Hoeveel ideeën schoof je al aan de kant omdat je dacht dat het waarschijnlijk niet zou werken?
Nah, daar zijn er al zoveel van, acht nee, dat heb je daar en daar ook al, nee dat gaat niet lukken, daar is al een oplossing voor. Je kent ze vast wel deze afschuif gedachten. Rationeel, zodat je niet bij jezelf hoeft te denken: ‘Waar komt dit eigenlijk vandaan?’ en nog belangrijker: ‘Is dat dan wel zo?’
Het antwoord op de vraag hoe krijg ik diepte in mijn portrettekening is: niet. Omdat je op een plat vlak tekent. Maar je wilt een illusie tekenen, een net alsof. Dat het lijkt alsof je verder weg kunt kijken.
Dan is alles op de voorgrond groter en naar achteren toe kleiner. In een landschap is dat heel erg voor de hand liggend. Als je ziet hieronder:
Bij de pijlen:
1) je ziet hem hier vrijwel niet maar onder de punt van pijl 1 loopt dan de horizonlijn.
2) Contrast op de voorgrond, een object wat groot is lijkt dichterbij
3) Het visuele pad naar achteren waardoor het idee van diepte wordt versterkt. Het verdwijn punt ligt aan het einde van dit pad
4) Contrast in toonwaarden op de voorgrond, donkere schaduwen
Hoe maak je de illusie van diepte in een portrettekening?
Alles wat je bij het landschap zag gebruik je ook als je een portret gaat tekenen. Alleen dan veel subtieler. Niet zo erg zichtbaar dus. Maar zeker als je vanaf de zijkant driekwart een gezicht tekent kun je daar iets mee. Bijvoorbeeld het oog vooraan iets groter dan het tweede oog achteraan.
Je kunt er ook wat mee als je de achtergrond betrekt in deze diepte illusie.
Diepte op een plat vlak kun je suggereren door:
1 lijnen perspectief
en 2 met toonwaarden
Perspectief
Perspectief ontstaat als je lijnen niet meer recht, dus horizontaal of verticaal, tekent op een plat vlak maar onder een hoek. En deze lijnen laat verdwijnen naar een punt op de horizonlijn. Deze lijn is natuurlijk denkbeeldig en hangt af van jouw gezichtspunt. Bijvoorbeeld: sta je (ligt de horizonlijn lager) of zit je op een stoel. (ligt de horizonlijn hoger)
Toonwaarden
Diepte met toonwaarden, ook een vorm van perspectief, krijg je door donkere toonwaarden voor de lichtere te zetten. In de praktijk ziet het er dan zo uit met een cirkel en een rechthoek.
Hoe teken je diepte in een portrettekening
1 Perspectief voorbeelden – met patronen
Bij lijnen denk je gelijk aan strepen maar perspectief kan ook ontstaan door patronen. Een voorbeeld zie je hierna, de waterdruppels op het gezicht. De voorste is groter dan de 2 achterste
1 Perspectief voorbeelden – met Lijnen
Met deze schets laat ik je zien welke lijnen voor perspectief zorgen.
Als ik al schreef in de inleiding, bij de 2 lijnen zie je hoe het voorste oog groter is. Waardoor perspectief ontstaat.
Bij 1) Deze getekende lijnen zorgen voor de indruk dat het gezicht een bolvorm krijgt. Later is het dus de kunst dat effect te behouden als je de toonwaarden gaat tekenen
2) De nek op de romp met 2 strepen het idee van een driehoek waardoor de nek overgaat in de romp en je ook het idee krijgt dat de nek een min of meer ronde vorm is
2 Perspectief met toonwaarde
Je denkt bij dit onderwerp wellicht aan het hele gezicht maar ook laat ik maar zeggen ‘de onderdelen’ als de lippen hebben te maken met perspectief. In deze korte video laat ik je dat zien. Hoe de toonwaarden en lijnen de illusie van gebogen vorm geven aan de lippen.
Perspectief in de achtergrond
Een achtergrond doet niet veel met perspectief tenzij je de toonwaarden in de hele tekening neemt als middel voor diepte werking. Als je ziet in het volgende voorbeeld:
Hier zijn de donkere toonwaarden van de haren nadrukkelijk op de voorgrond en is de achtergrond veel lichter. En wat lichter is lijkt verder weg. Atmosferisch perspectief heet dat, wat natuurlijk komt vanaf landschappen. Overigens ontstaat dat ook door het gebruik van kleur.
