Auteur: Paul

  • Oefeningen met portret tekenen

    De beste oefeningen heten experiment en laten je het verschil zien tussen voor en na

    Een 10 voor tekenen

    Je kan wel stellen: mijn eerste experiment als het om tekenen gaat.

    Ik was 14 toen ik lachend een 10 voor tekenen kreeg op de middelbare school. Nee, niet omdat ik al zo geweldig kon tekenen. Maar ik had een methode om te oefenen. Ik geef toe, omslachtig, dat wel, maar dat boeide me toen niet. Ik wilde gewoon die 10.

    Ik nam uit een tijdschrift, de Grasduinen, het voorbeeld van een sperwer. Ik tekende hem na, legde het voorbeeld weg en tekende hem opnieuw.

    Maar dan wel helemaal uit mijn hoofd. En dat net zo lang tot hij helemaal goed was.

    Zo begon ik, niet te moeilijk, eerst van foto en dan uit mijn hoofd. Tientallen maakte ik er. Ik plastificeerde ze en schreef op wat ik had gedaan. Zodat ik goed de verschillen kon vergelijken

    Wat was er zo goed aan?

    Dat je analyseert waar het mis gaat. En dat ook heel nauwkeurig doet. Omdat je steeds moet onthouden waar je de mist in ging. Want ja, de volgende doe je weer uit je hoofd.

    Kijk, als je keer op keer opnieuw begint met oefenen herhaal je ook steeds dezelfde fouten. Oefening baart kunst gaat niet op zo. Natuurlijk, van elke tekening leer je iets.

    Maar het gaat dan wel heel..heel…l..a..n..g..z..a..a..m . Uiteindelijk gaat de lol er wel vanaf. En beland de hele boel op zolder.

    Obstakels van experimenten

    de manier waarop je het doet en hoe je erover denkt

    • Hoe je oefeningen doet – ‘natekenen’ uit je hoofd
    • Wat je denkt – ‘oefening baart kunst’
    • Conclusie – Hoe ga je oefenen?

    Uit je hoofd tekenen

    Het gaat beter als je ook uit je hoofd tekent.

    Natuurlijk, zeker in het begin: het kost moeite en wellicht een paar keer extra de prullenbak legen. Makkelijk en snel zijn nu eenmaal geen vrienden van nauwkeurig en goed.

    O.k. heeft niks met portret tekenen te maken maar zulke dingetjes, als deze, maak ik tussendoor, uit mijn hoofd

    Hoe ga je natekenen uit je hoofd?

    Als je alleen maar blijft natekenen sla je het niet op. Het werkt hetzelfde als wanneer je iets leert uit een boek door een samenvatting te schrijven.

    Je schrijft het op waardoor je het eerder weer kwijt bent dan wanneer je het leest alsof je niks hebt om op te schrijven. Dan forceer je jezelf het te onthouden waardoor het ook in je hoofd blijft.

    Tenslotte is een samenvatting ook het meest effectief als je hem steeds herhaalt. Precies als met tekenen.

    Hoe begin je er mee?

    Niet te moeilijk. Kleine tekeningen van makkelijke onderwerpen. Natuurlijk, je kunt gewoon gelijk met gezichten beginnen. Dat is dan wel even doorbijten.

    Kies in het begin niet al te lastige onderwerpen en wissel af. Daarmee leer je sneller allerlei verschillende vormen tekenen
    Experimenteer tegelijk ook met materiaal. Deze kat gebruikte ik om te zien hoe je houtskool en grafietpotlood met elkaar mengt

    Je tekent het voorbeeld na alleen, je maakt eerst schetsen. Met schetsen zoek je naar die lijnen die de vormen bepalen.

    Dat hoeft niet gelijk goed, want juist vanaf die verkeerde lijnen kom je makkelijker bij de goede vorm van je onderwerp.

    Nee, moeilijk is het niet. Maar het vereist wel iets anders zoals je kunt voorstellen: dat je weet waar je naar kijkt, welke lijnen je eerst kiest.

    Voor je daar aan begint: lees eerst hoe je leert tekenen. Dan ontdek je het verschil tussen kijken naar vormen en kijken naar licht. Plus een handig voorbeeld van schetsen

    En dan zit wat je denkt ook nog dwars

    In 2012, toen ik aan portretten begon zie je van alles over het hoofd. Waardoor je uren puzzelt op iets wat op die manier nooit lukt. Dan ga je zoeken, YouTube.

    Alles zo gevonden, dacht ik. Maar het schoot niet op. Al met al leek het er steeds meer op dat portretten tekenen niet mijn ding zou zijn.

    Althans dat maakte ik mezelf maar wijs. En dan volgende geijkte adviezen:

    Veel oefenen, dan komt het wel goed. Helaas, het is gewoon tijdverspilling. Als je 10x hetzelfde doet, waarom zou de elfde keer dan een veel beter resultaat geven?

    .

    Een berg experimenten

    Conclusie: oefeningen in de praktijk

    Oefeningen zijn alleen effectief als je het verschil ziet tussen hoe het eerst was en hoe het na de oefening eruit ziet

    Dit is een manier om dat te doen:

    Je tekent een foto na. Of iets uit het echt.  Klaar? Je legt de tekening naast de foto. Of allebei plat op tafel of op een beeldscherm. Maar naast elkaar, dan kun je goed vergelijken welke lijnen er wel en welke niet kloppen.

    Verdiep je wel eerst in waar je precies op let als je natekent zodat je snapt hoe perspectief werkt en welke lijnen voor de verhoudingen zorgen.

    Dan ben je er nog niet want de schaduwen die moeten er ook nog in.

    In het kort:

    • Zet tekeningen op met hulplijnen
    • Pak portretten vanaf 3 kwart. Is makkelijker
    • Wees niet bang om aan te rommelen. Zeker in het begin lijkt het soms chaotisch. Dat is geen punt, het is gewoon ontbreken van ervaring.

    Gebruik rechte hulplijnen

    Met rechte lijnen teken je makkelijker de verhoudingen. Gebogen lijnen zijn altijd lastig. Het voorbeeld van de cirkel tekenen. uit de losse hand gaat moeizaam. Maar teken eerst een vierkant en dan de cirkel erin. Dat gaat al gelijk beter.

    Mijn eerste portretten zaten vol rechte hulplijnen. Zeker als beginner heb je daar veel houvast aan. Als je op de volgende afbeeldingen ziet.

    Je ziet hoe ik op deze schets de rechte lijnen van de schaduwen gebruikte om de verhoudingen te vinden
    Misschien herken je hem, nou ja, is al weer lang geleden…

    Voor de eerste schetsen pak ik vaak papier van de Action of de Hema. Als je ziet kun je daar niet zo mooi op doezelen

    Teken driekwart gezichten

    Tijdens mijn workshops bleek dat mensen minder moeite hadden met portretten driekwart vanaf de zijkant.

    Leer inschatten

    Zet een foto neer op een afstandje (of scherm). Teken dan de omtrek van een gezicht. Gebruik zoveel mogelijk rechte lijnen en schets.

    Doe er niet langer dan 10 minuten over. Leg ze daarna, of zet ze op het scherm, naast elkaar en vergelijk.

    Hoe meer controle je wilt, zeker in het begin, hoe minder het lukt

    Creativiteit is nooit logisch. De beste tekeningen beginnen, althans bij mij, nog al eens als een zooitje. Maar dat is het fundament.

    Daarom start ik vaak op goedkoop papier. Net zolang tot het goed is. Dan zet ik hem over met de lightpad op Canson 160 of Strathmore 400 series.

    Als laatste, 3 dingen die ook helpen
    • Niet alles lukt gelijk. Wanneer iets niet gelijk lukt, neem afstand. Ga wandelen, drink een biertje bij wijze van, iedereen heeft wel een favoriete bezigheid naast tekenen.
    • Feedback, laat je werk aan anderen zien. Nee, niet alleen je vrienden en familie. Maar het liefst aan mensen waar je op persoonlijk vlak niets mee hebt. Krijg je eerder openhartig commentaar. Oh ja, misschien heb je er dan de pest in, maar dat geeft niet. Elke opmerking vertelt iets. Ook al lijkt het misschien niet gelijk zo.
    En nummer 3: wat niet lukt telt ook mee

    Niemand laat graag zien wat niet lukte. Maar ik kan er mee behangen. Ik weet nog dat ik aan aquarellen begon, in 1993.

    Ik schilderde al 2 jaar toen ik met een vriend deze schilderijen doornam op mijn werkzolder.

    Het waren er zeker veertig. ‘Die is niks, die, nou ja, o.k. heeft wat maar is het net niet.’ En deze?

    ‘Hmm, gaat, komt ook niet aan de muur.’ . Er bleven van die veertig vijf schilderijen over.

    Dat was het ‘slechte nieuws.’ Maar na verloop van tijd ga je wel zien dat, afhankelijk van hoe je het aanpakt, je steeds minder de prullenbak in gooit.

    Wat wil je nog meer lezen?

