Auteur: Paul

  • Het geheim van shading

    Hoe teken je schaduwen die niet abrupt maar geleidelijk in elkaar overlopen?

    Van licht naar donker gaat in de natuur geleidelijk. Dat betekent dat in de overgang van zwart naar wit een tussengebied zit van grijs. Dat grijs zorgt voor de geleidelijke overgang wat tekeningen een realistische indruk geeft.

    Dat doe je door de getekende vlakken niet in te kleuren (met grafietpotlood in dit geval) tot aan de randen. Als je nu gaat doezelen met een doezelaar of tissue doe je dat het best van het donkere vlak naar het lichtere.

    Omdat je zo steeds wat grafiet van het donkere vlak mee sleept naar het lichtere en zo dan een geleidelijke, super realistische overgang van licht naar donker tekent.

    Nou, makkelijk toch? Maar als met alles, als het makkelijk was kon iedereen het wel, nee, er zijn nog wel een paar puntjes:

    Realistische schaduwen tekenen voor gezichten met potlood

    Waar let je op als je de overgangen maakt

    A dat je tekent in lagen en B als je het grijze deel, tussen het lichte en donkere vlak maakt, je vervaagt vanaf het donkere deel. Op die manier, van donker naar licht, sleept waar je mee vervaagt (doezelaar of tissue) automatisch wat grafiet van de donkere laag mee. En heb je zo de overgang naar het lichte deel te pakken.

    Bij 1) zie je het tussengebied, is eigenlijk de onderste laag van de schaduw waar 2) bovenop ligt. Bij 3) zie je dat ik van de schaduw overgang maakte van wat ik aan grafiet mee sleepte vanaf het donkere deel (2)

    A) het tekenen in lagen

    Wil je de meest subtiele overgangen van licht naar donker, dat betekent meer gradaties van grijs in het overgangsgebied, dan is het handiger (en ook mooier) als je tekent in lagen. Op die manier kun je de overgang ook beter sturen.

    De eerste laag in dit geval met houtskool potlood
    Bij 1) zie je de houtskool gemend met 4B potlood, bij 2) het wit van het papier en bij 3) het donkere deel waar vanaf de rest van de toonwaarden zijn gemaakt

    Als je hele donkere toonwaarden hebt, als bij deze voorbeelden kun je de onderste laag ook met houtskool beginnen. Houtskool heeft nog een voordeel, het vlek nogal. En dat maakt het ook makkelijker doezelen waarmee je dus prachtige overgangen van licht naar donker kunt tekenen.

    Uitvergroting van het oor

    dan heb je een idee hoe je de verschillende lagen gebruikt

    • 1) Donkere lijn is houtskool gemengd met 2B potlood
    • 2) is heel licht 2B en gedoezeld
    • 3) is ook 2 B maar gedoezeld met gum
    • 4) is 4B over de 2b laag heen
    • 5) Is houtskool gemend met 6B
    • 6) is het wit van het papier

    B) Vervagen doe je vanaf het donkere deel

    Voor vervagen heb je een ondergrond nodig die de toonwaarde maakt van de getekende schaduw. Het donkere deel, de overgang en als je niet op het wit zit van het papier, het lichte deel

    Door vanaf het donkerste deel te vervagen, of beter doezelen, sleep je meer van het grafiet mee naar het lichtere deel waardoor je haast als vanzelf zo’n prachtige overgang maakt.

    Op de afbeelding hieronder experimenteerde ik door gewoon een hele donkere lijn naast een lichtere lijn met potlood te tekenen. Daarna ging ik er 1x overheen met een stuk tissue en jawel, je ziet het, gelijk een overgang van donker naar licht.

    De rafelig rand niet gedoezeld
    Wel gedoezeld je ziet het verloop van licht naar donker

    Wat kan er fout gaan

    Je kunt ook gaan vegen, grof geschut, een beetje net alsof je de bezem pakt. Nou ja, wat overdreven wellicht maar de bedoeling, als vaak met tekenen, is gevoel.

    Niet hard drukken. Bij tekenen kun je beter iets een paar keer doen tot je er bent, tot je tevreden bent met de toonwaarde dan ineens vol gas.

    Met vegen kun je door grafiet poeder op het papier te strooien en dan uitvegen met tissue of een kwast ook toonwaarden tekenen.

    Houtskool vlekt het meest, grafietpotlood veel minder. Door die 2 te mengen kun je zo invloed hebben op de mate waarmee je de omliggende toonwaarden wilt doezelen.

    1) houtskool vlek het meest, 2) houtskool en grafietpotlood al weer minder en bij 3) grafietpotlood vlekt het minst. (hangt wel af van de gradatie, B4 vlekt beter dan een H potlood)

    Welk materiaal

    • Tissue, ik gebruik toiletpapier of gewone papieren zakdoekjes.
    • Doezelaars, eigenlijk staafjes geperst papier. Is niet zo geschikt voor hele grote oppervlakken maar je hebt wat nauwkeuriger bereik, wat bijvoorbeeld handig is bij de ogen tekenen. En je kunt prachtige effecten krijgen wanneer je de zijkant van de doezelaar gebruikt.
    • Gum, gaat het best als je ze in plakjes snijd want dan sleep je makkelijker steeds wat grafiet mee. Daarmee maak je hele bijzondere effecten waarvan dit voorbeeld, de staart van de vogel. Als je met gum over een grafiet laag gaat blijft er grafiet aan de gum zitten. De hoeveel grafiet, hoe hard je drukt en hoe dik je plakje is, bepalen het effect op papier.
    • Kwasten, vooral make-up kwasten omdat deze zacht zijn, in de schaduwen te doezelen. Je kunt er ook niet heel hard mee drukken waarmee je voorkomt dat je te snel te donker gaat. Te donker wil je ten alle tijden voorkomen want een donkere laag weghalen is echt een berenklus. Als je niet uitkijkt blijf je het altijd zien.

    Wat zijn de verschillen in effecten

    Tissue is handig voor grotere oppervlakken als bijvoorbeeld een achtergrond. Met een
    doezelaar lijken potlood strepen al gauw net huidtinten en met gum ben je meer aan het smeren en verven met grafiet. Dat kan hele mooie effecten geven vooral bij de donkere toonwaarden wat je terugziet als je gaat haren tekenen.

    Je moet ook veel kracht zetten om het uit te smeren in tegenstelling tot bij een kwast. met een kwast ben je dan ook het best af voor lichte lichte tinten. Al moet je wel opletten dat je het niet zo van het papier afpoetst want je drukt het niet echt in het papier zoals met potlood en gum.

    Conclusie

    Vervagen doe je het best vanaf het donkere deel. Omdat je vanuit het donkere deel meer grafiet meesleept dan wanneer je vanuit het lichte deel begint. Dat grafiet wat je meesleept, omdat het aan je tissue of gum blijft plakken, heb je nodig voor de laag die de overgang vormt tussen licht en donker.

    Hier zie je het begin, 1 laag zwart, eigenlijk houtskool en een laag 4b erover, en de grijze laag. die de overgang naar het lichtste deel gaat worden
    En zo ziet dat er dan na het doezelen uit. Voor deze gebruikte ik een tissue en voor de iets donkere delen tegen het zwarte aan een doezelaar. (kun je harder drukken, wordt het ook donkerder)

    Ook is het beter om in lagen te tekenen. De effecten worden dan meer ‘soft’ wat er dan weer natuurlijker uitziet.

    In het kort teken je dan zo’n overgang in drie delen. Het donkere deel, het overgangsdeel en het lichtste deel.

    Als je die hebt doezel je de boel als het ware aan elkaar met een tissue, doezelaar of het kan zelfs met watten.

    Om dat goed te laten zien hieronder nog 4 afbeeldingen waarin je ziet hoe je een donkere laag met houtskool geleidelijk laat overlopen naar de lichte toonwaarde. Bijvoorbeeld, als je op de laatste afbeelding ziet vanaf het haar naar de zijkant van een gezicht.

    Houtskool is grof, wil je beter kunnen doezelen dan zet je er een laag 4B potlood overheen
    De lichte laag er naast getekend, je laat hem net niet helemaal aansluiten op de laag met houtskool
    Nu ga je nog een keer met een 4B potlood over de houtskool laag heen, maar je duwt hem als het ware tegen de lichte toonwaarde aan. Niet echt hard drukken.
    Nu pak je een doezelaar en je gaat over die smalle laag heen waardoor, wat je bij de pijl ziet, de overgang ontstaat
  • Hoe maak je een schets

    Hoe maak je een schets

    Stel dat je de woonkamer gaat veranderen, nieuw design, mooie nieuwe spullen, want ja, je mag jezelf ook wel een keer verwennen toch, nou dat begint ook met een hoop gerommel.