Conclusie
Diepte in portrettekeningen kun je het best suggereren met perspectief en toonwaarden.
Perspectief gebruik je door ervoor te zorgen dat de lijnen onder een hoek staan en naar een zelfde punt in de achtergrond als het ware verdwijnen. Het verdwijnpunt ligt dan op de horizonlijn.
In toonwaarden doe je dat door de donkerste toonwaarden op de voorgrond te houden en de lichtere meer naar achteren. Dat is niet altijd even makkelijk want je kunt ook de keus maken voor een zwarte achtergrond.
Dan komt de suggestie van diepte alleen door het gezicht zelf maar net als in foto’s kun je dat ook doen met scherpte: de voorgrond scherper en de achtergrond meer wazig.
Bijvoorbeeld ogen en mond heel scherp en dan de haren in de achtergrond laten overlopen als je op het voorbeeld hieronder ziet.
Wat vaak voorkomt, zeker als je pas begint, dat mensen te weinig schaduwen, dus toonwaarden, tekenen in een gezicht. Waardoor de tekening niet realistisch lijkt omdat diepte ontbreekt.
Ik wens je alle succes met tekenen en hieronder staan nog meer artikelen als je nog verder wilt lezen.
Potlood slijpen: met mesje of puntenslijper? Een eeuwige strijd
Heb jij je ooit afgevraagd wat nou eigenlijk het beste is voor je potloden: een mes of een puntenslijper? Het lijkt misschien een simpele vraag, maar hoe je met je materiaal omgaat heeft zijn weerslag op je tekeningen. Ik geef je de voor – en nadelen.
Plus een video, onderaan, waarin nog een heel handige dingetje dat veel vlekken voorkomt.
Het mes: de klassieke keuze
Een mes geeft je veel meer controle over de vorm van je potloodpunt. Wil je een scherpe, lange punt voor fijne details? Of juist een brede, platte punt voor grote vlakken? Met een mes kan het allemaal. Bovendien is het een stuk goedkoper dan het voortdurend kopen van nieuwe puntenslijpers.
Wat is het voordeel als het gaat om tekenen zelf?
Je hebt ze vast wel gezien, van die potloden met hele lange punten, waar een tekenaar of tekenares dan eigenlijk aait over het papier. Want ja, als je te hard drukt breekt ie gelijk.
Het voordeel is wel dat je nu grote stukken tegelijk kunt doen met zo’n lange stift, want je houd het potlood meer parallel aan het papier. Handig als je bezig bent met de schaduwen op een gezicht, vaak zachte toonwaarden.
Wel niet geschikt voor de harde hand, even te hard drukken en je bent weer een kwartier aan het snijden. Wat toch ook weer een voordeel is, het hard drukken op potlood is funest voor de potlood laag als je die nog wilt doezelen.
Voordelen:
Volledige controle over de puntvorm
Goedkoper op de lange termijn
Meer karakter in de potloodstreken
Nadelen:
Vereist enige oefening
Risico op het beschadigen van het potlood
Minder handig voor onderweg
De puntenslijper: het gemakkelijke alternatief
Een puntenslijper is snel en gemakkelijk in gebruik. Je steekt het potlood erin en draait. Binnen enkele seconden heb je een scherpe punt. Ideaal voor als je snel aan de slag wilt.
Super scherp in seconden
Daarom heb ik een elektrische. Ik vind een super scherpe punt een groot voordeel als je ogen tekent en denk dan aan oogwimpers. Die teken je het best in een snelle haal. Maar dan wel met een scherpe punt. Die scherpte kreeg ik nooit echt goed met een mesje.
Nou, na het voorgaande is de conclusie: er is geen dé beste manier
Wat telt is:
De techniek die je gebruikt: Voor fijn detailwerk is een scherpe punt ideaal, terwijl een brede punt beter geschikt is voor grote vlakken.
Het type potlood: Zachte potloden slijpen sneller bot dan harde potloden.
De laag die je tekent, teken je een laag om te doezelen, dan druk je het best niet echt hard op je potlood, heb je zelfs voordeel aan een botte punt.
Mijn ervaring is: ik gebruik de puntenslijper als ik haren ga tekenen of de ogen. Daar waar je klein priegelwerk nodig hebt. Grote vlakken, dan neem ik het mesje.