    [wp_show_posts id=”40565″]

  • Hoe begin je een portret

    Hoe begin je een portret?

    Je begint een portrettekening:

    met hulplijnen waarmee je de vorm tekent, dan diepte maken met het tekenen van schaduwen en als laatste met de achtergrond de vorm van het gezicht benadrukken.

    De eerste stap

    je krijgt beter zicht op perspectief als je begint met hulplijnen. Dat gaat net als met een cirkel: teken een cirkel uit de losse pols en dat zal niet makkelijk zijn. Maar teken eerst een vierkant en zet daar de cirkel in, tja, dan lijkt het opeens veel meer een rondje.

    Stap 2

    De tweede stap voor meer perspectief in een gezicht is het toevoegen van schaduwen. Daarmee maak je diepte in jouw tekening en ook dat zorgt er weer voor of een portret ook echt lijkt.

    En de derde stap

    De derde stap is wat je met de achtergrond doet. Nou lijkt dat niet zo belangrijk maar een achtergrond laat een gezicht meer naar voren komen. Waardoor je ook weer een meer 3d effect in jouw portrettekening krijgt.

    Hier gebruikte ik ook de lijnen van de schaduwen, op de neus en wang om de verhoudingen te vinden.

    Hierna laat ik je met voorbeelden de drie stappen zien. Voor het overzicht zijn het korte stukjes maar overal staan de linkjes bij naar die artikelen die afzonderlijk ingaan op elk deel.

    Hoe teken je verhoudingen?

    Ik gebruik hiervoor hulplijnen. Ik teken de opzet in het begin met zoveel mogelijk rechte lijnen. Dan kun je de verhoudingen beter inschatten. Ook gebruik ik de schaduwen, althans de randen daarvan om te zoeken naar de verhoudingen.

    Ik teken dan de schaduwen zelf nog niet, maar wel de lijnen die de schaduwen (dus de randen van de schaduwen) over het gezicht trekken.

    Hoe dat gaat zie je op de 2 volgende afbeeldingen

    • De eerste maakte ik binnen de 5 minuten. Ik concentreerde me enkel op de hoofdlijnen. Het maakt in dit stadium niet uit of het er gelijk goed op staat. Het is altijd makkelijker om vanaf die verkeerde lijn naar de goede te komen.
    • Ik begin, bijna altijd, met een streep waar de onderkant van de ogen komen.
    • Op de volgende zie je de uitwerking. Hier heb ik meer rondingen aangegeven zodat de echte vorm in het gezicht komt.

    Cirkels en andere bolvormige opzetjes zijn eerder een omweg dan hulp

    Ik begin nooit met een cirkel. Ik teken liever gelijk wat ik zie en vereenvoudig dat met rechte lijnen voor de eerste strepen. Cirkel ‘ methoden’ of welke andere dan ook zijn vooral handig als je een gezicht wilt tekenen maar niet jouw portret. Elk gezicht is uniek.

    Het beste is om eerst een schets te maken, gewoon op een stuk goedkoop schets papier. Ik gebruik schetsboeken van de Action. Daar kun je ook nog flink in gummen als dat nodig is. Daarna zet je de schets over, met een lightpad bijvoorbeeld op een stuk goed tekenpapier.

    Nu je niet meer hoeft te gummen, want de schets is tenslotte dan al goed, beschadig je het papier niet zo. Als je veel gumt op een plek kan dat lelijke vlekken achterlaten als je daar later overheen doezelt.

    Hoe teken je Schaduwen?

    Schaduwen tekenen is een aanvulling van perspectief. Omdat diepte vooral ontstaat door toonwaarden. In het kort, wat echt donker is neigt naar voren op een plat vlak als de achtergrond licht is.

    De donkere schaduwen als onder de hand en arm, maakte ik door eerst met watten een laag houtskoolpoeder aan te brengen. En daarna met een 14B Faber Castell pitt mat potlood de tweede laag te tekenen.

    Echt diep zwart krijg je zo. Wat je met gewone grafietpotloden niet lukt. Bij de haren deed ik hetzelfde. Verder zie je al dat ik veel verschillende materialen gebruik. In het begin niet, niet omdat ik zo verstandig was maar gewoonweg niet wist wat er allemaal was. En uiteindelijk had dat een voordeel omdat zo ontdekt wat je precies met 1 potlood kan.

    Bijna alle portrettekeningen in het begin maakte ik met 3 potloden en houtskool. Het is zeker aan te raden als je pas begint omdat meer mogelijkheden ook meer verwarring geeft. Op de over pagina staat een tekening die zo is gemaakt ( waar ik met groen shirt aan op sta)

    In het kort hoe je huid tekent met potlood

    • Ik begin dan met een zacht potlood, 2B of 3B
    • Met een potlood maak je cirkelvormige bewegingen,
    • En belangrijk: druk vooral niet te hard, want dan zie je steeds de aanzet van ieder cirkeltje
    • Dan de laag doezelen
    • En als het donkerder moet ga ik er met een 4B potlood overheen

    Die cirkeltjes zijn niet letterlijk cirkels maar meer cirkelvormige bewegingen. Het doel is dat het wit van het papier zichtbaar blijft. Wit is als het ware de natuurlijke reflectie die huid van zichzelf altijd heeft.

    Door het tekenen in lagen, vooral niet hard drukken, kun je levensechte huidtinten maken met potlood
    Wat je bij deze goed ziet, de schaduwen onder de kin bestaat uit 3 lagen.

    Hoe teken je een achtergrond?

    Dat kan heel makkelijk:

    je neemt grafietpoeder, kun je kopen of maken als je een potlood neemt en dat slijpt op een stuk schuurpapier.

    (Ik gebruik stompjes waar je niet meer mee kan tekenen omdat ze te kort zijn) je vangt dat grafietpoeder op, neemt een zak watten en vervolgens doop je de watten in de grafietpoeder. En je kunt aan de slag.

    Wil je liever een echt donkere achtergrond? Teken dan eerst een laag met houtskool, dan met een 4B potlood erover en doezel als laatste met een tissue.

    Wat gebeurd er met het gezicht als je de achtergrond donkerder maakt?

    Dat is een handige manier om nog meer de nadruk te leggen op of enkel het gezicht of een deel van het gezicht zoals de ogen. Ik heb 2 voorbeelden, eentje met en één zonder donkere achtergrond.

    Als laatste nog aanvullende tips:

    Goed papier is goud waard

    Nog vaak zie en lees ik dat mensen op een a4 velletje lawaaibomen papier proberen, ja om te oefenen dan.

    Maar papier is alles bepalend als je gaat doezelen of gaat tekenen in lagen. Koop knap papier als Strathmore 400, Canson tekenpapier of 360 grams acrylpapier. (van Schut of van Beek art)

    Gebruik niet gelijk veel soorten potloden

    Ik pak meestal 3 hardheden, als B 3B , 4B en houtskool, het is dan een beetje waar een tekening om vraagt. Heb je grote contrasten dan neem ik eerder zachte potloden en bij minder contrast de hardere als vanaf H tot de B

    nimble_asset_welke-potloden-heb-je-nodig

    Teken 1 op 1

    De meeste portretten komen vanaf een foto. Het is makkelijker als je die foto 1 op 1 tekent. Dan hoef je alleen te letten op de verhoudingen. Anders ben je met 2 dingen tegelijk bezig, en verhoudingen en het vergroten van het gezicht.

    Goed of slecht is erg relatief

    Ik merkte in mijn 10 jaar ervaring als professioneel tekenaar dat je, zeker in het begin, vaak erg kritisch bent op jezelf, iets wat ik zie bij veel deelnemers aan Net Echt.

    Dat is goed en slecht. Want vaak in het begin struikel je dan over teveel tegelijk willen. Dat is logisch, want je wilt een geweldig portret, liefst niet morgen maar vandaag.

    Ik leerde er 2 dingen van: zonder gejaag op resultaat gaat het sneller en hoe goed ik ook ben of word, er zijn altijd mensen beter als ik.

    Experimenteer

    Portretten kun je tekenen met potlood. Natuurlijk, maar er zijn nog talloze andere materialen. Sommige ook logisch, andere denk je niet zo gauw aan.

    Als je al las, watten, maar ook kwasten en verschillende soorten doekjes.

    En grafietpoeder bijvoorbeeld kun je ook los kopen, zelfs wateroplosbare.

  • Ogen die zwijgen

    Ogen die zwijgen wil je niet.


    Ogen vertellen alles.

    Als je weet waar je op moet letten natuurlijk. Maar dat weet je al lang als je ooit verliefd, getrouwd of wat voor relatie je dan ook had (of nog hebt natuurlijk). En dat is met tekenen ook het punt.

    Het eerste waar mensen naar kijken: de ogen in een portret. En dat valt nog niet mee. Hoe krijg je als eerste al die details in vaak een pietepeuterig oppervlakje en als tweede ‘hoe laat je ogen spreken dan?’