    Verschuiven, weghalen van spullen, nog eens verschuiven, behang eraf, kast weg, behangtafel erbij, weer verschuiven want dat behang moet erop, even uitpuffen bak koffie, meer rommel op de grond en zo nog veel meer.

    Schetsen is:

    Kijken, vergelijken en schuiven

    En dat is schetsen, het is een proces dat niet altijd gelijk logisch is, of waar de lijnen gelijk op precies de goede plek staan. Wil je echt leren tekenen dan is dit waarin jezelf kun onderdompelen, die ‘verbouwing’ van de woonkamer maar dan de kamer in je hoofd.

    Verander de benadering

    Begin met weten dat de eerste lijnen niet gelijk op de juiste plek hoeven. Dat is niet erg want wat ik je ga laten zien is dat je vanaf die verkeerde lijnen toch toch een mooi portret maakt.

    Waar het echt om gaat is dat je gaat tekenen, tekenen wat je ziet.

    Hulpmiddelen helpen, als je kunt tekenen

    Rasters, scaledividers, en wat al niet meer, methoden Loomis, methode x, noem maar op.

    Het veel gedoe en omslachtig. En gaan voorbij aan het feit dat elk gezicht echt uniek is. Je hebt alleen echt wat aan tekenen wat je ziet.

    Je ziet hier nog wat van de verkeerde lijnen, bijv. bij de ogen
    Wat is nu de eerste streep die je dan zet voor een schets?

    Mijn favoriet: start bij de ogen met de streep waarop de ogen komen.

    Kijken doe je met je ogen, vergelijken in je hoofd en schuiven doe je met de lijnen op papier.

    Dat is schetsen.

    Ga tekenen wat je ziet

    Als je denkt dat hoe je lijnen tekent niet zo belangrijk is kun je deze test doen: ben je rechtshandig? Schrijf dan je naam met rechts op een stuk papier.

    Als tweede schrijf je dan met links je naam nog een keer daaronder. Nou, stel dat je een brief krijgt ondertekent met de je naam met rechts geschreven en de andere brief ondertekend met links geschreven.

    Welke geschreven naam zou je meer vertrouwen geven? Dat antwoord vertelt iets over de kracht van lijnen.

    Ben je links dan doe je dit natuurlijk omgekeerd.

    Dan de voorbeeld video: daar zie je hoe begint bij de ogen en zo uitbouwt door steeds te vergelijken en schuiven met lijnen.

    Het gaat in een schets niet gelijk om de teken kwaliteit. Als je een schets als fundament zet hem dan gewoon over met een lightpad op het goede tekenpapier. Dat scheelt gummen.

    En soms, dat kan beter bij dikker papier als 360 grams acryl, teken ik gelijk op goed papier, onderaan bij de afbeeldingen, maar dan wel met een B potlood zodat je later niks meer van die lijnen ziet.

    Check de video zodat je een idee hebt. In Net Echt laat ik je zien dat ik steeds maar 1 lijn als referentie gebruik en daarmee de verhoudingen teken.

    De video

    Ik laat je ook zien wat er mis kan gaan.

    Anders als bij andere cursussen ga je zien welke vergissingen je snel maakt en vrijwel zonder dat je het gelijk door hebt.

    Daarmee leer je veel sneller want ja, zo zijn wij als het ware geprogrammeerd, fouten blijven nu eenmaal beter hangen.

    Dan als laatste de 2 schetsen naast elkaar

    Je ziet wellicht de fouten bij deze, al kijk je er makkelijk overheen

    Check het gezicht nog een keer

    Maar als zou je geen vergelijk hebben dan is het echt lastig, nou er is er nog eentje, kijk of je hem kunt vinden. Ook bij deze, je kijkt er zo overheen

  • Tombow Mono Zero

    Het Tombow wonder

    Toen ik super realistisch wilde leren tekenen viel het me op dat bij veel van de fotorealistische tekeningen er juist zo echt uitzagen door die kleine licht reflecties. Huid glinstert soms in de zon, maar ook de ogen en lippen. Dat wit, ja overal omheen tekenen, nee, dat zou wat zijn zeg.

    Maar toen kende ik het Tombow wonder niet

    De Tombow Mono Zero. Gum in pen

    De Tombow mono zero is een wonder gum in een staafje van 2,3 mm. Dat is alles. Maar daar maak je de meest fantastische en ook realistische effecten mee in een getekende grafiet laag. Waar ik de Tombow voor gebruik:

    • het tekenen van super kleine details, als planten in de achtergrond
    • reflectie lichten (high lights) in de ogen of op de huid
    • losse haren in de zon
    • doezelen van lijnen

    Om je te laten zien dat goed en slim materiaal HET verschil maakt tussen amateur en pro heb ik hier in dit artikel 4 dingen waar de Tombow mono zero onmisbaar voor is.

    • Het tekenen van kleine details
    • Reflectie lichten in verschillende toonwaarden
    • Losse haren in de zon
    • Doezelen van lijnen.

    Tekenen van kleine details

    Tekenen is natuurlijk een groot woord met gum. Het is meer dippen van grafiet. Of smeren als je met een gum over je papier veegt. Maar het is juist dat wat voor die kleine realistische details zorgt. Waardoor huid levensecht lijkt.

    Huid, zeker in de zon, glimt, die reflectie, die kun je bijna niet tekenen. Omdat het details zijn die meestal inimini zijn. Er omheen met je potlood gaat niet werken. En brok gum ook niet. Maar de Tombow mono zero, helemaal perfect.

    Toonwaarden met de mono zero

    Ja, nog een stap verder, je kunt ook de mate van licht beïnvloeden, de toonwaarde van de reflectie. Door eenvoudig hard of minder hard te drukken. Het is wel zo dat er grafiet aan het gum blijft kleven. Maar ook dat zie ik als een voordeel omdat je er zo ook mee kunt doezelen.

    Door de gum eerst over een getekend vlak grijs te halen geeft het gum zelf, een lichtere toonwaarde waardoor je ook weer hele kleine verlopen van donker naar licht kunt tekenen

    Zon zon en nog eens zon

    Dat komt het mooiste uit als je een donkere achtergrond hebt. Misschien weet je al iets van toonwaarden maar dan nog maar een keer: iets lijkt lichter als je er een donkere toonwaarde omheen zet.

    Nou, dat is met deze haren het geval. Ik tekende ze met een schoongemaakte Tombo mono zero.
    Let er wel op dat je niet overdrijft. Eigenlijk is het beter zeker de helft minder te tekenen dan dat je ziet.

    In de cirkels zie je wat voor effecten je maakt met de Tombow.

    Doezelen van lijnen.

    Ook dat gaat, door eenvoudig de gum heel licht over een lijn te halen. Hoe harder je drukt hoe minder zichtbaar de lijn en dat kan van pas komen als je net de lijnen van 2 schaduwvlakken tekende omdat je de juiste verhoudingen er mee zocht.

    Dan kan het in de lichte gedeelten toch een storende lijn zijn omdat je hem blijft zien. Kan met deze gum opgelost worden.

    De gum effecten bij de cirkels. Voor al die kleine licht plekken is de Tombow onmisbaar.

    Conclusie

    O.k., het lijkt wel een verkoop praatje dit artikel maar dat zou nergens over gaan want het dingetje kost maar een paar euro inclusief de navullingen dan. Maar het is wel ongelofelijk handig.

    Het is geen gum potlood. Die heb ik ook maar was daar niet zo weg van. Gum potlood, deze die ik heb, zijn hard. O.k handig om meer witte details voor elkaar te krijgen maar moeizaam om er een punt aan te krijgen laat staan ze te slijpen.

    Een punt om over na te denken is wel: als je ergens met grafiet (potlood of poeder) overheen bent geweest wordt dat deel op je papier nooit meer echt wit. ook niet met gum. Zeker bij ogen is dat iets om rekening mee te houden en kun je beter om die punten, die echt wit moeten blijven, daar omheen tekenen.

    En de eind conclusie, goed materiaal is alles.

  • Wat maakt fotorealisme?

    Hoe teken je fotorealistisch?

    Je zou denken: ‘ Hoe groter het formaat, hoe meer realistisch.’ Hoe meer kans dat het net een foto lijkt.

    Logisch. Hoe groter je tekent, hoe meer je kwijt kunt. Maar, hoewel formaat een punt is, ga ik dat toch tackelen. Licht, belichting, is wat een tekening levensecht maakt. En dat licht is in dit geval het wit van het papier.