Hoe dan laat ik je nog zien is deze hele korte video plus de beste manier om overtollig grafiet van je tekening te halen. Zonder dat je vlekken maakt.
Een elektrisch gum heeft als voordeel dat je met één beweging een lijntje of een stip of wat voor detail kan gummen zonder veel moeite. Omdat het gummetje heel snel rond draait.
De dikke en de dunne
Ik gebruik 2 soorten, een dikke en een dunne. Hierboven zag je 2 voorbeelden waar de lichte toonwaarden zijn gemaakt met elektrisch gum. Meestal de dikke omdat ik bomen teken in meestal 3 tot 4 lagen potlood.
Met de dunne kun je ook hele fijne lijntjes maken als je ziet in de afbeeldingen hieronder in de reflectie van de halsketting. Daar moet je wel voorzichtig mee zijn omdat er altijd wat grafiet aan gum blijft kleven. Maar als je hem steeds, voor je zo’n lichte plek maakt, even over een stuk papier haalt voorkom je dat het wit weer grijs wordt.
Met de dikke maakte ik de reflecties op het metaal van het BH bandje. Maar ook voor lichtreflecties in ogen kun je deze pakken.
Met de dunne elektrische gum maakte ik de lichtreflecties op de ketting
Veel van het wit op deze tekening zoals de stiknaden in het jasje, maakte ik met de elektrische gum
Waarom zou je elektrisch gum gebruiken?
Het heeft meer effect dan een gewoon gum, om diezelfde kracht te krijgen met gewone gum moet je harder drukken waardoor de kans groter is dat je het papier beschadigd.
je kunt hele fijne lijntjes trekken ook in een wat dikkere grafiet laag als ik wel gebruik bij haren tekenen
Door harder of zachter te drukken kun je kleine lichteffecten maken die minder fel zijn als wanneer je het wit van het papier zou gebruiken
Hoe gebruik je elektrische gummen
Ik houd hem iets schuin, eigenlijk net als je een pen vast houdt, je gum dan het meest met de zijkant van het ronde gum staafje. Overigens als je hem rechtop houd en je drukt te hard dan ga je als een draaitol met haast over het papier heen.
Houd hem iets schuin als je streepjes trekt
Als je oogwimpers tekent bijvoorbeeld kun je een lijn die net te dik is voor een wimper heel makkelijk smaller maken en zelfs puntig laten toelopen
En net als met potlood, druk je hard dan krijg je meer wit, druk je zachter dan maak je lichtgrijs in een zwarte laag grafiet.
Misschien denk je nog waarom geen Tombow gum maar dat is toch een verschil. Met de Tombow kun je nog dunnere lijntjes maken alleen als je dat doet in een dikke laag grafiet, bijvoorbeeld gemengd met houtskool, dan kom je niet ver. Daar is het gum staafje dan veel te dun voor.
Als eerste maak je lijnen met een vlijmscherp 9H potlood in het papier. Vervolgens ga je met een zacht potlood tegengesteld over deze lijnen. Omdat het H potlood groeven maakte blijven die nu lichtgrijs.
Wil je de lijntjes lichter of wit? Dan gum je de lijnen van het H potlood weg, moet je wel onthouden waar je ze tekende natuurlijk en ga je er dan met het zachte potlood overheen.
Wat er gebeurd is dat in de groeven van het papier geen grafiet komt. En dat blijft dus wit. Dit werkt zowel met grafiet als met houtskool.
Waarvoor gebruik je voorgaande
Misschien heb je weleens enkele haren willen tekenen. Met potlood lukt je dat nog prima. Maar wat als die haren nu wit zijn? Dat is met een potlood nog niet zo makkelijk te doen. Dan is de methode om eerst groeven in het papier te maken een prachtige oplossing.
Dat lukt natuurlijk alleen met een donkere achtergrond. Ja, dat zou met een Tombowgum ook kunnen dan maar als je echt hele fijne lijntjes wilt, dan is dit, groeven trekken, de makkelijkste manier.
Op de afbeelding hieronder een overzicht:
Hier moet je even op letten:
Vooral belangrijk is jouw papier. Dun papier en je H potlood werkt als een mes. Wat je nodig hebt is dik, liefst iets van 160 tot 350 grams papier. Bijvoorbeeld acrylpapier, neem wel de gladde kant of Strathmore 400 series. Dat is 163 grams papier.