    Het tekenen van licht is ook materiaal keus

    Ogen maak (of breek) je met….licht

    In de video’s leg ik je eerst de grondslag uit. Ik teken volgens een vast concept:

    eerst houtskool, dan met 3B potlood het houtskool als het ware mengen en vervolgens die delen die echt donker worden verder met een 4B potlood.

    Dit legt vooral het fundement voor het contrast. Contrast maakt licht en daarmee geef ik ogen een fotorealistische uitstraling die ze ‘net echt’ maken.

    Tekenen is een proces

    De films zijn voice over. Achteraf vertellen wat je doet is handiger omdat je dan niks vergeet.

    Het is sowieso merkwaardig jezelf te horen of te zien.

    Het laat je goed zien hoe je tekent. Dan ontdek je dat het niet altijd even logisch is wat je doet en dat er twijfelmomenten inzitten.

    dat niet altijd dezelfde voortgang kent

    Momenten waarin je even denkt waar zal ik de volgende streep zetten. En erger: ‘Verpest ik het dan niet?’

    Vooruitgang met tekenen kun je niet per dag bekijken maar enkel over langere perioden, afhankelijk van hoeveel je doet per dag, week, maand.

    en dan komt er een moment dat iets als deze op papier krijgt. Ik hoop dat de video´s daar aan bijdragen.
    In de video’s zie je verschillende tekentechnieken.

    Maar zonder de juiste materialen lukt het niet.

    Ogen tekenen

    In de video’s vind je en introductie voor die tekentechnieken waarmee je portretten met potlood op foto’s laat lijken.

    Al deze tekentechnieken gebruik je ook wanneer je een heel portret tekent.

    Ik begin altijd met de ogen omdat wanneer ogen niet lijken je ook niet verder hoeft.
    Zonde als je ogen pas in een later stadium uit werkt en er dan achter komt dat ze niet lijken.

    In Net echt laat je zien dat je ook, zelfs achteraf nog veel kan corrigeren, zonder dat je er ook maar iets van ziet.

    Grafiet is een flexibel materiaal wat zich leent voor aanpassingen mits je weet waar je op let.

    In Net Echt laat ik je daarom verschillende fouten zien en ook hoe deze weer corrigeert, zelfs in zo’ n klein oppervlak als de ogen.

    Contrast = houtskool

    Als je ziet in het begin van de video: ogen beginnen heel makkelijk, met houtskool. Ik gebruikt hier Pierre Noire van Conte a Paris.

    Zo in het begin stelt het nog niet veel voor maar er zijn toch een paar dingetjes waar je rekening mee houdt:

    1 Houtskool vlekt. En daar waar het vlekt wordt het nooit meer wit. Daarom is het handig als je al van te voren met een b potlood laat zien wat echt wit moet blijven. Houtskool gummen wordt hoe dan ook grijs.

    2 Druk niet gelijk te hard op je houtskool potlood. Later meng je het met een 3 b waardoor de donkere toonwaarde toch wel krijgt. En, een niet te dikke laag kun je nog aanpassen met een elektrisch gum, wat je ook in de video ziet.

    Video deel 1 en 2

  • Hoe verbeter ik mijn tekenvaardigheden

    Hoe kan ik steeds beter worden?

    Soms zijn het de kleine dingen die het grote verschil maken. Denk aan die keer dat iemand een nieuwe bril droeg, en jij het compleet miste. Of andersom! Als tekenaar of tekenares is oog voor detail een must. Maar detail is niet het enige waarmee je jouw tekenvaardigheden gaat verbeteren. Daarom heb ik 5 punten waarmee jouw tekeningen nog realistischer worden. Zodat je blijft streven naar plek nummer 1.

    Punt 1 details tekenen:

    Ja, je moet er wel wat voor doen. En dat begint al gelijk. Ik vraag je om een boom te tekenen. Gewoon uit je hoofd. Een fantasieboom. Doe er ongeveer een kwartier over. Pak dan een foto van een echte boom. En vergelijk wat je aan details ziet en wat jij hebt getekend.

    Nu is deze boom best dichtbij, je zit er zowat in maar je ziet, een overvloed aan details
    Nu een hele stam, iets verderaf maar ook nu nog kun je veel details tekenen

    Met experimenten als deze kweek je scherpte voor details. Je gaat meer zien. Terwijl je al die tijd wellicht dacht: ‘Ik kijk en ik zie toch wat ik zie?’ Kijk, ik kan het je vertellen maar wat echt telt is de ervaring. Daarom is het beter om het ook echt te doen.

    Net als deze oosterse wijsheid van vele eeuwen geleden:

    • vertel het mij en ik zal het vergeten
    • laat het me zien en ik zal het misschien onthouden
    • maar laat het mij ervaren en ik zal het me eigen maken.

    Alles is ervaring. Kennis is goed. Maar het blijft kennis. Je kunt veel weten en toch niks doen. Dat is precies hoe het werkt.

    Nou, details in een gezicht zijn erg lastig. Iets waarbij je dat altijd terugziet zijn de ogen. Ogen tekenen is al een vak apart. En toch, als je dat onderdeel benadert op de manier zoals ik beschreef met die boom, ga je enorme verschillen ontdekken tussen wat je eerst tekende en het vervolg.

    Punt 2: Remakes:

    Het klinkt zo mooi in het Engels, als je van taal houdt tenminste. Het is een vorm van oefenen, herhaling, wat eigenlijk een saai onderdeel is. Vind ik sowieso van oefenen, als je tekent om te oefenen, wat denk je, maak je dan je beste werk?

    Wat ik doe is: ik neem een oudere tekening, soms een paar maanden terug, soms 4 tot 5 jaar geleden. Net hoe lang jij al bezig bent natuurlijk. De periode doet er niet veel toe. Die oude tekening maak ik dan nog een keer opnieuw. Voor zoveel mogelijk dezelfde compositie, ik wijzig wel eens wat hier en daar maar de basis blijft.

    Oude tekening 2014
    Zelfs nog niet helemaal af zie je al de verschillen

    Het is prachtig om te zien, hoeveel je daarvan leert. Kijk maar naar de verschillen op de vorige afbeeldingen. Zelfs nog niet helemaal klaar is het al ween groot verschil. Zo wordt je dan op een positieve manier met je neus op de feiten gedrukt. Omdat je zoveel beter bent geworden. Dat kun je ook heel handig doen met je schetsboeken.

    Punt 3: Bestudeer de basisprincipes:

    Neem de tijd om de fundamentele principes van tekenen te leren, zoals perspectief, proporties, licht en schaduw, en compositie. Deze principes vormen de basis van elke goede tekening.

    Ik zou willen zeggen blijft niet aanrommelen. Je vergooit je tijd met YouTube kijken, eindeloos filmpjes zien maar bedenk dan altijd: ‘Hoeveel heb ik nu zelf echt getekend?’

    Ja, dat vraagt een investering. Meestal wel in geld, eigenlijk kun je zeggen met geld koop je tijd. Tijd is wel jouw duurste goed. Je kunt het maar 1x uitgeven. Schaf een (online) cursus aan of neem een workshop over deze onderwerpen waarmee je jouw basis verruimt. Zodat je met die kennis naar de volgende fase gaat en het in de praktijk brengt.

    Punt 4: Experimenteer met verschillende materialen:

    Probeer diverse tekenmaterialen uit, zoals potloden, houtskool, inkt, en digitale tools. Elk materiaal heeft zijn eigen unieke eigenschappen en kan je helpen om nieuwe technieken te ontdekken en je creativiteit te stimuleren.

    En maak fouten. Goed, nog een oosterse wijsheid dan als ik toch bezig ben: ‘Wat is het verschil tussen een meester en een leerling?’ Het antwoord: ‘Een meester heeft al vele fouten gemaakt.’

    Experimenten met materialen betekent dat je even opzij moet zetten hoe je nu precies een portret tekent. Ik laat je bijvoorbeeld zien hoe je met watten prachtige achtergronden maakt en meer specialistisch: je kunt er ook geweldige fotorealistische effecten mee maken. 

    Als je op de volgende afbeeldingen kunt zien maakte ik met watten, kwasten en een 9H potlood deze imitatie van bont. Met alleen potlood gaat je dit niet zomaar lukken.

    Bij de pijl waar de deelvergroting vandaan komt
    Deelvergroting van de imitatie van bontkraag

    Punt 5: Vraag om feedback en leer van anderen:

    Als het om je eigen tekening gaat, lijk je soms wel blind. Je kijkt over dingen heen, ben je uren bezig om juist die blik in een portret te vangen terwijl je dat probleem met 1 minuut kan oplossen. Door te vragen: ‘En, wat vind jij ervan?’

    Sluit je aan bij online communities of lokale tekenclubs. Ik merk ook dat mensen zich vaak schamen voor hun eigen tekeningen maar dan rem je jezelf alleen maar af. En iedereen is ‘beschamend’ begonnen. Ik kan nu makkelijk zeggen dat mijn eerste tekeningen er niet uit zagen maar toen dacht ik er de wereld van.

    Bekijk ook het werk van kunstenaars die je bewondert en probeer hun technieken te analyseren. En wat ik je zeker zou aanraden is een keer een museum binnen te lopen.