    Ik ga ik je 3 verschillen laten zien tussen ‘gewoon’ tekenen en fotorealisme.

    Kort overzicht van de onderwerpen:

    • Punt 1 Hoe je een tekening bekijkt
    • Punt 2 Materiaal
    • Punt 3 Dat waar fotorealisme mee valt of staat
    Mooi voorbeeld van schaduwen tekenen. Hier ben ik net begonnen, rechtsonder, met de haren

    Hoe je een tekening bekijkt

    Meestal ben je vooral bezig met het eindresultaat. En dat is voor alle tekeningen die je maakt een onnodige berg. Het eindresultaat komt pas nadat je vele kleine stukjes resultaat voor elkaar hebt. Al dan niet met de nodige problemen die je oploste.

    Nou, met fotorealisme heb je dat in de overtreffende trap. Je kunt, zeker als je op een groot formaat gaat tekenen, niet meer het geheel tegelijk overzien of er aan werken.

    Dat zie je ook vaak op YouTube, hoe fotorealisten uren op een klein vlakje aan details kunnen werken.

    Hier was ik bezig met de huid en maakte er gelijk de video’s van voor Net Echt Compleet. Ik tekende op Strathmore papier van de rol, 1 meter breed

    Waar begin je dan mee?

    Met de ogen. En dan gelijk zoveel mogelijk uitwerken. Zo krijg je dan ook een goed idee waar de rest van de schaduwen naar toe moeten ( de toonwaarden) en nog een voordeel: zijn de ogen niet goed, gaat er tenminste niet uren werk in de prullenbak.

    Hoe teken je de verhoudingen op grotere formaten?

    Ja, dat is een puntje natuurlijk. Groot betekent dan ook weer: onoverzichtelijk. Krijg de verhoudingen maar eens goed op een vierkante meter papier.

    Omdat je nu 2 dingen tegelijk gaat doen: 1) je zoekt naar de gelijkenis in het gezicht en 2) ga je die ook nog eens vergroten.

    Omdat ik er niks voor voel om uitgebreid met gum tekeer te gaan op mooi tekenpapier maak ik schetsen op vellen papier van 50 x 70 cm. Net zolang tot het goed is. (Ik weet ook dat ik gaandeweg nog wel wat puntjes zal aanpassen. Dus voor mij hoeft zo’n allereerste schets ook niet perfect te zijn.) Kijk, en mocht de schets niet ineens lukken, maakt nu niet uit. Goedkoop papier dus ik kan gummen tot ik een ons weeg.

    Voorbeeld van de schets bij 1 zie je dat ik ook de schaduwen aangeef met lijnen.

    En dan, de lightpad.

    Leg dat onder de schets, tekenpapier er boven en je bent er. Je kunt ook aan de slag met een raster maar als je dat op een groot formaat doet vraagt dat wel om nauwkeurigheid. Als je veel vakjes hebt kom je bij even niet opletten al makkelijk in de verkeerde rij terecht. Ben je uren aan het tekenen om te ontdekken dat de mond te laag zit, of de neus teveel naar rechts.

    Ik schrijf uit ervaring….. vandaar voor mij alleen schetsen.

    Materiaal

    Wat dacht je van kwasten, watten en tissue. Ja, allemaal ‘hulpjes’ die je vaak al in huis hebt en die ieder hun eigen effecten hebben op het papier.

    Je gaat jezelf verbazen met de effecten die je maakt met deze materialen

    O.k. soms lijkt het uitwrijven van grafiet een prachtige en snellere oplossing maar als met alles: makkelijk en snel zijn nu eenmaal geen vrienden van nauwkeurig en goed.

    Dat betekent: tekenen in lagen. Waar mee je die super realistische verlopen van licht naar donker krijgt. Net een foto. En dat is nou ook precies:

    Waar fotorealisme mee valt of staat

    Wat bij realistisch tekenen al zo is telt nog meer bij fotorealisme. Met gewone grafietpotloden is donkergrijs het best haalbare. Als je niet met je volle gewicht op je potlood gaat hangen dan. Maar ja, dat heeft weer als nadeel, niet alleen dat je potlood knakt als een luciferstokje maar vooral: je kunt niet in lagen tekenen en dat is nou juist wat fotorealisme maakt.

    Het antwoord waar fotorealisme mee valt of staat is dan ook hoe je kunt ‘vervagen.’ Nou ja, in het Engels klinkt het beter: ‘shading’ O.k. als je het vertaalt: ‘En wat ben jij aan het doen?’ ‘Nou, ik ben aan het verschaduwen…’ Zeg maar niks meer

    Waar ga je op letten als je gaat vervagen of doezelen

    • Het wit van het papier
    • contrast
    • patronen

    Wit van het papier

    Licht maakt leven ook op papier. Dat zie je vooral terug in reflecties als bij de ogen.
    Zie het verschil….

    Wanneer je fotorealistisch gaat tekenen is het belangrijk dat je weet hoe het wit van het papier een rol blijft spelen. Dat doe je door de opbouw van het portret te tekenen in lagen. Waarbij de technieken die je gebruikt ervoor zorgen dat het wit tot in de bovenste laag zichtbaar blijft.

    Contrast

    Met het wit van het papier maak je reflectie. Licht dus. En dat brengt ‘leven’ in je tekening. Hoe groter, hoe realistischer. Dat is ook verraderlijk, meer details kan ook meer chaos worden

    Ons oog is gevoeliger voor contrast dan voor kleur. Meer contrast is meer fotorealisme. Het tekenen van verlopen tussen licht en donker maakt of breekt of een tekening realistisch overkomt.

    Patronen

    Met patronen creëer illusie. En bespaart je veel werk, je maakt zo een tekening automatisch af. Onbewust. Als je huid goed bekijkt bestaat dat uit grijstinten en een hoop witte en lichte plekjes. Dat is het.

    Maar wanneer je die lichte plekken beter gaat bekijken zie je dat die niet altijd random verspreid zijn. Er zit een patroon in. Die meegaat met de vorm van de huid.

    Hoe ziet dat er dan uit in de praktijk?

    Dat kan ik je het best laat zien met dit voorbeeld:

    Bij 1) zie je het wit van het papier. 2) zie je de lichte plekken in de huid die volgens een patroon verlopen en bij 3) contrast. De pupil is gemaakt met houtskool en 4B En wel zo, natuurlijk omdat het oog donker is, dat je net, vaag, nog details ziet. Net als in het echt. Ook dit is getekend in lagen, wat je terugziet in de video’s van Net Echt Online.

    Conclusie

    Fotorealistisch tekenen begint met de keus van het materiaal. Het soort papier maar ook wat je aan kwasten en doezelmethoden kent. Formaat speelt wel een rol, want ja, hoe groter, hoe meer gedetailleerd je kunt tekenen. Maar voor een foto uitstraling op zich maakt het formaat niet echt uit. Wat je aan het voorbeeld hieronder ziet. Dit hoofd is amper 16 cm groot.

    Dan blijft nog over? Wie van de 3?

    Welke van deze is nu de tekening en welke de foto? Nou ja, eentje knalt er natuurlijk uit, die uit 2012, lijkt nog zelfs niet op een echt oog. Maar waar het om gaat: je ziet wat tekentechniek doet. Nummer 3 is de tekening.

    Succes met tekenen vandaag en groeten,

  • Tekenen met gum

    Tekenen met gum

    Gum vlekt. Als je niet uitkijkt op die plekken waar je van denkt: ‘Waarom nou!?’ ‘Maar elk nadeel heb z’n voordeel,’ zei een beroemd voetballer ooit en dat is met gum zeker zo. Vlekken is de manier om te verven met gum.

    Als je tenminste bereid bent je gum in plakjes te snijden. En o.k. zo nodig wat zwarte handen op te lopen. Tekenen met gum doe je door je gum in grafietpoeder te dopen en er dan mee over het tekenpapier te gaan.

    De 2 voorbeelden hierna maakte ik op die manier door te verven met gum.

    Wat is gum

    Dat kun je vinden op wikipedia. Wat er niet bij staat is dat er ook gum is wat minder of niet vlekt: vinylgum. Ik vond er eentje op 123inkt.

    Welke soorten gum zijn er

    Ik gebruik 2 soorten gum en de derde niet.

    • Kantoorboekhandel gum
    • Kneedgum (gebruik ik niet)
    • Elektrische gum

    Mijn gewone gum komt uit de kantoorboekhandel of Action. Niks bijzonders. Daarnaast heb ik een elektrisch gum omdat je daarmee hele fijne details kunt maken.

    Kneedgum gebruik ik niet, te onhandig, plakkerig neemt veel grafiet en houtskool op. Voor je het weet zit je met een grafietbal in je handen. Goed: een voordeel dan: het laat geen restjes gum achter die je later met een kwastje weg moet halen.