Let op als je ook houtskool gebruikt
Houtskool is meer grof dan grafiet. En vlekt nog beter. Oppassen geblazen omdat je daarmee makkelijker de groeven dicht smeert. Wanneer ik houtskool gebruik teken ik deze tot een stukje voor de groeven.
Dan meng ik met het grafietpotlood en pas daarna over de groeven heen. Zo voorkom je dat je de boel dicht smeert en blijven de lijntjes mooi wit.
Vloeiende lijn tekenen
Lukt het niet om in één keer een vloeiende lijn neer te zetten met een 4H potlood? Want eenmaal getekend gaan ze nooit meer weg. De oplossing is dan met een zacht potlood eerst de lijn voor het B potlood te tekenen. Dan heb je houvast.
Hier zie je het effect in een portrettekening. Overdaad schaad, het gaat erom dat juist die enkele losse haren voor het idee van net echt zorgen
Conclusie
Op deze manier enkele losse haren tekenen gaat makkelijker dan met een gum. Al heb je met een gum, bijvoorbeeld een Tombow wel meer controle. Het is met deze manier goed oppassen dat je de boel uiteindelijk niet dicht smeert. En, het werkt het best als je dik papier gebruikt. Bijvoorbeeld acrylverf papier.
Wat is beter: een workshop volgen of een online programma?
Het antwoord is:
een online programma, mits goed opgezet geeft het beste resultaat als je alle overwegingen in acht neemt omdat je naar eigen behoefte elk stuk info steeds kunt herhalen en je niet afhankelijk bent van het tempo van je medecursisten.
Toen ik begon aan portrettekenen was de titel bovenaan vraag nummer 1. Overigens was ik toen al bijna een jaar zoet met YouTube. YouTube was een enkeltje naar een hele berg info zonder kop of staart. Wanneer je dat pad neemt eindig je zoals je begon, verward door alle mogelijkheden. Maar nog altijd geen geweldig portret.
De verschillen tussen een workshop en online programma
Een workshop heeft HET voordeel van alles, direct respons.
Een online programma heeft als voordelen: eigen tempo en je kunt alles steeds opnieuw bekijken. Wat ook een voordeel is als het om vragen stellen gaat, als je verderop kan lezen.
Maar wat te doen was de vraag toen.
Hoewel onbewust speelde er nog een ding en dat punt is een enorm punt als het om deze beslissing gaat. Namelijk: wat anderen ervan vinden. Vaak wordt dat ontkent maar het is dé reden nummer 1 waarom mensen liever geen workshop doen. Daarbij is die directe feedback ook niet altijd even fijn, vooral als het nog niet zo erg goed gaat.
Ik gaf zelf workshops tussen 2015 en 2018, en ik ontdekte, vooral bij beginners dat schaamte over eigen kunnen een grote rol speelt. Maar niemand heeft het daarover of schrijft daarover.
Vooropgesteld dat feedback handig is, is het geen must. Zeker als een online programma goed in elkaar zit. Daaruit kwam de volgende vraag:
Waar moet een goed online programma dan aan voldoen?
Het moet inzicht geven, dus situaties creëren waardoor jij als cursist iets ervaart. Want alleen dan maak je het je eigen. Ken je wellicht deze:
vertel het mij en ik zal het vergeten, laat het mij zien en ik zal het misschien onthouden maar laat het mij ervaren en ik zal het mij eigen maken.
Dat betekent dat je niet alleen ziet hoe iets gedaan wordt, maar dat degene die dit programma maakte je juist bepaalde experimenten laat doen die jouw ‘hé, zo gaat dat!’ momenten opleveren.
Om de kans op de ‘hé gaat dat zo!’ momenten te vergroten is het ook belangrijk dat er een echt boek bij zit waarin je dan die theorie ziet wat past bij de video’s
Hoe gaat dat dan?
In een boek schrijf ik wat ik deed, en laat je een plaatje zien van voor en erna, misschien nog een tussenstap. Maar bijvoorbeeld hoeveel grafietpoeder, druk je hard of zacht op een kwast, ik kan het beschrijven maar je ziet het niet
In een workshop sta ik ernaast, en doe het voor. Waarna jij het na doet.