    Conclusie

    Er zijn nog wel meer punten waarmee je beter wordt maar dit is een selectie die ik zelf nog steeds gebruik. Een ander ding, maar dat moet je dan maar net leuk vinden, is fotografie.

    Wanneer je met fotografie bezig bent is dat ook een hulpmiddel waarmee je oog krijgt voor detail, voor compositie en perspectief. Bovendien is het leuk en gezond om te doen. Meestal wandel ik dan hele stukken, soms in de zomer maar ook in de winter. 

    We hadden dus oog voor details als punt 1 en dan remakes, het opnieuw maken van oude tekeningen. Wat nog een voordeel heeft behalve dat je beter wordt, je ziet dan ook gelijk het verschil tussen nu en toen. Wat goed is voor het zelfvertrouwen. 

    Nou, dan materialen, er is zoveel waar je mee kan experimenteren. Zoals watten, maar ook wateroplosbare grafietpoeder. Ken je dat? Ik heb er wel een video over. Die zie je hieronder.

    Blijft nog over de laaste: feedback vragen. Ik was nooit waar ik nu ben, ik vraag me af of deze zin wel klopt, maar goed duidelijk, dat ik dit niet bereikt had zonder leren van anderen.

    Ik wens je alle succes, gebruik wat van deze 5 punten en tot de volgende, ik spreek je via de mail.

  • Hoe kan ik sneller een portret tekenen

    zonder dat de kwaliteit instort

    Het kiezen van de juiste materialen maakt een groot verschil in de efficiëntie en het resultaat van je portrettekeningen. In dit blog laat ik 5 materialen zien die je een voordeel opleveren.

    Is snelheid dan belangrijk?

    ´Nee,´ denk je misschien. Maar dat blijkt toch van niet. Want één van de meest gestelde vragen is: ‘Hoe lang duurt het voor ik een portret kan tekenen? ‘ Nou hangt dat af van veel factoren maar deze punten helpen je zeker wel.

    En helemaal onderaan heb ik nog 2 punten die je, zeker in het begin, veel tijd gaan besparen maar vrijwel niemand van de beginners echt doet. Waarbij de laatste nog minder dan de eerste. Bij de eerste haken overigens veel mensen af omdat ze het als iets onoverkomelijks zien.

    Dan hier de materialen

    1. Potloden:

    • Mechanische potloden: Deze potloden zijn voorzien van een mechanisme waarmee je de stift steeds kunt bijvullen. Ze zijn handig omdat je niet steeds hoeft te slijpen, waardoor je meer tijd hebt om te tekenen. Dat geldt dan vooral voor de dunne stiften van 0,7 mm. Heb je een dikkere stift dan kun je heel eenvoudig de punt even over een stuk schuurpapier halen en je hebt hem weer scherp.

    2. Gummen:

    • Elektrische gum: Deze gum is veel sneller dan welke´hand´gum dan ook. En nauwkeuriger. Ook, omdat je minder druk uitoefent op het papier, beschadig je de tanden van het papier niet.

    Je hebt ze in verschillende maten, van heel dun, tot dikker als je op het voorbeeld kunt zien.

    Een voorbeeld, in plaats van te prutsen op een heel dun lijntje teken ik het lijntje gewoon en maak ik het achteraf dunner met de elektrische gum. Wat heel handig is als je wimpers tekent.

    3. Doezelen:

    • Doezelaars: Met je potlood heb je ook minstens 3 toonwaarden in 1 greep. Je druk heel hard, minder hard of helemaal niet. Dat geeft 3 toonwaarden. Als je nu aan je materiaal een doezelaar toevoegt heb je er zomaar minstens 6 toonwaarden bij. Omdat je de toonwaarden van het potlood doezelt, dat is 3 extra en omdat aan de doezelaar van elke soort potlood altijd wat grafiet blijft zitten, dat is nogeens 3 extra. Want met de rest grafiet aan de punt van de doezelaar maak je zeker nog 3 gradaties, natuurlijk wel lichter, omdat je hem als het ware als extra potlood gebruikt.
    Duidelijk te zien wat er gebeurd als je tekent op papier met veel structuur. Als bijvoorbeeld aquarelpapier

    4 De structuur van het papier:

    Hoe meer structuur hoe lastiger het is om het grafiet goed te verspreiden. Wat je eigenlijk doet als je toonwaarden tekent. Zeker als je fotorealistisch wilt tekenen kun je beter glad papier nemen:

    • Fijne details en gladde overgangen: Glad papier heeft een oppervlak zonder veel textuur. Dit maakt het mogelijk om zeer fijne details te tekenen en extreem gladde overgangen tussen verschillende tinten te creëren. Bij fotorealisme is precisie van het grootste belang, en glad papier helpt om de kleinste details nauwkeurig weer te geven.
    • Het blenden van grafiet, het mengen van verschillende tinten grafiet, gaat heel soepel op glad papier. Hierdoor kun je subtiele schaduwen en highlights maken die nodig zijn om een driedimensionaal en realistisch effect te bereiken.
    • Meerdere lagen: Fotorealisme vraagt om het opbouwen van lagen grafiet. Glad papier kan meerdere lagen grafiet aan zonder dat het papier “verzadigd” raakt. Dit is cruciaal voor het bereiken van diepe, rijke tinten en een realistisch diepte-effect.
    • Minder textuur: Ruwer papier heeft een korrelige textuur die zichtbaar kan zijn in je tekening. Bij fotorealisme wil je vaak een zo glad mogelijk oppervlak om een foto-achtige uitstraling te creëren. Glad papier helpt zodat je die textuur niet ziet.

    5. Overige materialen:

    • Grafietpoeder: Ideaal voor het snel opbouwen van donkere tinten. Ik gebruik het dan als onderlaag voor de delen die ik echt zwart wil hebben. Dat bespaart je veel tijd. Tijd die anders in het tekenen van extra lagen ging zitten voor hetzelfde effect wat je nu met een onderlaag bereikt.
    • Maskeervloeistof: Met maskeervloeistof kun je bepaalde delen van je tekening beschermen tegen grafiet, waardoor je bijvoorbeeld highlights kunt maken. Sluit goed af, hoef je nooit bang te zijn dat je per ongeluk grafiet op dat witte deel vlekt.

    Aanvullende tips:

    • Organiseer je werkplek: Zorg ervoor dat al je materialen binnen handbereik liggen. Nog beter is dat alles altijd klaar ligt. Als dat kan natuurlijk.
    • Maak een schets: Maak eerst een snelle schets om de compositie en de belangrijkste vormen vast te leggen.
    • Werk in lagen: Bouw je tekening op in verschillende lagen, beginnend met de lichtste tinten en eindigend met de donkerste. Dat is tenminste wat je vaak leest en hoort. Ik draai het liever om, donker beginnen. Omdat je dan gelijk het idee van contrast en diepte hebt en bovendien dan minder het risico loopt dat je eindigt met te weinig contrast.

    Door de juiste materialen te kiezen en efficiënte technieken te gebruiken, kun je tijd besparen bij het maken van portrettekeningen en je concentreren op het creatieve proces.

    Nog een paar puntjes voor beginnende portrettekenaars en tekenaressen :

    • Vergelijk jezelf niet met anderen: Iedereen leert in zijn eigen tempo. Het is belangrijk om je eigen vooruitgang bij te houden en niet te kijken naar wat anderen kunnen.
    • Stel realistische doelen: Begin met kleine, haalbare doelen, zoals het tekenen van een enkel oog of een eenvoudige schets van een gezicht.
    • Begin bij het begin: Dit zou ik wel nummer 1 willen noemen. Verreweg, nee, bijna iedereen slaat dit over. Iedereen die begint wil ook gelijk een portret helemaal af maken. Dat geeft al direct een conflict met het vorige punt. Zorg dat je eerst een gelijkende schets kunt maken. Het zal je verbazen, maar door eerst de basis te leren bespaar je juist veel tijd.
    • Zoek naar feedback: Vraag om feedback van andere tekenaars en tekenaressen. Of neem deel aan online communities.
  • Hoe verwijder je de glans van grafiet

    Waarom glanst grafietpotlood zo en hoe kom je er van af

    Heb je wel eens een tekening gemaakt die door de glanzende vlekken van je grafietpotlood er minder professioneel uitziet dan je had gehoopt?

    Ik had vooral last van die glans toen ik experimenteerde met dikkere lagen om bijvoorbeeld haren te tekenen en dan te bewerken met gum. Kijk, die glans is op zich niet erg, als je de tekening natuurlijk onder een hoek bekijkt. Maar ja, zodra je blik even verschuift, hups die glans weer. Dat verstoort dan toch die indruk van realisme.

    Ik experimenteerde met:

    • Paraffine
    • Fixeer
    • Pitt Mat potloden
    • en papier

    zodat die glans dan wel minder werd of helemaal verdween. Dat is wat je gaat zien en lezen in deze blogpost.

    Waarom glanst grafiet?