    Als je gaat werken met gum is een zacht kwastje handig. Waarmee je de resten wegveegt. Krijg je geen strepen die je niet wilt.

    Wat kun je met gewone gum

    Gummen.

    ‘En tekenen,’ zeg ik dan. ‘Oh?’

    Met tekenen kun je dan denken aan doezelen, lijnen of vlakken vervagen of hele dunne lijntjes maken met elektrisch gum.

    Tekenen is niet helemaal juist, het is meer verven met grafiet.  De effecten die je bereikt zijn niet haalbaar met grafietpotlood en/of houtskool potloden.

    Waar ik gum gebruikte. 1) de illusie van stof. 2) de staart van de vogel 3) de vleugel, het verloop tussen de vleugel en de lucht. 4) de bliksem. Met een puntig gesneden gum tekenen in de grafietlaag.

    Ik snijd gum of in plakken of vormen. Net waar ik ze voor gebruik.

    Met de plakken kun je doezelen en met de vormen maak je snel lijnen of effecten in een grafiet laag.

    Elektrische gum

    O.k, dit is een wondermiddel. Nee, ik overdrijf niet. Superhandig, je hebt ze voor ongeveer een tientje maar zeker één van de beste investeringen die ik deed.

    Een overzicht van de benodigdheden die ik gebruik bij het tekenen: (1) elektrische gum, (2) gumstift, (3) gewoon gum, (4) make up kwasten, (5) plakjes gum en houtskool blokken, (6) grafiet stift wateroplosbaar

    Met een elektrisch gum kun je makkelijk de druk op het papier te variëren. Net als met een potlood waardoor je steeds wisselende effecten en schaduwen maakt.

    Een ander voordeel is dat elektrisch gum minder invloed heeft op jouw papier. ( je hoeft minder hard te drukken op om te gummen) Waardoor het papier niet snel beschadigd.

    Ik gebruik het veel om lichte plekken te maken in de ogen of bijvoorbeeld om brede lijntjes smaller te maken.

    Met de gum stift kun je weer hele fijne lijntjes teken in een grafietlaag. Bijvoorbeeld als je haren tekent tegen een donkere achtergrond. Wat je ziet op deze afbeelding.

    Haren tekenen waar het licht opvalt kun je prachtig met gum maken. Wat je in feite tekent zijn lichte plekken waarmee je enkel het idee geeft van haren. Net echt laat je het worden door de nekele losse haren die je tekent

    Hoe kun je tekenen met gum?

    • Doezelen met gum
    • Effecten tekenen

    -Doezelen

    Dat lukt goed als je dikkere lagen grafiet gemengd met houtskool gebruikt. De portretten aan het begin van dit artikel zijn daar een voorbeeld van.

    Wat er gebeurd is: wanneer je met gum over de donkere laag gaat in de richting van de lichte potlood laag sleep je wat van het grafiet van het donkere deel mee. Dat zorgt ervoor dat de overgangen van licht naar donker geleidelijk gaan. Net als in het echt.

    Het gezicht van deze portrettekening maakte ik door eerst de laag met zacht potlood te tekenen. Daar waar nodig liet ik delen helemaal wit. vervolgens ging ik met een plakje gum over de grafietlaag heen. Waardoor je als het ware de lagen mengt met elkaar.

    Als je op de tekening aan het begin zag en hieronder ziet het er levensecht uit.

    Deze tekening doezelde ik ook helemaal met gum Het was een experiment met toonwaarde planning. De schaduwen in het gezicht zijn gemaakt met zacht potlood en gedoezeld met gum, en de haren plus de achtergrond met houtskool en zacht potlood. de effecten maakte ik daarna af met gum

    Op deze afbeelding zie je hoe ik eerst bij het oog de schaduw teken met een B potlood.

    Bij de tweede pijl hoe het eruit ziet nadat ik er overheen ging met een plakje gum

    Wat is dan het verschil tussen een doezelaar en doezelen met gum?

    Met een doezelaar verspreid je het grafiet op het papier. Belangrijk daarbij is dat je niet te hard drukt. Zeker als je schaduwen op de huid tekent. Dan smeer je alles zomaar dicht en wordt het dof/vlak.

    Met gum druk je meer het grafiet in het papier waarbij je tegelijk ook steeds een beetje weg schraapt. Daarmee kun je prachtig vervagen en het geeft ook een ander effect als met een gewone doezelaar. Je kunt er bijvoorbeeld fotorealistische haren mee tekenen

    Wat kun je beter niet doen met gum?

    Rommelen in een grafiet laag. Gum beschadigd papier.

    Op het voorbeeld zie je wat er gebeurd als je eerst ergens je gum hebt gebruikt en er dan een achtergrond overheen wilt zetten. Met grafietpoeder bijvoorbeeld. Ja, je ziet dan precies waar ik met gum tekeer ging.

    Gum tast ook papier aan waardoor het grafiet op het oppervlak zich anders hecht. dat krijg je niet meer goed en de tekening kan dus zo de prullenbak in.

    Dat zelfde gebeurd wanneer je in het begin van je tekening de lijnen van de schets gaat weghalen. Die gum strepen hebben invloed. Hoeveel hangt weer af met welk potlood er je later overheen gaat.

    Beter is om lijnen met een b potlood te tekenen. En lijnen die niet precies goed zijn? Gewoon te laten staan. Zie je aan het einde niks meer van.

    Effecten tekenen in de achtergronden

    De volgende afbeeldingen laten je zien wat je met gum bereikt in achtergronden. Voor het werken met gum als je de schaduwen donker wilt hebben, is het makkelijker als de lagen potlood en houtskool dik getekend zijn. Dus houtskool gebruiken en wat harder op jouw potlood drukken.

    Bij (1) is houtskool de ondergrond waar ik later met 4B (3) overheen ging. Bij (2) zie een grafietlaag met B potlood waar ik met gum de bomen in de achtergrond maakte. (4) is het blok waar ik eerst met potlood strepen de schaduwen in zette om ze daarna met gum te bewerken. Zodat de schaduwen mooi in elkaar overlopen.

    Hierna de complete tekening. De lucht deed ik met tissue alleen zonder grafietpoeder. Ik tekende eerst een aantal lagen met zacht potlood en doezelde ze daarna met de tissue. Het punt is dat ik teveel druk zette waardoor je eigenlijk steeds de aanzet ziet. (het moment waarop je drukt met de tissue op het papier)

    Daardoor krijg je naar mijn idee teveel ‘bolletjes’ in de lucht waardoor het er een beetje vreemd uitziet. Achteraf kon dat beter met watten maar dat wist ik toen nog niet.

    Conclusie

    Gum is een geweldige aanvulling op potloden. De effecten die je ermee bereikt zijn uniek voor gum. Het is geen vervanging al kun je uiteindelijk wel een heel portret er mee afwerken.

    Het werkt ook niet sneller (of langzamer) dan wanneer je enkel potlood gebruikt.

    De beste effecten krijg je door eerst een onderlaag te tekenen met grafiet potlood en/of houtskool. In de schaduwen die je wilt en dan wel iets donkerder dan het resultaat moet worden.

    Die laag kun je het best ‘dik’ tekenen, met andere woorden wat harder op jouw potlood drukken).Tenslotte veeg je uiteindelijk wat van die laag weg.

    Wat van mijn experimenten. Niet alles gaat gelijk goed. Ook dat is portret tekenen

    Net als met watten is het resultaat nooit echt 100 procent vooraf te controleren. Wel kun je vrij lang corrigeren tot je hebt wat je wilt. Dit is afhankelijk van de dikte van het papier waarop je tekent. Daarom pak ik wanneer ik veel gum wil gebruiken 360 grams acrylpapier.

    Zo zie je wat allemaal kan met zo iets simpels als een stukje gum. En grafiet natuurlijk. Grafiet en houtskool vlekken enorm. En juist dat nadeel is wanneer je gum gebruikt een voordeel.

    Veel succes met tekenen en groeten uit Helmond,

  • Alle begin is makkelijk

    nimble_asset_fotorealisme-met-grafiet-voor-net-echt-pagina
    Alle begin is makkelijk

    Met inspiratie van Snip en Snap

    Beginners hebben een voorkeur om het zichzelf zo lastig mogelijk te maken, ik ben een ervarings- deskundige op dat gebied.

    Dan zoek je oplossing op YouTube met zoveel mogelijk tips en trucs en meer en meer tot je een doos vol potloden hebt maar geen idee wat je nou precies moet doen.