In een online programma neem ik je stap voor stap mee in de video. Ik geef elke stap aan, laat met pijltjes zien waar je op moet letten en ze zijn realtime, dus je kunt mee tekenen. Net niet helemaal gezien hoe of wat, even terugspoelen en nog een keer kijken. Heb je een specifieke vraag over een onderdeel, even mailen en je hebt binnen een dag altijd antwoord.
Veel experimenten met goede aanwijzingen. Regelmatige mails die je toegestuurd krijgt en die je helpen het proces van je eigen ontwikkeling goed te doorlopen.
Paul schrijft altijd onderaan pagina’s dat je niet moet blijven zitten met vragen en/of opmerkingen, maar direct moet bellen of mailen.
Dit maakt hij dan ook in de praktijk echt waar. Ik deed een suggestie over een video verslag en nog geen week later was de video bijgewerkt in de richting die ik aan gegeven had.
Stef Bos
Je hoeft niet eerst een eindeloos stuk theorie door te worstelen.
Door de vele illustraties, de duidelijke tussenstappen en korte, makkelijk te begrijpen toelichting is het een heel overzichtelijk en bruikbaar.
Ik heb zelf al een aantal technieken in mijn werk toegepast en verdomd!
Het werkt! Het scheelt mij uren van tijd,
Linda Velde
Ik vond dat er niks opwoog tegen deze voordelen van een online programma ook al is er geen direct antwoord beschikbaar als je bezig bent. Maar het is makkelijker om steeds op welk punt dan ook jouw resultaat te vergelijken met dat van de video. Zit je er naast dan ga je weer een paar stappen terug, tot je het te pakken hebt en weer door.
Vaak ontstaan vragen tijdens een workshop ook omdat je net iets miste. Je moet vaak snel 2 dingen tegelijk doen: en je bent aan het tekenen en je moet opletten op wat hij of zij vertelt of voordoet.
De rest van de voordelen liggen voor de hand. Vind je workshops ook gezellig om te doen, ben ik het helemaal mee eens, dan kun je ook met iemand die je kent afspreken en bijvoorbeeld 1x in de week samen het programma volgen. Werkt ook heel goed. En die ik nog steeds graag.
Mijn conclusie is dan ook dat het online programma wint. Het enige voordeel van workshops, gezelligheid en directe respons wegen niet zo zwaar. Als het gaat om wat je wilt leren natuurlijk.
Toen ik tussen 2015 en 2018 nog workshops gaf vond ik wel dat er ruimte moest zijn voor gezelligheid, vermaak, lol hebben met elkaar. En dat is zo, daar kan een online programma niet tegenop, anders dan dat er in mijn video´s ook ruimte is voor humor, ik ben in de video´s niet anders dan ´gewoon.´
Gezelligheid gaat ten koste van wat je leert en direct respons is niet belangrijk als de kwaliteit van het programma goed is. Overigens heb ik bij mijn online programma 94 vragen gezet die allemaal gesteld zijn tijdens mijn workshops en online tekenprogramma’s. Goede kans dat jouw vraag ertussen staat.
Als toetje dan hieronder de eerste 8 minuten van een schets, realtime. Uit een onderdeel van het online programma Net Echt. De indeling bij elk onderdeel is bij mij 1 video waarin ik je met experimenten laat zien hoe iets werkt, zodat je de techniek kent en dan video 2 hoe je die tekentechnieken dan gebruikt. Hieronder video 2 uit het programma deel schetsen.
‘Verouderd, overklast, binnengevallen en incompetent.’ Aldus Hegseth. Tja, we hebben het hier niet over websites maar over Europa. Wellicht ken je hem niet maar dan weet je nu gelijk hoe de nieuwe minister van defensie uit Amerika denkt.
´Waarom zou het Europese noodnummer van de vorige eeuw moeten luisteren naar zelfingenomen landen die ons vragen om verouderde en eenzijdige verdedigingsregelingen te respecteren waar ze zelf niet meer aan voldoen?’
Nou dan hoe zit het met websites?
Websites zijn geen politiek. Maar veel website ondernemers of zzp’ers kun je wel vergelijken met Europa. Nou, dat is natuurlijk een ‘dat hoor ik liever niet’ verhaal maar het punt is, als jij je net zo gedraagt als Europa blijft de teller van het aantal bezoekers magisch standaard op niveau ‘diepzeebodem.’ Als dat andere percentage wat jeall over deze website kunt vinden.
