start met de ogen en door het gezicht als het ware te verdelen en vele licht en schaduw vlakken bouw je het op. Die verdeling in kleine vlakken maken dat je eerder de juiste verhoudingen goed tekent. Waardoor de gelijkenis in een portret ook op papier komt.

    Of je zet het hele gezicht op met rechte lijnen. Als het ware hulplijnen waarnaast je makkelijker de rondingen van het gezicht kunt tekenen.

    Nog 4 dingen die ik uit ervaring weet (omdat ik ze gebruikte tijdens de workshops die ik gaf)

    1. Neem een zo groot mogelijk vel papier, je trekt de haren uit je hoofd als je portret uiteindelijk er net niet helemaal op kan….na al je werk……..
    2. Bereid je voor op mislukkingen en vooral op …….kritiek. Over geen enkel ander soort schilderij is zoveel te zeggen dan over een gezicht. Lijkt het wel of niet? Heb ik daar echt een pukkel, mijn lippen lijken wel bol en noem maar op. Kritiek kan je wel helpen, zelfs van mensen die er geen verstand van hebben.
    3. Vereenvoudigen en onthouden kun je ook oefenen, ik noem het liever experimenteren, met tekenen.
    4. Teken 1 op 1. Neem een foto die net zo groot is als je tekent. Nog makkelijker: teken van een scherm af: stel je in op de afmeting die jij wilt. Het voordeel van 1 op 1 tekenen is dat je zo niet met 2 dingen tegelijk bezig bent: 1) de verhoudingen goed krijgen en 2) verkleinen of vergroten om het geheel passend te maken op jouw papier.

    Veel succes vandaag met tekenen en groeten uit Helmond,

  • Haren tekenen in stappen

    Hoe teken je haren met potlood.

    Je tekent eerst een verdeling in vlakken met de toonwaarden van de haren. Anders teken je te teveel losse haren en dan lijkt het niet meer realistisch.

    Hoe minder losse haren je tekent hoe beter. Losse haren teken je alleen als details die het net echt laten lijken.

    In het kort:

    • Verdeel de haren van het portret op je tekenpapier is 3 tot 4 toonwaarden. Kies voor deze vlakken houtskool, 4b of een b potlood al naar gelang de toonwaarden
    • Maak met gum de lichtvlekken in het haar voor het glanzende effect.
    • Teken de losse haren, de details die het realistisch laten lijken.

    In dit artikel: hoe je potlood, houtskool en gum gebruikt als je haren gaat tekenen:

    • Haren zien als vlakken
    • Enkele details in plaats van vele
    • Aansluiting op de hoofdhuid
    • Gum met houtskool en grafietpotlood

    Haren tekenen in vlakken

    Eerst de vlakken en dan pas de haren. Maar dat leek me in het begin zo onlogisch. Maar als je er over nadenkt klopt het wel. Het is als met een zwerm muggen. Van een afstandje lijkt heen soort zwevende zwarte bol maar dicht bij kun je er bij wijze van zo doorheen lopen en zie je maar enkele muggen.

    Nou, zo is het met haren eigenlijk ook. Je tekent ze van een afstandje. En mensen bekijken een tekening ook van een afstandje. Dat is wat je dan ook tekent. Niet de losse afzonderlijke haartjes maar een grijs of zwart vlak.

    Hoewel haren opgebouwd zijn uit losse haartjes is het ondoenlijk ze allemaal tekenen. Tenzij je portretten tekent van een vierkante meter en meer. Een portrettekening is zeker geen kopie van dat wat je ziet op je foto. Maar een illusie waar je niet alles tekent maar wel dat het lijkt of je alles tekende.

    Hoe verdeel je haren in vlakken

    Op de afbeelding hier zie je wat ik bedoel. Het haar bestaat in grote lijnen uit een aantal grijstinten. De toonwaarden.

    o.k op de afbeelding, het ziet er een beetje raar uit maar dan heb je een idee hoe je het kunt bekijken.

    Om volume en diepte aan te geven is dat wat je in eerste instantie tekent. Met in je achterhoofd de tekenvolgorde, die je hierna leest. Aangevuld met 2 technieken: 4H potlood en gum.