    Verwarring zoals dat nippeltje en een boutje van Snip en Snap .

    Als Snip niet snapt wat Snap snapt, nou ja, de rest ik zou zeggen check YouTube.

    Humor uit de vorige eeuw. Dat wel. Maar wel goudeerlijk. Maar ook zij konden makkelijk dingen heel complex maken. Met tekst natuurlijk.

    Je zou denken dat wanneer je een portret gaat tekenen dat het juist niet zo moeilijk zal zijn, een foto een stuk papier, potloodje en gaan.

    Het zal je verbazen wellicht maar zo kan het wel.

    Ik zal je de Snip en Snap van het portrettekenen geven. In 3 vragen. Zozodat je nippeltjes ook echt op boutjes krijgt.

    Op welk papier ga je tekenen?

    Er is een groot verschil in resultaat tussen tekenpapier en goedkoop papier, als je kan halen bij Action

    Gebruik je al Houtskool?

    Er ontbreekt echt zwart in de schaduwen. Waardoor er geen diepte in de tekening komt. Zodat het niet realistisch lijkt

    Hoe teken je de juiste Verhoudingen?

    Je probeerde van alles zonder te concentreren op 1 vast ding

    Check het verschil

    Zonder houtskool krijg je nooit echt zwart en wat je ook doet, lijken je tekeningen sowieso al minder realistisch.

    in realisme

    Een ander verhaal: haren met houtskool, achtergrond die het gezicht laat uitkomen, realistische schaduwen.

    Vergeet papier van de Hema, Action of gewoon print papier…maakt het alleen onnodig moeilijk

    Welk papier

    Koop een schetsblok Strathmore 400 series 163 grams of Canson 160 grams recycled papier.

    Ik gebruik deze 2 en 360 grams acrylpapier 50 x 70 cm. Er is een groot verschil tussen doezelen op acrylpapier of Strathmore.

    Zo weet ik nu bijvoorbeeld dat houtskool beter doezelt, vervaagt, als je het mengt met grafietpotlood op acrylpapier. Maar echt geweldige realistische huidtinten maak je weer beter op Strathmore. Dat is gladder en leent zich meer voor doezelen met een doezelaar.

    Papier heeft structuur. En die structuur maakt hoe het grafiet zich gedraagt als je tekent. Begin je met goedkoop papier: dat is glad. Spekglad. Doezelen wordt een ramp zo. Kies daarom papier met meer structuur als je echt mooie schaduwen wilt tekenen.

    Koop deze:

    Strathmore series 400
    Canson 160 grams
    360 grams acryl van Schut of Van Beek Art

    Houtskool voor echt zwart

    Zonder houtskool krijg je nooit echt zwart en lijken tekeningen sowieso al minder realistisch.

    Met houtskool maak je diepe schaduwen, meer zwart waardoor je ook meer het 3D idee krijgt in je tekeningen. En dat lijkt weer net echt.

    Ik gebruik houtskool potloden van Derwent (dark) en Conté a Paris

    En dan de meest lastige

    De verhoudingen tekenen

    Het internet staat vol met tips over dit. Methoden hier en daar, op z’ n kop tekenen en sommige slepen er de hele anatomische gids erbij. Leuk, maar niks voor mij.
    Ik heb er geen geduld voor en oefenen, nee, zeker niet mijn ding.

    Waarom zou ik moeten weten dat de ogen op de helft zitten en als je dan 1/3 van iets neemt en je daar weer de helft van pakt heb je de lippen of zoiets. Want perspectief, waar we het hier over hebben, dat gooit al die verhoudingen door elkaar.

    Als je iemand tekent die naar beneden kijkt zal de neus, op papier, kun je nameten met een liniaal, dichter bij de mond staan dan wanneer je iemand tekent die je aan kijkt.

    Ik zou zeggen: neem een selfie, eentje recht vooruit en eentje met je hoofd voorovergebogen. Bekijk de 2 foto’s en je ziet het gelijk.

    Nou, weg verhoudingen, hallo perspectief. Waar het op aan komt is enkel: kijken. Snapt u.

    Concentreer op 2 dingen: schaduwen tekenen en rechte lijnen

    Tekenen is ook kijken, maar hoe?

    Kijken

    Want als je aan het begin bent van je tekening, welke lijnen pak je dan?

    Dat begint met dat je weet hoe je de vertaling maakt van een foto naar tekenpapier.

    kijk naar welke lijnen

    de randen van de schaduwen geven
    De lijnen van de schaduwen maken het frame van het gezicht in een tekening.

    Bovendien zijn de schaduwen kleinere oppervlakken dan het gezicht in zijn totaal. Kortom, van die kleinere oppervlakken kun je makkelijker de omvang inschatten.
     
    Als voorbeeld bij 1) de schaduwlijn

    En begin met rechte lijnen

    Rechte lijnen waarmee je gaat schetsen. Een schets is het geraamte, de fundering voor de rest.

    Wat hier niet klopt zie je aan het einde terug.

    Conclusie

    Dit zijn niet de echt lastige dingen waar natuurlijk het tekenen van verhoudingen er wel uit soringt. Dat is voor lastig omdat je, zeker als je pas begint, nog niet echt een idee hebt waar je op let.

    Dan is stap 1 dat je ontdekt hoe je gaat schetsen waarvan je verschillende handige voorbeelden ziet op de ze website.

    Nog iets wat ik veel zie is de foto waarvan mensen tekenen. Vaak zijn die leuke voorbeelden eigenlijk gewoon veel te klein. Piepkleine gezichtjes en denk eens in, in een normaal portret, zo 30×40 cm is een oog net 2 tot 3 cm en dan moet je nog vanaf zo’n foto al die details zien te vinden. Wat je niet ziet, kun je niet tekenen.

    Veel succes met tekenen vandaag!

  • Het mysterie van fotorealistisch tekenen

    Hoe ga je realistisch tekenen?

    Realistisch tekenen is eigenlijk het tekenen van licht. Want dat is waardoor iemand die naar jouw tekening kijkt de indruk krijgt dat het net echt lijkt. Het is voor jou als tekenaar of tekenares dan handig als je weet:

    • Het verschil tussen hoe mensen een tekening zien en een foto.
    • Hoe je op groot formaat eerder realistisch tekent
    • Hoe je door meer licht reflecties te tekenen dan er op het voorbeeld te zien is juist de indruk van echt vergroot.

    Een tekening zie je anders als een foto

    Kijk, een foto is een foto, dus echt. Echt omdat je ‘weet’ dat een foto echt is. En van een tekening of schilderij ‘weet’ je dat het niet echt is. O.k. in deze tijd met photoshop…maar je snapt wat ik bedoel.

    Om dat ‘net echt’ gevoel te krijgen van een tekening en zeker met een portrettekening, kun je niet klakkeloos de foto kopiëren.

    Zonder dat je weet hoe je effecten erin stopt die het juist zo realistisch laten lijken, zonder dat je iets weet van hoe ons brein die dingen ervaart.

    Als je wilt ervaren hoe dat werkt: pak een portretfoto en teken eerst alleen de neus. Maak er een foto van en zet hem op de computer. Teken dan vanaf diezelfde foto weer de neus maar nu met één van de ogen erbij. Links of rechts, dat maakt niet uit.

    Maak er weer een foto van en zet ze op de computer naast elkaar. Welke van de 2 ervaar je als ‘echter’?

    Het zijn tenslotte allebei stukjes papier met enkel grafiet en houtskool-lijnen erop.

    Hoe groter hoe beter

    Nou ja, dat is logisch! Groter, meer detail. Kun je dan niet fotorealistisch tekenen op een kleiner formaat? Het klinkt wellicht gek maar voor fotorealisme heb je niet alle details nodig. Het kan wel en het wekt nog meer bewondering op. Omdat je minutieus elk haartje perfect kopieerde.

    Maar…ik ga je iets geks laten zien:

    Deze tekening is zeker niet realistisch. Toch als je hem heel klein maakt ziet de tekening er veel realistischer uit. Dat komt omdat hersenen gewoonweg afmaken wat jij niet ziet. En dat afmaken gebeurd razendsnel, onbewust en met info uit vorige ervaringen met tekeningen.

    Dat is ook waarom je niet alles hoeft te tekenen, zeker als je op een kleiner formaat werkt, maar wel net kunt laten lijken of je dit wel deed.

    Het wit van het papier

    Waarmee je licht en reflectie ’tekent.’

    Licht is leven zelf op papier. Dat zie je vooral terug in de reflecties in de ogen als je tekent. Daarmee zien jouw portrettekeningen er realistischer uit.