    • Hard drukken als je tekent. Grafiet is van origine een smeermiddel. Dat hard drukken kun je dan ook vergelijken met het inwrijven van iets, bijvoorbeeld meubels.
    • Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op die glans: zoals de hardheid van het potlood, de druk die je uitoefent en het zelfs het soort papier.

    Oplossingen tegen de grafietglans

    Het aanbrengen van paraffine: een stap-voor-stap uitleg

    Paraffine, ook wel kaarsvet, heeft de eigenschap om de glans van grafiet te matten. Ik je vertellen hoe je dat aanbrengt:

    • Kies de juiste paraffine: Je kunt speciale paraffine voor kunstenaars gebruiken, maar ook een witte kaars of een blok paraffine uit de hobbywinkel is geschikt. Als het maar schoon en vrij van kleurstoffen is.
    • Verwarm de paraffine: Smelt de paraffine in een oude pan op laag vuur. Maak het niet te heet, want dan kan het papier beschadigen. Als het smelt kun je het gelijk gebruiken.
    • Bereid je tekening voor: Leg je tekening op een vlakke, hittebestendige ondergrond. Zorg ervoor dat de tekening droog is voordat je de paraffine aanbrengt. Ik tape hem vast op een plaat multiplex. Voorkom je ook dat het papier onbedoeld gaat bobbelen
    • Breng de paraffine aan: Doop een zacht kwastje in de gesmolten paraffine en smeer het lichtjes over de tekening. Werk in kleine secties en probeer wel zo gelijkmatig mogelijk aan te brengen.
    • Laat drogen: Laten afkoelen en uitharden. Trek daar 2 tot 3 uur voor uit. Hangt ook af van de vochtigheid in huis.

    Tips

    • Test eerst op een klein stukje papier: dan ervaar je hoe het papier reageert en kun je experimenteren met de hoeveelheid.
    • Bouw de laag paraffine op: Als je meer dekking wilt, kun je een tweede laag aanbrengen nadat de eerste laag volledig droog is. Dat heeft geen extra functie behalve dan dat je dat mooier lijkt.
    • Gebruik een fixeermiddel: Na het aanbrengen van de paraffine kun je een fixeermiddel gebruiken om de tekening extra te beschermen tegen vlekken en slijtage. Voordelen van het gebruik van paraffine:
    • Matte afwerking: Paraffine matteert de glans en geeft je tekening een zachtere uitstraling.
    • Bescherming: Het vormt een beschermende laag over je tekening, waardoor deze minder snel beschadigd raakt.
    • Verscheidenheid aan effecten: Door de hoeveelheid paraffine en de manier van aanbrengen kun je verschillende effecten creëren, van een subtiele matte afwerking tot een meer wasachtige look.

    Nadelen van het gebruik van paraffine:

    Het kost tijd in de overtreffende trap: Haast is met dit soort processen niet aan de orde. En dan moet het ook nog eens drogen.

    Mogelijk vergelen: Heel soms vergeelt de paraffine iets, vooral door felle en langdurige zon. Maar in huis heb je daar meestal geen last van.

    Nog een oplossing is: fixeermiddel

    Een fixeermiddel is een spray of vloeistof die je op je tekening aanbrengt om de losse pigmentdeeltjes (zoals grafiet en houtskool) aan het papier te hechten. Helpt tegen vlekken en slijtage.

    Fixeermiddelen die de glans verminderen:

    • Matte fixeermiddelen: Deze fixeermiddelen hebben als primaire doel om de glans van je tekening te verminderen. Ze bevatten vaak een matterende component die de glans van het grafiet dempt. Opent in een nieuw venster henxs.com Matte fixeermiddel spray can
    • Fixeermiddelen met een matte finish: Sommige fixeermiddelen bieden de mogelijkheid om te kiezen tussen een glanzende, matte of satijnen afwerking. Door te kiezen voor de matte optie, verminder je de glans van je tekening. Opent in een nieuw venster www.artemiranda.com Fixeermiddel spray can with different finish options

    Hoe werken matte fixeermiddelen?

    Matte fixeermiddelen bevatten vaak kleine deeltjes die een matte laag over je tekening vormen. Deze deeltjes verspreiden het licht dat op je tekening valt, waardoor de glans afneemt.

    Waarop moet je letten bij het kiezen van een fixeermiddel?

    • Compatibiliteit met je materiaal: Kies fixeer wat bij je materiaal past (grafiet, houtskool, pastel, etc.).
    • Permanentie: Sommige fixeermiddelen zijn tijdelijk terwijl andere permanent zijn.
    • Vergeling: Kan het wel of niet vergelen? Hangt natuurlijk ook af van de plek waar je tekening komt. In de volle zon is vragen om vergeling.
    • Geur: Kies voor een fixeer met een zo min mogelijk irritante geur.

    Populaire merken fixeermiddelen:

    • Winsor & Newton: Biedt een breed scala aan fixeermiddelen, waaronder matte opties.
    • Liquitex: Bekend om hun hoogwaardige kunstmaterialen, waaronder fixeermiddelen.
    • Schmincke: Duits merk met heel veel kunst materialen
    • Verreweg het meeste materiaal koop ik bij van Beek Art of op Amazon.

    Tip: Test eerst een klein stukje van je tekening of op een andere tekening die je wellicht niet afmaakte. Dan zie je hoe het fixeermiddel reageert op je materiaal en of je tevreden bent met het resultaat.

    Let op: Hoewel fixeermiddelen de glans kunnen verminderen, kunnen ze ook de toon van je tekening iets veranderen. Let daarom op de instructies en koop een goede kwaliteit. En nee, gebruik geen haarspray, dat is vragen om vlekken en verkleuringen. Tenzij je zo’n effect wilt natuurlijk.

    De invloed van tekenpapier op de glans van grafiet

    Het type tekenpapier dat je gebruikt, heeft inderdaad een aanzienlijke invloed op de mate waarin je grafiet gaat glanzen. De structuur en samenstelling van het papier bepalen hoe goed het grafiet wordt opgenomen en hoe makkelijk het is om te blenden.

    Hier zijn een paar soorten tekenpapier en hun invloed op de glans:

    • Glad papier (Bristol board): Dit papier heeft een zeer glad oppervlak, waardoor het grafiet minder goed in het papier dringt. Hierdoor blijft er meer grafiet op het oppervlak liggen, wat kan leiden tot een grotere glans. Het is echter ideaal voor het creëren van zeer gedetailleerde tekeningen.
    • Zachtgetint papier: Dit papier heeft een licht textuur en is een goede middenweg tussen glad en ruw papier. Het biedt een goede balans tussen detail en een matte afwerking.
    • Ruw papier: Papier met een ruwe structuur absorbeert het grafiet beter, waardoor de kans op glans afneemt. Het is perfect voor het creëren van expressieve tekeningen met veel contrast.
    • Karton: Karton heeft een zeer dichte structuur en is ideaal voor het maken van grote, donkere vlakken. Het grafiet blijft goed zitten en de kans op glans is minimaal.

    Waarom ontstaat er glans op verschillende papiersoorten?

    • Oppervlaktestructuur: Een glad oppervlak zorgt ervoor dat het grafiet minder goed in het papier dringt en dus meer op het oppervlak blijft liggen.
    • Porositeit: Een poreus papier absorbeert het grafiet beter, waardoor er minder kans is op glans.
    • Bindmiddel: Het bindmiddel dat in het papier zit, kan ook invloed hebben op de mate waarin het grafiet wordt opgenomen.

    Tips voor het verminderen van glans op papier:

    • Gebruik een fixeermiddel: Zoals eerder besproken, kan een matte fixeermiddel helpen om de glans van je tekening te verminderen.
    • Werk in dunne lagen: Door het grafiet in meerdere dunne lagen op te bouwen, in plaats van in één keer hard te drukken, verminder je de kans op glans.
    • Gebruik een blending tool: Met een blending tool kun je het grafiet beter in het papier wrijven, waardoor de glans afneemt.
    • Experimenteer met verschillende potloodhardheden: Een zachter potlood (bijvoorbeeld 6B) geeft meer pigment af en kan dus eerder tot glans leiden dan een hard potlood (bijvoorbeeld 2H).

    Conclusie: De keuze voor het juiste tekenpapier is van groot belang voor het bereiken van de gewenste afwerking van je tekening. Door de juiste combinatie van papier, potloodhardheid en techniek kun je de glans van grafiet minimaliseren en een prachtige tekening creëren.

    Andere manieren om de glans te verminderen

    • De manier waarop je tekent.
    • Pitt mat potloden.

    De manier waarop je tekent spreekt bijna voor zich. Glans ontstaat vooral door hard drukken. Doe dat niet en je hebt geen glans meer. Maar dan is de vraag: ‘Hoe krijg ik dan echt zwart?’ Met grafietpotloden is dat lastig. Je kunt tekenen in lagen die je alle niet hard drukt of je mengt met houtskool. Het toverwoord bij allebei is dan niet hard drukken

    De potloden

    Je hebt verschillende potloden die meer zwart geven dan wat normaal kan bij een grafiet potlood. Onyx en van Derwent en deze van Faber Castell: de graphic pitt mat potloden.