    Haar tekenen in 3 stappen

    Als voorbeeld deze portrettekening. Er zijn voor deze haren maar 3 toonwaarden gebruikt. 1) is houtskool, de donkerste, 2) is 6b potlood, de middelste toonwaarde en 3 is niets, gewoon het wit van het papier.

    Nu lijkt 3 , het wit van het papier veel te licht. Dat geeft niet omdat ik het bewerk met gum. Wat je op de volgende afbeelding ziet.

    Bij deze fase zijn de haren nu bewerkt met gum, wat je linksonder ziet. Het wit is verdwenen en de toonwaarde sluit nu aan bij de rest van de haren

    Bij de uitvergroting zie je precies hoe dat eruit ziet. Het houtskool en het grafiet is zo uitgeveegd tot de lichte toonwaarde voor het haar ontstond. Iets naar boven, bij de knot, zie je de lichtste plekken die het wit van het papier zijn.

    Voorkom dat je de haren op de huid plakt

    Dan speelt nog een belangrijke rol hoe het haar aansluit op de hoofdhuid. Zonder dat lijkt het of het haar geplakt zit op het hoofd. Als je met een doezelaar heel licht over de haren gaat en dan voorzichtig beweegt in de richting van de huid krijg je die prachtige zachte overgang. Op de afbeelding hieronder zie je hoe dat eruit ziet

    Rechts zijn enkele haren, je ziet het hier natuurlijk uitvergroot, getekend en daarna iets vervaagd met gum zodat ze mooi aansluiten op de rest van de tekening.

    Je kunt onmogelijk alle haren tekenen maar je ziet dat je met enkele details al prima de illusie van echt kunt bereiken. Hierna worden de dunne lijntjes nog licht vervaagd met gum en de uiteinden getekend met 4 H potlood. Zodat ze vlijmscherp en heel dun worden.

    Bovenaan is de opbouw op dezelfde manier gemaakt als je in de eerste afbeelding zag met één verschil: hier is de stap met de 4H lijntjes al getekend.

    In de lichtste toonwaarden zijn nu met 4h potlood vlijmscherpe lijntjes getekend waardoor de illusie van veel haartjes ontstaat die op het hoofd aansluiten.

    Samengevat ga je haren tekenen in 3 stappen:

    1. je tekent met de donkerste waarden met houtskool
    2. teken de middelste toonwaarde op met zacht potlood
    3. en werkt af met gum.

    Om je een idee te geven hoe eenvoudig de basis is laat ik je de stappen nog eens zien met een kort voorbeeld:

    Vervagen met gum. Eigenlijk smeer je het grafiet en houtskool door elkaar waardoor er een soort ‘soft’ effect ontstaat
    • 1: de globale lijnen in de richting van waar de haren lopen
    • 2: De donkere delen met alleen houtskool
    • 3: Houtskool gemengd met grafietpotlood meestal een 4B of een 6B
    • 4: met gum erover heen waardoor de beiden vlakken in elkaar overlopen.
    De gum is gesneden in plakjes omdat ze zo flexibel zijn waardoor je makkelijker over het papier kunt smeren. dat zie je bij 5. Bij 6 nog een paar lichte accenten en je hebt de basis. Deze techniek is ook gebruikt bij de portrettekening met nummer 7.
    Hier zijn niet alleen de haren met gum gemaakt maar ook de achtergrond. Getekend op 50 x 70cm  360 grams papier van Schut

    Houtskool kun je ook gebruiken voor de schaduwtinten in een gezicht. Het is gebaseerd op het feit dat houtskool en grafiet enorm vlekken wat dus nu een voordeel is.

    En vooral, niet te harde gum nemen. Dat heeft weer als voordeel dat je de gum in elke vorm die je maar wilt kunt snijden. Driehoekvormen voor bijvoorbeeld dunne lijnen of juist plakjes gum waarmee je als het ware verft op het papier zodat je op een groter oppervlak kunt werken.

    Heel veel succes met haren tekenen,