    Portrettekeningen zijn meestal getekend in lagen. Het is de kunst ervoor te zorgen dat, waar geen schaduw is, het wit van het papier zichtbaar blijft tot in de laatste laag.

    En het allerbelangrijkste: voorkomen is beter dan genezen. Een deel waar eenmaal grafiet op gekomen is krijg je niet meer zomaar wit. Daarom geef ik van tevoren aan wat echt wit moet blijven.

    (Zon) licht geeft reflectie. Reflectie laten zien in schaduwen maakt jouw portrettekeningen realistisch

    Voor mij is fotorealistisch tekenen streven naar de meest perfecte kopie van een foto. Punt. Het is geen kunst, het vertelt ook niks over hoe jij iemand ziet en doet ook niks met gevoel. Het is is zuiver een technisch ambacht. Zelf gebruik ik het als de situatie, dat waar de tekening of het portret voor wordt gemaakt, daar om vraagt.

    Realistisch huid tekenen

    Realistisch huid tekenen is rekening houden met reflectie. Portretten bouw je op in lagen. Als je tenminste de illusie van diepte wilt. Dat betekent dat op de een of andere manier altijd het wit van het papier een rol blijft spelen.

    Dat doe je door de lagen, op de delen waar het licht opvalt, doorschijnend te maken. Een techniek die ik daarvoor gebruik is het tekenen van cirkeltjes.

    Dat is monniken werk, zeker als het om grote oppervlakken gaat maar het voordeel is dat je prachtige verlopen van licht naar donker maakt. Wat je tekeningen net echt laat lijken

    Haren in tegenlicht

    Wat dacht je van haren in tegenlicht? Niet alleen op de huid valt zonlicht. Als je goed kijkt, zeker bij haren, zie je dit: hoe meer zonlicht erop hoe minder toonwaarden in dat vlak. Ja, dat lijkt een voordeel want dan hoef je minder te tekenen.

    Wat je doet is eigenlijk de omgekeerde weg: je tekent niet alles wat je ziet maar juist net genoeg om het echt te laten lijken. Daarom teken ik bij haren waar de zon opvalt eerst enkel de omtrek en bepaal dan pas wat ik invul met licht grijze toonwaarden

    Rechts is klaar, links nog niet. Je ziet dat ik de haren bijna niet tekende maar meer lichtgrijze, ik noem het maar vlekken op de juiste plaatsen en natuurlijk de nodige losse haren. Met gum.

    Ogen komen tot leven

    Reflecties in ogen maken of breken realisme. Ik maak ze meestal net iets groter dan je ze op de referentie foto ziet. Omdat we een foto nu eenmaal anders bekijken dan een tekening als je al aan het begin las.

    Wat ik ontdekte is dat wanneer je meer licht in en rond de ogen tekent het eerder echt lijkt dan wanneer je je precies aan de foto houd. Dat heeft vooral te maken met het kleine oppervlak waarop je ogen tekent in een portret.

    Hoe en waar gebruik je het wit van het papier

    Je geeft al in de lijnentekening aan het begin aan wat wit moet blijven. Ook weer ruimer dan ze uiteindelijk moeten worden. Ik begin met experiment 1 uit 2014: een deel van een portret.

    Het doel was om echt realistische huid/schaduwen te tekenen waarbij het effect van licht niet verloren ging. Omdat deze tekening niet in lagen is opgebouwd kwam dat niet echt tot uiting. Of het slibt teveel dicht of/en de witte plekken zijn overheersend.

    Plus de rimpels lagen er te dik op, leken teveel op strepen. Rimpels zijn meer groeven, onregelmatig met een lichte en schaduwkant.

    Experiment nummer 2 begon ik ook met de ogen. Dat deed ik toen altijd maar dat was vooral omdat ik nog moeite had met de opbouw van het hele gezicht. En de verhoudingen vinden. Wanneer je dan de ogen als referentie hebt kun je van daaruit als het ware stukje voor stukje het gezicht opbouwen. Bij de pijlen ook hier plaatsen die wit moesten blijven.

    Cirkeltjes tekenen

    De schaduwen (huid) begon ik nu veel lichter. Met een stomp potlood maakte ik hele dunne cirkelvormige lagen. Daarmee blijft het wit van het papier een rol spelen, tot in de bovenste laag.

    Cirkeltjes tekenen is wel monniken werk maar het effect is meer wit, is meer licht, wat weer meer realistisch lijkt.
    Voor voldoende contrast begon ik met houtskool. Je ziet in de schets om de ogen heen de cirkeltjes voor de huid. De eerste laag
    Bij a) en b) houtskool. Omdat ik het mengde met grafietpotlood speelde ik met licht en donker door of harder op het houtskool potlood te drukken. Of minder. Omdat ik leerde dat huid het meest echt lijkt als je het met de juiste richting mee tekent d) deed ik dat met houtskool ook

    Bergen en dalen

    Een beetje overdreven. Maar een gezicht is niet plat. En juist met het wit van het papier laat je dat zien. Door te spelen met de intensiteit van dat licht.

    Dat kun je met fotografie, als je een portret uitlicht. Maar net zo makkelijk met een tekening. Voor de schaduwen op de huid betekent dat je die stuurt met de hoeveelheid lagen grafiet die je gebruikt. Meer lagen is donkerder dan minder. Waarbij je elke laag doezelt zodat je gelijkmatige overgangen tussen licht en donker krijgt.

    Bij alle lagen probeerde ik zoveel mogelijk het wit van het papier te laten doorschijnen.
    Uit 2013 een van de eerste waarbij ik tekenen in lagen gebruikte. Om realistisch verloop van licht naar donker te krijgen.
    2014
    2019

    Conclusie

    Fotorealistisch tekenen is op zich een vaag iets. Afhankelijk van opinie, trend en persoonlijke voorkeuren. En daarmee is het toch meer kunst dan je eerst zou denken omdat fotorealisme eigenlijk zegt: een kopie net als een foto.

    Toch kun je een aantal punten aanwijzen waarmee je meer (foto) realistisch gaat tekenen: licht tekenen (het wit van het papier) en shading (vervagen: de manier waarop je schaduwen in elkaar laat overlopen.) Door het tekenen van lagen.

    Een handige manier die ik vaak gebruikte is de eerste laag met houtskool. Waarmee ik dan als het ware uitwaaierde naar het deel waar de overgang lag als je bij 1) ziet. Wanneer je daar later met 4B potlood overgaat krijg je (bijna) vanzelf een geleidelijke overgang.

    Mijn ervaring met schaduwen is dat hoe minder je er tekent, hoe echter het lijkt. Daarbij gebruik ik ook graag de achtergrond als hulpmiddel waarmee je een portret meer de illusie van diepte geeft. Waardoor een portrettekening weer realistischer lijkt.

    Een deel van wat je bereikt hangt ook weer af van wat voor spullen je gebruikt. Kwasten bijvoorbeeld. Hier schreef ik over in: Wat maakt fotorealisme

    Veel succes met tekenen en groeten uit Helmond,

  • Ogen voor portrettekeningen

    Je hebt niks aan super realistische ogen voor een portret.

    Ogen in een portrettekening zijn niet even makkelijk. Alleen al omdat ze vaak zo klein zijn. Meet maar na op jouw eigen tekeningen, gemiddeld genomen 3 tot 4 cm lang en dan heb je het wel gehad.

    Logisch, groter betekent al snel een vierkante meter portrettekening. Je ziet het zo vaak op internet, super realistische ogen met potlood. Check dan even op welk formaat ze zijn getekend…….

    Super realistische ogen leren tekenen is leuk maar voor een portrettekening tijdverspilling.

    In dit artikel leer je realistisch ogen tekenen die je in een portret gebruikt. Wat toch een wereld van verschil is met de video’s op Youtube. De kernvraag is: ‘Hoe teken je op zo’n kleine ruimte ogen met alle details die je ziet?

    Een overzicht van de inhoud:

    • Niet alles tekenen
    • – Wit is realisme
    • – Ruimte voor eigen invulling
    • – Houd toonwaarden simpel
    • De uitstraling van ogen
    • – Wat je doet met schaduwen
    • – Lijnen gebogen of hoekig
    • – Conclusie

    Niet alles tekenen

    Het formaat dicteert wat je wel en niet tekent. Maar als de ruimte om te tekenen te klein is kun je iets wel suggereren. ‘Ehh? Het lijkt of het er wel is maar je tekent het niet?’ Precies!

    Neem de wenkbrauwen. Kun je elk haartje tekenen? Een meter bij een meter portret: ja. Maar je hebt een microscoop nodig als je op 30 x 40 cm tekent. En…dan lijkt het nog veel minder echt.