Als ik dan luister naar ondernemers die hun website beoordelen hoor ik zinnen als: ‘ik denk, ik verwacht,’ en ‘het lijkt mij waarschijnlijk dat,’. Allemaal gebaseerd op ja eigenlijk op wat? Overtuigingen? Hoop? Vul het maar in.
Maar niks raakt meer de huidige situatie die zeker jaarlijks en vaak ook maandelijks verandert. Het internet landschap kun je alleen bewandelen als je met dezelfde vaart mee gaat. Of innoveert wanneer je een mooi woord wil hebben. De tijd dat je een website online zette, eboekje erbij en dan maar de mailinglist even vullen, die is voorbij.
Google verandert dagelijks
En de grote updates komen soms wel een paar keer per jaar. Waarin altijd weer veel verbaasde mensen hun bezoekers aantallen zien instorten. Vaak ontbrak het dan aan de basis dingen waar je website, wil je omhoog in Google, aan moet voldoen. En dat is geen geheim. Alles wat je nodig hebt verstrekt Google. Aan wetenschap, hoe je een site opzet, aan analyse instrumenten en zelfs aan hulp bij het schrijven.
Omhoog in Google klinkt overigens wel alsof je dit alleen voor Google doet. Maar dat is niet zo. Wat je doet is de handleiding volgen die Google je geeft waarmee je de bezoekers in de watten legt. Google geeft je daarvoor heel veel hulpmiddelen. Als bijvoorbeeld Gemini.
Je kunt prima sparren met Gemini.
Sparren, dus niet klakkeloos kopiëren wat Gemini laat zien maar het is een geweldige instrument om je ideeën en teksten veder aan te scherpen. Maar als eerder geschreven, Google zit ook niet stil. Zoals de Maart kernupdate 2024
Naast het vernieuwde spambeleid en de spam-update van maart, richtte deze kernupdate zich op teksten van mindere kwaliteit, waaronder door AI gemaakte spam. De belofte was om 45% minder content van lage kwaliteit in zoekresultaten te laten zien.
Het antwoord van Gemini op die ruim 95%
En dat is ook wel wat Gemini daarover zegt: als een website niet in Google komt zegt dat meer over de kwaliteit van die site dan over Google zelf. Natuurlijk heeft Google een dubbele agenda, want zij hebben het liefst dat je een betalende adverteerder wordt. Maar dat lukt het best als zij weer zorgen dat de zoekmachine zo accuraat mogelijk de beste resultaten laat zien.
Hoe voorkom jij dat je achter de feiten aanloopt?
Heb je nog geen idee waar te beginnen met jouw website en wil toch voorkomen dat je site wegzinkt dan is de allereerste stap een antwoord op deze vraag: ‘Welke zoekwoorden en zinnen gebruiken mensen als ze zoeken over de onderwerpen waar ik over schrijf?’ Dan ben je bezig met feiten en gooi je zinnen als : ‘Ik denk dat,’ of ‘Ik verwacht,’ aan de kant.
Dit tekeningetje (hieronder) ken je vast. Je ziet het all over het internet waar je de verhoudingen van een hoofd ziet uitgetekend. Die verhoudingen, als je die weet, zijn dan een leidraad voor wanneer je een portret wilt gaan tekenen
Nou, als je al ontdekte, al weet je die verhoudingen, dan nog lukt het nog niet zomaar. Vaak klopt het ergens dan niet, dat ergens is een gevoel of een indruk maar je kunt niet precies zeggen wat.
Perspectief
Zelfs al heb je een voorbeeld foto, er blijft altijd , wanneer je de verhoudingen niet goed tekent, de neiging om iets te veranderen aan het perspectief. Dat gaat onbewust natuurlijk en dan lijkt het soms of iemand bijvoorbeeld opeens tig jaar ouder is. De nummer 1 oorzaak is perspectief. In het echt bestaat perspectief niet. In het echt wordt iets niet kleiner op afstand, in het echt worden de afstanden in de verhoudingen niet kleiner of groter. Maar op een plat vlak, als papier dus wel.
Hoe dan?
Vergelijk het tekeningetje bovenaan met de foto hierna en je ziet het gelijk. Die verhoudingen werken alleen goed als je iemand perfect van voren tekent. Maar als je op de foto ziet, deze vrouw buigt haar hoofd iets voor over. Nou, je ziet het natuurlijk gelijk, a is niet meer gelijk aan a.