    Het voordeel van deze laatste is dat ze ook een matte afwerking hebben, hoe hard je ook drukt op het potlood.

    Het nadeel is dat ze minder fijn doezelen, de laag voelt ook wat vettig noem ik maar aan. Ik gebruik voornamelijk de 14B als ik echt donkere haren wilt tekenen. Voordat ik dat potlood dan gebruik zet is eerst een laag houtskool erop. Als ondergrond. Dan krijg je echt zwart.

    Conclusie

    Samenvatting: Of glans echt hinderlijk is vind ik een persoonlijke ervaring. Zelf vind ik die glans wel vervelend maar wanneer ik een portrettekening inlijst achter glas zie je daar niet veel meer van. Immers glas reflecteert ook.

    En de Faber Castell Pitt Mat gebruik ik alleen omdat ik er echt zwart mee kan maken. En helemaal glansvrij zijn deze ook niet. Vandaar als het echt om de glans gaat is de meest tijdrovende oplossing ook gelijk de beste: paraffine. En op plek 2 de spuitbus.

    Veel van dit is afhankelijk van persoonlijke voorkeur. Wat ik nog wel een voordeel vind aan paraffine is dat je de tekening er mee kunt soften, verzachten in het Nederlands. Dat voegt nog iets toe aan de sfeer van een portrettekening. Ook helpt dat verzachten de fotorealistische indruk te versterken.

    Ik hoop dat deze blog je aanzet tot zelf onderzoeken wat jij wel of niet mooi vind. Het is en blijft tenslotte kunst. En mooi is afhankelijk van wat jij of de toeschouwer er over denkt.

  • De ideale referentiefoto

    Zo vind je de perfecte basis voor jouw portrettekening

    ‘De ketting is…’ ken je wellicht dit gezegde?

    Dat telt zeker bij een portrettekening. Kijk, als je foto, het voorbeeld, de basis, een te lage resolutie heeft, onder de 1000 x 1000 pixels, dan kun je een geweldig portret vergeten. Want wat je niet ziet kun je ook niet tekenen.

    Om te voorkomen dat je in die valkuil trapt van ‘leuke foto’s,’ nou ja noem het maar kiekjes, met de vraag: ‘Kan ik hier en portrettekening van maken?’ ga ik je vertellen waar de beste referentiefoto voor een portret minstens aan moet voldoen.

    Natuurlijk is het verleidelijk, een leuke foto maar een portret heeft als belangrijkste voorwaarde dat het moet lijken. En dat de verhoudingen kloppen. Dan heb je niks aan alleen een grappige foto maar geen resolutie, onvoldoende de scherp en vaak staat ook nogeens de hele persoon erop. Dat betekent een piepklein gezicht als voorbeeld.

    Waarom een goede referentiefoto belangrijk is:

    • De basis van jouw kunstwerk: Dan komen we weer bij de ketting, nooit sterker dan de zwakste schakel en dat is wat je wilt voorkomen. Nogmaals, als je niet kunt zien wat je tekent ga je het, vaak onbewust, zelf afmaken. Je bedenkt het erbij. Vraag maar eens aan iemand die niet kan tekenen om een oog te tekenen. Uit zijn of haar hoofd. Dan krijg je het voor ingeprente beeld van twee halve maantjes op elkaar en een rondje in het midden.
    • Inspiratie en richting: Een goede foto heeft iets met licht. Omdat licht en daarmee contrast de emotie en de sfeer van de tekening bepaald. En resolutie telt, minimaal 5000 x 3000 pixels, want anders kun je niet inzoomen.
    • Vermijden van fouten: Een slechte foto betekent voornamelijk dat je echte gelijkenis niet voor elkaar krijgt. Je komt wellicht tot de omtrek maar het allerbelangrijkste in een portret, de ogen, die blijven weer een interpretatie van jou, waardoor gelijkenis niet echt van de grond komt

    Waar vind je goede referentiefoto’s?

    • Eigen foto’s: Als je iemand gaat tekenen die je kent is dit het beste. Je kunt naar eigen inzicht dingen als belichting, achtergrond en houding bepalen. Je hebt ook in de hand welke resolutie je kiest zodat je later als je tekent makkelijk kunt inzoomen op details. Daarmee is de tekening helemaal van jouw hand.
    • Wat zijn de beste websites voor stockfoto’s portret? Ik gebruik Vecteezy en Adobe stockfoto. Je kunt met een abonnement op deze sites een geweldige kwaliteit foto’s verkrijgen als je ziet in de voorbeelden. Meestal kun je kiezen uit prijs per maand of een prijs per stuk. Nog een voordeel, je hebt ook het recht dan om de foto’s te gebruiken zoals ik nu op de website.
    • Social media: Op platforms als Instagram en Pinterest inspiratie vind je bijna oneindig veel voorbeelden op elk gebied. Je kunt daarmee een goede indruk krijgen van wat je precies aanspreekt. Ik heb op Pinterest verschillende borden waaronder inspiratie en portretten.

    Hieronder de tekening en als tweede een deel van de referentiefoto in originele reolutie van 5343 x 8011 pixels. Zeker als je op groot fotmaat tekent, deze portrettekening werd 80 cm x 100 cm, krijg je alleen geweldig reultaat met een geweldige foto.

    Hoe herken je een goede referentiefoto?

    • De resolutie van een referentiefoto: Waarom een scherpe foto met een hoge resolutie belangrijk is? Eigenlijk is dat antwoord heel eenvoudig: wat je niet ziet kun je niet tekenen. En daarmee krijg je een portret niet echt gelijkend. Resolutie zou minimaal 4000 x 5000 pixel moeten zijn
    • Belichting: Als je een foto kiest selecteer je onbewust op je eerste indruk. En dat is niet alleen het gezicht maar ook de belichting. Als: komt het licht van de zijkant, is het fel of zacht? Ik heb hieronder een paar voorbeelden zodat je precies ziet wat ik bedoel.
    • Compositie: Je denk misschien een gezicht is een gezicht, hoe dan compositie? Maar denk dan aan 2 dingen, het camera standpunt en de houding van de persoon.
    • Expressie: Ook hier spreekt een voorbeeld boekdelen. ( onder deze alinea) Waarbij ik en dat is persoonlijk, mensen liever niet lachend teken. Persoonlijk vind ik dat geen portret om naar te kijken.

    Tips voor het gebruik van referentiefoto’s:

    • Fotobewerking voor portretten. Ik pik er 2 uit: Je hebt het overbekende Photoshop of wellicht minder bekend Gimp. Die laatste gebruik ik, is voor wat betreft mogelijkheden echt vergelijkbaar met Photoshop en het kost niks. Ik gebruik het meest: inzoomen, omzetten van kleur naar zwart wit , contrast verhogen en combineren van afbeeldingen voor composities.

    Waar ik Gimp voor gebruik(afbeelding hiervoor), o.a. voor het vergroten van het contrast wat je weer helpt met het zoeken van de juiste verhoudingen.

    • Vergroten en verkleinen: Als de resolutie goed genoeg is kun je inzoomen op het gezicht indien nodig. Je kunt een deel uitsnede maken waardoor je bijvoorbeeld alleen de nadruk legt op wat jij wilt laten zien. Zie het voorbeeld hieronder.
    • Zwart-wit of kleur: Tekenen is zwart wit. Als je van de kleurenfoto een zwart-wit maakt en je zet deze naast elkaar dan ontdek je gelijk dat het contrast in de kleuren foto anders is dan op de zwart wit. Dat heb je alleen al met de kleur rood. Zelf voer ik het contrast een beetje op met Gimp voor ik aan een portret begin. Dan heeft als voordelen dat je minder toonwaarden gaat tekenen waardoor het portret eerder net echt lijkt. Daarvoor gebruik ik toonwaarde plannen.
    • Digitaliseren: Heb je bijvoorbeeld een pasfoto dan leg ik die op de scanner en scan hem in de hoogste resolutie. Zodat ik er een redelijke afbeelding van kan maken. Kijk, details komen er niet extra bij, want die zitten niet een een pasfoto. Maar als je de afbeelding tot scherm grootte kunt maken dan kun je zelfs vanaf een pasfoto een portret maken.
    • Referentiefoto’s combineren: Als laatste kun je natuurlijk digitaal ook foto’s combineren. Wat je de mogelijkheid geeft om naast een portret bijvoorbeeld ook de achtergrond te kiezen.

    Conclusie:

    • Samenvatting van de belangrijkste punten: de belangrijkste criteria voor een goede referentiefoto: resolutie minsten 4000 x 5000 pixels, voldoende contrast, dus let op de belichting. Er moet minstens echt zwart te zien zijn in de foto.
    • Experimenteren: Als je niet zelf foto’s maakt kun je met combineren van verschillende foto’s toch je eigen stijl ontwikkelen. Door te kiezen voor steeds eenzelfde soort elementen of achtergronden in de tekeningen. Daarmee maak je jouw tekeningen herkenbaar.
    • Kies je referentie zorgvuldig: Het eindresultaat hangt er van af. Denk nog even aan het gezegde van de ketting. Vaak wordt het toch onderschat met de gedachte dat het wel zal lukken. Maar je stopt dan enkel al gauw uren werk in iets wat niet gaat. Je kunt geen gelijkend portret maken als je het voorbeeld niet goed ziet.