    Wat je doet is:

    je tekent de schaduwvlakken en hier en daar een losse haar. Die hier en daar maken juist dat het net echt lijkt.

    Kijk maar op een foto: zie je werkelijk elk haartje?

    Wit is realisme

    Het wit van het papier wordt meestal onderschat of slecht gebruikt. Terwijl het dé manier is om met minder tekenen ogen heel realistisch te laten lijken.

    je ziet dat ik al van tevoren aangeef wat wit moet blijven
    Kleine details maken het echt. zoals de randen met lichtreflecties om het oog.

    De reflecties in de ogen maken of breken realisme. Ik maak ze meestal net iets groter dan je ze op de referentie foto ziet. Omdat we een foto nu eenmaal anders bekijken dan een tekening. Het lijkt onlogisch maar de manier waarop we een foto bekijken, en die haast automatisch als echt ervaren, gaat niet op voor een tekening.

    Wat ik ook ontdekte is dat wanneer je meer licht in en rond de ogen tekent het eerder echt lijkt dan wanneer je precies de foto natekent. Natuurlijk heeft dat ook met stijl te maken. De manier waarop je tekent. Maar als mensen naar een portrettekening kijken zien ze als eerste (onbewust) de ogen.

    Als ik ogen teken zoek ik naar de gelijkenis, niet naar een exacte kopie. Zo krijgt degene die het portret bekijkt ruimte voor eigen invulling. Mensen ervaren meer contrast ook eerder als echt.

    Ruimte voor eigen invulling

    Wanneer 10 mensen een boom tekenen: krijg je dan 10 dezelfde bomen? Zo kun je dat ook met ogen tekenen. Die delen die je weglaat vullen mensen onbewust en automatisch aan.

    Omdat hoe een oog eruit moet zien vast geprogrammeerd staat in ieders geheugen. De globale overeenkomsten zijn voor ieder gelijk, maar de invulling van details zijn juist persoonlijk.

    Hoe dit werkt kun je testen door een oog te tekenen zonder de lichtreflecties. En een ander er naast te leggen met reflecties. Vraag dan welke ze het mooiste vinden.

    Houd toonwaarden simpel

    Ook in ogen zitten veel toonwaarden. Ga je ze allemaal tekenen krijg je een onnatuurlijke indruk. Ik zet ze om naar 3: Zwart, grijs en wit. Dat is het.

    Daar stem ik mijn materiaal ook op af: houtskool voor zwart, 3B voor grijs en het papier zelf voor wit. Alle andere eventueel nodige toonwaarden, zoals het oogwit, maak ik met een doezelaar.

    Heel kort is mijn werkwijze:

    • De opzet met een b potlood
    • Van tevoren aangeven wat wit moet blijven
    • Alles wat zwart wordt met houtskool tekenen
    • De rest invullen met 3B potlood en de wimpers die niet in de schaduwen vallen met 3B

    De uitstraling van ogen

    Ah, het gebied van de echte kunst. Gevoel in een tekening leggen. Vaag. Jazeker. Of niet? Wil je weten hoe jij gevoel legt in een tekening? Teken iemand van wie je houdt en teken daarna iemand aan wie je een hekel hebt. 10 tegen 1 dat je verschil ziet.

    Wat maakt emotie in een beeld? Als je over een portret, een gezicht praat, ja, de uitdrukking. Maar hoe krijg je dat voor elkaar in enkel de ogen? Kun je ogen uitdrukking geven? En dat op zo’n klein oppervlak als 3 tot 4 cm?

    Om dat te leren is vraag 1: wat maakt emotie en sfeer in een beeld? Het antwoord: licht! Daarom is de vorige paragraaf zo belangrijk: contrast.

    Het overbekende voorbeeld is de zonsondergang. Overdag ziet er heel anders uit.

    En ja, je hebt hier nog het voordeel van kleur. ( het verschil tussen warme en koude kleuren)

    Maar in zwart wit heb je alleen toonwaarden. Dan blijft alleen de mate van contrast over als middel om iets te benadrukken

    Hoewel op zich geen bijzondere foto ( Ik maakte hem in 1985 aan het strand in Camperduin) was deze voor mij de aanzet naar de fotovakschool. Hoe je met licht een beeld laat zien, sfeer maakt of zelfs een verhaal vertelt maakte mij fotograaf en tekenaar.
    Je ziet op hoeveel plaatsen het wit van het papier doorschijnt. Met wit maak je licht. Omdat in een portret de ogen compositie element nummer 1 zijn zorg ik wel voor een aantal details. Wat je bijvoorbeeld bij de wimpers ziet. De rest is een zacht potlood, meestal 3B, waarbij aanvullende toonwaarden zijn gemaakt met een doezelaar. Zoals het oogwit. (deze afbeelding is op ware grootte)

    Wat je doet met schaduwen

    Sfeer en emotie met toonwaarden is goed opletten wat je met de schaduwen doet. Hieronder 2 experimenten die ik maakte uit 2013

    Soms vallen ogen weg in de schaduwen. Maar als je dat te letterlijk tekent mis je een deel van dé blikvanger in een portrettekening. Ik zocht hier naar een middenweg, wel schaduw maar iets meer nadruk op het oog.
    Dit was een van de eerste waarbij ik zocht naar wat je met houtskool kunt in een oog. Je ziet hier dat de wimpers eigenlijk te grof zijn. Teveel houtskool gebruikt.

    Lijnen gebogen of hoekig

    En er is nog eentje: lijnen. Hoekige lijnen of ronde lijnen maken een wereld van verschil.

    Conclusie

    De meeste ‘hoe teken ik een oog tutorials’ op internet geven veel teveel details waardoor je er niks aan hebt als je een oog voor een portret tekent.

    • Die ogen tekenen tutorials op Youtube en internet zijn meestal getekend op een groot formaat, waardoor je meer detail kwijt kunt. Maar dat zou al snel een vierkante meter portret worden.
    • Sfeer en gemoedstoestand bepalen doe je met licht. Daar stem je ook het materiaal wat je gebruikt op af.
    • Wat je wel en niet tekent is een keus die moet vanwege het kleine oppervlak. Maar je hoeft iets niet echt te tekenen om het er te laten zijn……..je kunt het ook suggereren. Net als je aan het begin leest met wenkbrauwen.
    • Nog een manier om fijne (kleine) details te tekenen is: ze helemaal niet tekenen….zie de foto

    Dit is het oog wat je helemaal klaar zag in de paragraaf: ‘Wit is realisme.’ Die kleine details (bij de pijlen) maakte ik door eerst met een 4H potlood groefjes in het papier te maken.

    Waar groeven zijn komt geen wit. Lukt alleen bij voldoende dik papier 160 grams, 360 grams. De toonwaarde van de groeven kun je ook nog kiezen. Gum je de 4H lijntjes weg, dan houd je wit over. Vallen ze meer op.

    In Net Echt – online tekenen met Paul Bakker ga je ook groeven in het papier maken niet alleen voor kleine details maar ook voor losse haren. In de video’s laat ik je precies waar je op let als bezig bent. Zodat je bijvoorbeeld voorkomt dat de losse haren die je wilde op dikke sliertjes lijken.

    Als je dat met een 9H potlood doet en je zet de punt er recht in kun je zomaar dwars door je papier heen knallen. Als je dat na een paar uurtjes tekenen hebt zeg je misschien wel niet zulke fraaie dingen…

  • Tekenen met houtskool

    HOE TEKEN JE MET HOUTSKOOL?

    Met houtskool tekenen doe je niet met staafjes maar het best met houtskool potloden. Geeft niet zo’n rommel.

    Een ander voordeel van houtskool potloden is dat je de punten makkelijker slijpt. Met staafjes lukt dat niet zo goed. En zo kun je ook met houtskool nauwkeurig lijnen tekenen en beter vlekken voorkomen.

    In het kort hoe je kunt tekenen met houtskool:

    • Je kunt houtskool mengen met grafiet waardoor je het makkelijker doezelt
    • Als je er met gum over heen gaat ‘veeg’ je prachtig realistisch haar
    • Je tekent in een oogwenk overgangen van licht naar donker

    4 manieren waarop je tekent met houtskool

    Je kunt houtskool mengen met grafietpotlood. Waarmee je er voor zorgt dat het niet zomaar van het papier af glijdt. (Houtskool zelf is nogal korrelig, veeg je makkelijk weg). Die echt zwarte laag die zo ontstaat kun je weer bewerken met gum. Teken je realistische haren mee.

    Verder vlekt houtskool enorm, o.k. soms ook waar je het nou net niet wil, maar toch is dit wel een groot voordeel. Want juist daardoor kun je er geweldig mee doezelen met allerlei materialen. Stofdoek, tissue, watten en ook make up kwasten.