Je ziet, in perspectief veranderen de verhoudingen. Niet in het echt maar op een plat vlak wel. Stockfoto gekocht op Vecteezy
Daarom heb je niks aan weten maar alleen aan kijken
Als je al lijnen gebruikt, hulplijnen dan neem je die lijnen die iets over de lijnen in het portret zeggen. Waaraan je dan, met de hulp van zo’n hulplijn precies kunt zien hoe de stand van de lijn van de wang is bijvoorbeeld. Of die van de kin. En dan maakt het niet uit in welk perspectief je tekent, want alles wat je dan gebruikt aan hulplijnen is gericht op kijken. Vandaar portrettekenen is kijken en geen weten.
Stel je zit in de eerste rijles en de instructeur zegt:
Als we gaan rijden, gelijk rechts
‘Prima,’ en je draait het stuur naar rechts.
‘Eh, er gebeurd niks.’
Oh ja, er komt nog wat bij: ‘Doe je gordel om, kijk in je achteruit spiegel, zet de versnelling in zijn vrij, start de motor, kijk in de spiegels, koppeling in, zet de versnelling in z’n 1, laat de koppeling langzaam opkomen, houd je stuur op 10 voor 2 of 10 over 10, weet ik niet meer, geef een beetje gas, draai je stuur iets naar rechts, laat het gas even los, druk de koppeling weer in, zet de versnelling in zijn 2, laat de koppeling weer opkomen, geef een beetje gas, draai het stuur verder naar rechts, geef iets meer gas, draai het stuur weer terug zodra je recht in de straat staat.
Nou, heb je dat allemaal?
Hallo? Wakker worden!!??
‘Argh, zoveel?’
Tja, leuker kunnen we het niet maken…
Wat ik wil zeggen als niks lukt, je kunt net als in de auto niet 1 dingetje aanwijzen en je bent er.
Deze kwam ik vaak tegen in de afgelopen 11 jaren
Wazige te kleine foto’s (in kleur)
Lijkt logisch maar kom ze toch tegen.
Wat je niet ziet kun je niet tekenen en moet je verzinnen. Dat gaat niet, al helemaal niet als je pas begint. Neem grote foto’s, minstens 20×30 cm of nog beter van het scherm tekenen, kun je inzoomen op details.
Perspectief
Ja, diepte althans de illusie dan. Perspectief bestaat niet in het echt.
In de echte wereld wordt niet alles kleiner maar het lijkt alleen maar.
Check wat ik er over schreef hier en je ziet hoe je prachtige net echt effecten maakt met die staafje
Methoden
Te algemeen. Helpt waarmee je de basis onder de knie krijgt. Van een gezicht.
Niet van het portret wat jij wilt tekenen.
Methoden zijn handig als je stripfiguren gaat tekenen.
Struikelblok nummer 1
Verhoudingen tekenen van een gezicht en wel zo dat het ook nog lijkt.
Niks lijkt meer vaag dan dat, al die lijntjes op z’n plek krijgen.
Je ziet dan makkelijk over het hoofd wat voor de hand ligt
Hiervoor zijn 3 oplossingen, 2 zijn kennis en eentje is praktijk.
Praktijk is als je begint met schetsen. Daarmee zorg je ervoor dat je die lijnen herkent welke voor gelijkenis echt nodig zijn.
Kennis zijn dat je A) weet hoe je perspectief gebruikt en ook begrijpt hoe iets perspectief wordt op een stuk papier.
En B) wat ik uitgebreid train in Net Echt dat weet hoe je rechte lijnen op een plat vlak gebruikt als referentie voor perspectief. Waardoor je wel die gelijkenis in jouw portretten krijgt.
“When nothing goes right, go left”
Waarmee gezegd, blijf niet enkel doorgaan, maar kijk waar je de mist in gaat. Analyseer, vergelijk en neem een andere afslag.
Alles zal daarmee veel sneller gaan omdat je niet steeds hetzelfde oefent en herhaalt.
Hoe teken je fotorealistische huid met potlood, doezelaar en gum
Toen ik begon met portretten was niet alleen de verhouding van een gezicht een worsteling maar een tweede punt was de huid. Want bij mij leken het steeds van die ingekleurde grijze vlakken, uitgesmeerd, eerder plamuur en zeker geen realisme.