  • Waarom zien mijn portrettekeningen er niet realistisch uit

    Waarom je portretten plat lijken en hoe je dat oplost

    Dat portretten er niet realistisch uitzien komt vaak omdat ze zo plat als een dubbeltje lijken. Door onvoldoende verschil tussen de donkere en lichte toonwaarden.

    Veel beginnende kunstenaars worstelen met het creëren van diepte en realisme in hun werk. Contrast is de sleutel tot levendige en realistische portretten. In deze blogpost ontdek je waarom contrast zo belangrijk is en hoe je het kunt toepassen in jouw eigen portrettekeningen.

    Natuurlijk zegt beeld meer dan woorden als je hierna kunt zien. De eerste portrettekening komt uit 2013 en, achteraf, zie je gelijk waarom deze niet realistisch overkomt. Als je de tweede tekening ernaast zet.

    Waarom is contrast belangrijk voor een portret tekening?

    Contrast is het verschil tussen de lichtste en donkerste delen van een afbeelding. Het is de mate waarin de kleuren of toonwaarden van elkaar afwijken.

    Contrast is belangrijk omdat je hoe dan ook altijd met deze punten te maken hebt als je gaat portret tekenen:

    • Diepte en vorm: Contrast helpt ons om de driedimensionale vorm van objecten te zien. Door de schaduwen en lichte delen te benadrukken, creëer je een illusie van diepte.
    • Aandacht trekken: Contrast trekt de aandacht naar bepaalde elementen in een afbeelding. Een helder wit object op een zwarte achtergrond springt er bijvoorbeeld meteen uit.
    • Sfeer en emotie: Hoog contrast kan een gevoel van drama of spanning oproepen, terwijl laag contrast een meer serene sfeer creëert.

    Wat kon er beter aan de eerste van de 2 tekeningen die je bovenaan zag?

    Eigelijk zou je met 1 ding aan heel verschil maken en dat is: het toevoegen van echt zwart. Ik heb de originele tekening niet meer. Maar met een fotobewerker kan ik je wel op de volgende afbeelding nog laten zien wat contrast doet met een portret.

    Met contrast maak je de illusie van diepte op een plat vlak.

    Nog een voorbeeld: wat je hier op de eerste foto (uitvergroot) ziet is gewoon een ‘platte’ tekening. Door die schaduw lijn onder de ketting krijg je een echte 3d illusie.

    Daarbij maakte ik de hoek van de opname heel groot. En zo lijkt het of de ketting boven het oppervlak ligt wat de 3d illusie nog meer versterkt. Op de tweede afbeelding het hele portret waar ik toen nog mee bezig was.

    Dat de ketting er zo uitspringt komt ook de lichte vlakken in de ketting. Gemaakt met een tombow gum en elektrische gum. Dat licht wordt weer versterkt door de donkere toonwaarden er om heen. Wanneer je om een licht vlak donkere toonwaarden tekent springt het eruit.

    Hoe zorg je dan voor voldoende contrasten

    • Door interpretatie, niet alles tekenen wat je ziet,
    • door planning wat helpt van tevoren te bepalen hoe je het perspectief wilt
    • en als derde materiaal.

    Als eerste interpretatie

    Dat is niet heel lastig als je maar niet probeert letterlijk alles te tekenen wat je ziet op het voorbeeld. Op een foto staan veel toonwaarden. Op een foto geeft dat een natuurlijke indruk. Maar een tekening interpreteren we anders.

    Even kort: in ons hoofd zit een voorgebakken idee over hoe een foto eruit zou moeten zien. Niet het onderwerp maar de opbouw. In toonwaarden en kleur. Die voorkeur, dat idee hebben we bij tekeningen ook.

    Zo zijn er ook bepaalde voorwaarden waardoor we een tekening als net echt beoordelen of ervaren. Alle toonwaarden klakkeloos overnemen maken een tekening eerder chaotisch dan realistisch.

    Toonwaarde planning

    Ik begon met toonwaarde plannen om die chaotische indruk te voorkomen. Als eerste neem ik altijd de voorbeeldfoto en zet hem in een fotobewerker. Dan vergroot ik het contrast. Als je contrast vergroot, maak je het verschil tussen zwart en wit directer, dus met minder tussenstappen. Minder toonwaarden dus.

    Daarmee heb je 3 voordeelen:

    • Het tekent makkelijker want er zijn minder toonwaarden,
    • Door het grotere contrast verschil zie je beter de lijnen van de schaduwen, waardoor verhoudingen vinden ook makkelijker is
    • en als laatste je tekening ziet er realistischer uit.

    Als derde materiaal : Hoe maak je dan echt zwart?

    Als al geschreven, gebrek aan contrast maakt portrettekningen niet realistisch. En dat is eigenlijk een gebrek aan de toonwaarde zwart.

    Met grafiet wil echt zwart niet geweldig lukken. Mega Hard drukken op een zacht potlood en je eindigt met een dikke grafietlaag, die bovendien tegen de klippen op glimt, en dan nog niet eens echt zwart is. Ik gebruik daar 2 oplossingen voor:

    • houtskool
    • en Faber Castell Pitt Graphic Mat potloden

    Houtskool meng je op papier met een zacht potlood als je het nog makkelijk wilt doezelen, bijvoorbeeld als je haren gaat tekenen.

    De faber castell potloden daar gebruik ik alleen dan de 14B van en combineer ik ook met houtskool.

    Hoe je dat met haren doet met houtskool heb ik een korte video voor je waarin ik je laat zien hoe je donkere haren tekent met gum.

    Conclusie

    Je hebt de donkere toonwaarden nodig om het idee van diepte in je tekeningen te krijgen. Omdat donker, voor het oog dan, meer naar voren komt en licht meer naar achter. Dat is hetzelfde als je over een weidslandschap kijkt buiten. Dan zie je in de verte niet meer de exacte dingen maar meer vage contouren.

    Echt diep zwart kun je niet maken met grafiet potloden

    Ik maak met houtskool een onderlaag op die delen waar ik echt zwart wil. Vaak zijn dat haren maar ook met schaduwen gebruik ik het wel. Over die laag zet ik dan Pitt Graphic mat potlood.

    Dat kan ook opdezelfde manier maar dan teken je net als in de video de tweede laag met een zacht potlood.

    Het verschil tussen die houtskool onderlaag met zacht potlood en de houtskool laag met Pitt mat is de mate waarin je deze getekende lagen kunt doezelen. Zacht potlood en houtskool vlekt beter en daarom gaat doezelen ook makkelijker. Pitt mat potlood doezelt het best met een stevig materiaal als gum.

  • Van potloodstreep tot persoonlijkheid

    Wat is jouw stijl?

    Jij kent van Gogh. Dan weet je gelijk wat stijl is. Vergelijk het met Monet. Of met Herman Brood. Allemaal stijlen. In het kort: hoe jij een lijn op papier zet, welke kleuren je kiest en wat voor belichting, die keuzes bepalen je stijl.

    ‘Is dat belangrijk?’ Daar kun je eindeloos over discussiëren maar simpeler is dit voorbeeld: ik heb hieronder mijn naam op 2 manieren geschreven. In welke van de 2 zou je als ondertekening van een contract meer vertrouwen hebben?

    Stijl is als een vingerafdruk: uniek en onmiskenbaar. Het is de manier waarop we onze persoonlijkheid op papier zetten.

    Het ontwikkelen van een eigen stijl


    Een stijl heb je niet vandaag. Of morgen. En als je een stijl hebt blijft het ook nog niet eens voor altijd die stijl. Stijl is een proces dat zich steeds aanpast aan hoe jij iets ziet. En met de jaren dat je ouder wordt veranderd dat.

    Voor Vincent van Gogh was zijn kenmerkende, kleurrijke stijl niet van de ene op de andere dag ontstaan. Zijn vroege werk lijkt op een zoektocht naar zijn eigen expressie. Pas later ontwikkelde hij zijn unieke, post-impressionistische, stijl die we nu zo bewonderen. Deze ontwikkeling laat zien dat stijl een proces is, een reis die voortdurend in beweging is.

    Vroege van Gogh

    Je ziet stijl kan totaal veranderen

    Welke invloeden bepalen je stijl?

    In het volgende stukje heb ik een aantal punten die invloed hebben op stijl.

    Inspiratiebronnen:

    Stijl verandert als je aan het schilderen of tekenen bent. De invloeden died aar voor zorgen zijn dezelfde als die je overtuigingen maken: vrienden familie, gebeurtenissen, vooral de emotionele en ook trends. Zelf humeur. Teken maar een portret wat je eerder tekende maar nu als je chagrijnig bent.