    Al deze manieren hebben hun eigen effecten op het papier wat je op je voorbeelden hierna ziet:

    In het kort:

    1. Mengen met grafietpotlood,
    2. houtskool doezelen met gum,
    3. of doezelen met tissue,
    4. en haren tekenen met gum en houtskool

    Houtskool mengen met grafiet potlood

    Mengen met grafietpotlood is niet lastig: je tekent een houtskool laag en gaat daar overheen met 4B of zachter potlood. Zo krijg je pikzwart zonder dat je eindeloos lagen grafiet potlood hoeft te tekenen. Waar ik wel op let is de structuur die ik wil tekenen.

    Voor achtergronden trek ik gewoon strepen houtskool. Dan pak ik een potlood en ga er dan met min of meer cirkelbewegingen overheen. Als je met huidtinten in het gezicht gaat werken begin ik voorzichtiger.

    Dan zet ik het houtskool dun op, ook met cirkelbewegingen en daar overheen weer cirkelbewegingen met grafietpotlood. Zo krijg je mooie donkere schaduwen als je op de voorbeelden ziet.

    De eerste laag houtskool

    Een paar stappen verder als een deel van het houtskool gemengd is met zacht potlood

    Houtskool doezelen met gum

    Doezelen met gum is een lastige techniek maar het werkt prachtig. Om snel mooie overgangen te maken tussen licht en donker. Dat lukt wanneer je vanuit het houtskool doezelt.

    Dan sleep je als het ware steeds wat houtskool mee waardoor het verloop van donker naar licht ontstaat. Ik gebruik daarvoor plakjes gum. Plakjes omdat je niet teveel druk moet uitoefenen anders gaat het effect verloren.

    Doezelen met houtskool en tissue

    Houtskool en tissue gebruik ik alleen in de achtergronden. Daarmee moet je wel oppassen als je tissue gebruikt over een deel wat je liever echt zwart had gehouden. Je poetst dan snel de laag weg waardoor er een vlek ontstaat. Herstellen lukt dan bijna niet meer omdat houtskool niet pakt als er eenmaal met grafietpotlood getekend is.

    Houtskool effecten met gum

    Licht effecten gebruik ik bij donkere haren tekenen. Ik teken het haar in vlakken waarbij is zorg dat de delen die lichter moeten worden helemaal wit blijven. Dan trek ik met gum strepen waardoor je die glans effecten in het haar krijgt. Ziet er heel realistisch uit.

    OP WELKE DELEN VAN DE TEKENING GA JE MET HOUTSKOOL TEKENEN?

    Je neemt houtskool op het moment dat je in de tekening echt zwart nodig hebt. Echt zwart krijg je niet voor elkaar met grafietpotloden zonder eindeloos lagen te tekenen.

    Neem maar eens een 9B grafiet potlood, tekenen een vierkant en kleur dat in. Doe nu het zelfde met houtskool en je ziet het verschil tussen donker grijs en echt zwart met houtskool potlood

    Waar ik meestal houtskool gebruik is: 1) de achtergrond is houtskool gemengd met 4B potlood 2) Bij de ogen 3) Het neusgat 4) Bij de donkere schaduwen 5) De schaduwen gemengd met 4B potlood en gedoezeld met tissue 6) De donkere delen van het haar

    Ogen tekenen met houtskool

    In de ogen van een portrettekening zit veel contrast. Daarom begin ik met houtskool. Het voordeel hiervan is dat je door het zwart al gelijk een indruk van diepte maakt.

    Donkere schaduwen tekenen

    Schaduwen. Als ze heel donker zijn begin ik met houtskool. Waar ik dan later om zachte overgangen naar de lichtere delen te krijgen weer met grafietpotlood overheen ga.

    Haren tekenen met houtskool

    Haren, natuurlijk alleen als ze donker zijn, maar omdat houtskool makkelijk vlekt gebruik ik het graag samen met potlood. Omdat je wanneer je de opzet af hebt in een paar vegen realistische haren hebt.

    Zwarte achtergronden tekenen

    Achtergronden, zeker als er veel zwart in zit, maar je kunt met houtskool meer toonwaarden maken dan alleen maar zwart. Als je het niet mengt met potlood en je doezelt houtskool gelijk, met tissue bijvoorbeeld, krijg je donker grijs. Met gum kun je weer allerlei effecten maken in het houtskool waardoor je echt aparte achtergronden maakt.

    De opzet van de ogen begin ik altijd met houtskool. Ik teken gelijk de donkere delen die ik in de volgende stap met een zacht grafietpotlood meng.

    MET WELKE HOUTSKOOL POTLODEN GA JE TEKENEN?

    MerkHardheidStructuurOpmerking
    Derwent3B darkKorreligGoed te bewerken met gum
    Conté a parisPierre Noire 3BVastDonkere schaduwen op 360 gr. papier
    ActionOnbekendErg hardLijkt niet op houtskool maar nog altijd donkerder dan 9B potlood

    Hoe slijp je houtskool potloden?

    Slijpen van houtskool potloden doe ik met een mesje. De Conté is wat, ik noem het vettiger, en slijpt moeilijker in een elektrische puntenslijper. Met een mesje heeft als voordeel dat je de punt in elke vorm die je maar wilt kunt maken. Zoals vlijmscherp voor details of stomp als je een achtergrond gaat tekenen.

    Ik pak het potlood in mijn linkerhand, en schraap er met een scherp stanly mes het hout om de stift mee af. Eenmaal genoeg stift vrij gemaakt van het hout, haal ik hem over een stuk schuur papier.

    Het schraapsel wat overblijft bewaar ik weer voor bijvoorbeeld achtergronden.

    Kan je houtskool potloden uitgummen?

    Uitgummen is heel lastig. Voor mij is het antwoord: ‘Nee.’ Vooral omdat houtskool zo waanzinnig vlekt. Dus trek je met een gum eerder strepen en maak je vlekken die je dan niet wilt. Is je lijn wel weg maar krijg je er een vlek voor terug. Ik gebruik nooit gum om te corrigeren als ik met houtskool teken.

    Hoe fixeer je een houtskool tekening?

    Je fixeert een houtskool tekening met fixatief. Met een spuitbus spray je op een afstand van 25 – 30 cm in ronddraaiden bewegingen over jouw tekening heen. Fixeren werk het best als het niet echt nat is en met 2 -3 lagen over elkaar heen.

    Je hebt fixatief van verschillende merken:

    MerkInhoudWaarPrijs 2023
    Conté a Paris400ml123Inkt.nl7,95
    Talens400mlde Kwast10,95
    Van Beek Art400mlVan Beek5,15
    Ghiant400mlOffice deals6,80
    Voobeelden en prijzen van fixatief

    Gebruik geen hairspray om houtskool te fixeren

    Je leest weleens dat mensen hier haarspray voor pakken. Maar dat heeft ook nadelen. Hairspray maakt het oppervlak plakkerig en in haarspray zitten chemicaliën die wellicht na verloop van tijd jouw tekenpapier aantasten.

    Waarom fixeer je een houtskool tekening?

    Fixeren van houtskool is nodig omdat het nogal kwetsbaar is. Je poetst het zo van het papier. Soms is 1x aanraken al genoeg.

    Conclusie over tekenen met houtskool

    Veel portrettekeningen, zeker in het begin, lijken niet realistisch gewoon omdat er te weinig contrast in zit. Zelfs al kloppen de verhoudingen. Geen echt zwart betekent dat een tekening plat lijkt en dus minder of helemaal niet realistisch.

    Te weinig contrast maakt je tekening slap. En ze lijken dan, ik noem het maar even, amateuristisch. Zo dat je iets hebt van, hmm, o.k. het lijkt wel, maar het is het niet, dat gevoel.

    Zonder houtskool uit 2013
    en met waardoor je meer het 3D idee hebt

    Met houtskool voorkom je dat je bijna eindeloos lagen over elkaar moet tekenen om een beetje donkere tint te krijgen. Echt zwart in de schaduwen heb ik in 2 lagen met houtskool. Het liefst pak ik de zachte houtskool. (Derwent Dark) Omdat je daar beter mee doezelt.

    In achtergronden van portrettekeningen kun je verschillende effecten maken met houtskool. Hier tekende ik eerst een onderlaag met houtskool, daar over potlood en gebruikte tenslotte gum voor de lichteffecten

    En als laatste: je kunt het best met houtskool tekenen, zeker als je allerlei effecten wilt, op dikker (stevig) papier. Als 360 grams acryl. Voor effecten met gum is het handig als je ook wat kracht kunt zetten.