Als ik de mijne dan vergeleek met die hyperrealistische tekeningen op internet wilde ik het bijltje er al bij neer gooien want ja, hoe deden ze dat dan precies?
Eenmaal zover als nu blijkt het helemaal niet zo’n hocus pocus als toen. Maar met redelijk eenvoudige technieken, beetje geduld en vooral niet hard drukken op je potlood kom je een heel eind.
Maar eerst het begin, alles telt want je kent het gezegde: een ketting is niet nou ja, cliché maar toch,
vandaar stap nummer 1: de foto. Zorg dat t’ie scherp is. Wazige foto’s geven wazig resultaat. Wazig omdat wat je niet ziet je er haast als vanzelf (onbewust) bij verzint, om het af te maken. Zo zit ons denken nu eenmaal in elkaar. Maar wat je bedenkt is niet wat je eigenlijk zou moeten zien, en het einde is dan dat het (net) niet lijkt. Aldus nodig: 1 knappe en vooral echt scherpe foto.
Wat ik er mee doe, heb je een fotobewerker voor nodig, is eerst een beetje spelen met het contrast in die foto. Ik zet het contrast hoger zodat ik goed de schaduwen kan zien, het verloop, waar ze ophouden en vooral ook, hoe en welke dragen nu echt bij aan het perspectief van een gezicht.
De originele voorbeeld foto
Het contrast hoger, zie je goed op de schaduw in het oog en op de neus
Check materiaal
Waarmee je tekent hangt af van de foto. Veel contrast bekent dat je zachte potloden nodig hebt, anders kom je niet tot die donkere toonwaarden. Is het voornamelijk licht, dan de wat hardere als een F of HB. Tja, en doezelaars, dat kan ook ander spul zijn zoals watten of tissue.
En dan begint het echt, de lijnen tekening. Nu is dit een deel van het gezicht dus weinig gedoe met verhoudingen. Deze lijnen tekende ik met een B potlood. Beetje zacht kun je er gewoon overheen tekenen, geen gum nodig, zie je straks niks meer van.
Huidtinten met potlood en doezelaar tutorial
De lijnen tekening
De lijnen teken ik met een B Potlood en gelijk maar even: voor de schaduwen een 2B
De eerste lagen
Ik geef ook aan waar de lichte delen komen, vooral in het oog. Want als je daar met potlood overheen gaat krijg je het nooit meer wit.
En nu houtskool
Het zwart van het oog is houtskool en 4B potlood. Let bij de wimpers op de vorm en het perspectief, wimper lopen puntig toe naar het eind
De eerste laag met potlood
De eerste laag, met F potlood. Ik tekende cirkeltjes en vooral niet hard drukken, dat stukje donker op de neus is 2B
2e Laag schaduwen met potlood
De donkere schaduw 3) is 2B potlood, voor het mooie net wat te donker maar dat komt aan het einde goed, bij 2 net nog te zien, maakte ik met een H potlood inkepingen zodat er witte puntjes overbleven, zelfde als bij 1). Daarmee krijg je een imitatie van de huid structuur.
Nieuwe laag over de neus
Bij de pijl, de volgende laag, 2B over de eerste, nogmaals voor alles , niet hard drukken en/of te gelijkmatig. Dan smeer je de boel dicht en lijkt het eerder op plamuur.
De huid van het gezicht
De eerste laag met een 2B potlood, maak de strepen licht en met de vorm van het gezicht mee, dat versterkt automatisch het idee van perspectief.
Potlood aan de kant
Het potlood laten we voor wat het is, dit de tweede laag is met een doezelaar, bij de onderste pijl. Bij de bovenste maakte ik de schaduw iets lichter met een plakje gum
En veel doezelen
Rechts de 2e laag, heel licht 2B en daarna doezelen. De rest van de huid tekende ik ook met een doezelaar.
Zodat het wit van het papier zichtbaar blijft, daaroverheen de 2e laag met een zachter potlood, ook hier weer, niet hard drukken.
En dan doezelen
Huid is nooit egaal, voorkom dat je gaat plamuren, doezel daarom ook heel licht. Beter is nog een laag extra dan harder drukken.
In dit stukje probeerde ik ook de rimpels maar die zijn te streperig. En te dik. Bovendien zit er naast een rimpel een licht deel, wat je eigenlijk ziet als rimpel, de donkere streep is het schaduw deel.