    Experimenten:

    Stijl hangt ook samen met materiaal, je voorkeur voor bijvoorbeeld houtskool geeft andere portretten dan wanneer je enkel grafietpotloden pakt. Ik heb hier een video waarin ik experimenteer met wateroplosbare grafietpoeder.

    Overigens had niks met stijl te maken geef ik toe, ik was eigenlijk gewoon lui. Ik zocht een manier om makkelijk en met nadruk op makkelijk, om een pikzwarte achtergrond te kunnen maken. Voor mijn portretten. Kijk de video en oordeel zelf hoe makkelijk het was. Of niet.

    Feedback:

    Wat je met feedback doet, in welke vorm dan ook telt zeker mee. Over geen enkel ander onderwerp wordt zoveel gezegd als natuurlijk een portret. Een portret moet lijken al zit daar wel wat speling.

    Want het begint al met interpretatie. Niet alleen van de kunstenaar. maar een kijker kan zeggen : ‘Hmm, ja het is hem wel hoor maar die ogen, volgens mij heeft hij zijn ze te groot.’ Maar misschien heb jij als kunstenaar iets met ogen, vind je dat iedereen een vriendelijke uitstraling verdient. En dat bereik je bijvoorbeeld met grotere ogen. Vandaar: interpretatie. En heel vaak gaat dat nog onbewust ook.

    Stijl is een punt als je commercieel gaat

    Ja, stijl maakt voor een groot deel of mensen jouw werk gelijk herkennen. Of ben je er eentje van de tig miljoen? Als je gaat verkopen hangen stijl en marketing nauw samen omdat je stijl een onderdeel van de hele verkoop proces is.

    Als zelfexpressie

    Als ik mezelf maar als voorbeeld neem en kijk naar mijn vroege schilderijen, hieronder, zie je ook verschillende stijlen. Nee, was ik me niet van bewust toen. Had vooral te maken met de gebeurtenissen en levensvisie van toen. De eerste aquarel was nogal surrealistisch en bij de tweede had ik inspiratie van Carel Willink.

    Maar mensen die je schilderijen bekijken pikken stijlen wel op. Ik herinner me nog de reacties waaronder de vraag van iemand: ‘Was de schilder depressief of zo?’

    Ik had een voorliefde voor noem het maar de donkere kant en surrealisme. Wat zonder meer een gevolg was van mijn leven toen. Maar dat weet je vaak pas achteraf.

    Hoe ontwikkelt je stijl zich dan?

    Er zijn 2 manieren,

    • je zoekt, uit commercieel oogpunt bijvoorbeeld en
    • het is een proces waarvan je dan weer wel en dan weer niet bewust bent

    De eerste is lastig omdat je dan out of the blue zal ik maar zeggen ergens mee moet komen. En dat is vaak niet het beste resultaat. Dan kun je bijvoorbeeld beginnen met een sjabloon, een soort vastgestelde manier van werken, die je bij elk schilderij of tekening herhaalt.

    Dat kan al heel makkelijk bijvoorbeeld dat je alleen drieluiken maakt. Of dat je altijd met een zelfde kleur onderlaag begint als je gaat schilderen.

    Je kunt het ook in niet alledaagse combinaties zoeken, bijvoorbeeld een portret waarbij het gezicht is getekend met enkel houtskool op doek en de afwerking als bijvoorbeeld de achtergrond of effecten met acrylverf in kleur. Daar kan een stijl uit voort komen.

    Conclusie

    • Stijl is de handtekening van een tekenaar of tekenares, waardoor hun werk uniek en betekenisvol wordt.
    • Stijl komt vrijwel nooit van vandaag op morgen, het is een proces. Wel kun je als je stijl koppelt met marketing een concept bedenken. Waar dan een stijl uit voortkomt.

    Dat verdeelt het nut van een stijl al in 2 elementen, eentje is de commerciële kant en de andere de kunstzinnige kant, die jouw gevoel, jouw interpretatie weergeeft.

    Wat het betekent om te zoeken naar stijl kun je zien in de voorbeelden hierna. Daaruit blijkt ook weer dat stijl vinden vooral doen is en geen denk proces. Deze voorbeelden zijn van mijn jongste zoon. Het zijn 2 abstract surrealistische schilderijen maar komen allebei uit een andere periode.

    Wat kun je precies zelf doen als je een eigen stijl zoekt?

    Het beste begin is experimenteren met verschillende materialen, als het voorbeeld in de video met wateroplosbare grafietpoeder. Dan is de kans het grootst dat het zich als het ware aan je openbaart.

    Wil je het meer forceren dan kun je beter starten met het bedenken van een concept, een opvallende manier van werken, werkvolgorde of combi van 2 dingen die ervoor zorgen dat daaruit een stijl voorkomt.

    Dat kan ook als je portretten tekent en denk vooral niet ik ben pas een beginner want ook dan maken dit soort uitstapjes naar verschillende experimenten het tekenen alleen maar leuker.

  • De Loomis-methode

    Ik tekende eerst met de Loomis methode maar krijg nog steeds geen portret dat echt lijkt

    Herken je deze vraag?

    Een nadeel van Loomis is dat je de karakteristieke kenmerken die iemand juist die persoon maken er zo niet mee op papier krijgt. Een voordeel is dat het makkelijker lijkt. Maar als bij elke vaardigheid, is de grootste uitdaging vaak niet de techniek, maar onze eigen mindset. Dus hoe jij het ziet.

    In het geval van tekenen letterlijk. Tekenen is het overbrengen van licht en schaduw uit de 3D wereld naar een plat vlak. Dat vraagt om een andere manier van kijken dan je normaal gewend bent. Dit is de kern van het probleem: we zien de wereld niet zoals ze echt is. Alles is interpretatie. Waarbij we onze eigen overtuigingen planten en dan zeggen: zo is het.

    Waarom Loomis methode?

    Dat het met zien niet altijd zo is, daar heb je optische illusies voor. Staat het internet vol mee. 

    Als deze: alle lijnen en vierkantjes zijn recht maar het is onmogelijk om dat zo gelijk te zien

    Dat is waarom mensen allerlei methoden bedachten om toch een gelijkend gezicht te krijgen. Waarvan Loomis er eentje is.

    Wat doet de Loomis methode eigenlijk?

    Deze methode is ontwikkeld door de Amerikaanse illustrator Andrew Loomis en biedt een systematische aanpak voor het tekenen van een hoofd door het te vereenvoudigen tot basisvormen.

    Dit volgens het idee dat het menselijk hoofd kan worden opgedeeld in eenvoudige geometrische vormen, zoals ovalen en bollen. Door deze vormen te begrijpen en te kunnen tekenen, krijg je een solide basis voor het tekenen van realistische gezichten. De methode legt de nadruk op:

    • Verhoudingen: De ideale verhoudingen van het gezicht worden nauwkeurig beschreven.
    • Constructie: Het hoofd wordt opgebouwd vanuit deze basisvormen.
    • Licht en schaduw: Het belang van licht en schaduw voor het creëren van volume wordt benadrukt.


    Voor- en nadelen van de Loomis-methode

    Voordelen:

    • Diepte: De methode helpt je om het hoofd als een 3D-object te zien.
    • Structuur en basis: De Loomis-methode biedt een duidelijke structuur en een solide basis voor het begrijpen van de anatomie van het menselijk hoofd. Dit kan vooral handig zijn voor beginners die moeite hebben met het visualiseren van de driedimensionale vorm van het hoofd.
    • Snelle schetsen: Door de vereenvoudigde vormen kan de Loomis-methode gebruikt worden om snel en efficiënt verschillende poses en gezichtsuitdrukkingen te schetsen.

      Nadelen
    • Een omweg: mijn ervaring is dat het leren van de basisprincipes tijdverspilling is en dat je beter direct kunt beginnen met het tekenen van wat je ziet.
    • Plus je zit met individuele verschillen: elk gezicht is uniek. Hoewel de Loomis-methode een goede basis biedt, kunnen de verhoudingen en vormen van een individueel gezicht aanzienlijk afwijken van de gemiddelde verhoudingen die Loomis beschrijft.
    • Expressie en karakter: De Loomis-methode richt zich vooral op de anatomie. Bij het tekenen van een portret is het net zo belangrijk om de persoonlijkheid, de emoties en het karakter van de persoon vast te leggen. Dit gaat verder dan alleen de juiste plaatsing van de ogen en de neus.
    • Stijl en interpretatie: Kunst is subjectief. Loomis is een min of meer meetkundige benadering waardoor je alle gevoel in een portret uiteindelijk om zeep helpt. Dat betekent dat je wellicht een goede kopie van het gezicht krijgt maar dat je als kijker het idee hebt dat het hem of haar wellicht wel is maar er iets mist. Dat iets heeft dan te maken met expressie en stijl

    2 voorbeelden van interpretatie zie je hieronder die ik maakte, allebei in verschillende tekenstijlen. Links, de bovenste op mobile, koos ik voor meer hardere contrasten en rechts, de onderste op mobile, is veel zachter.

    Teken wat je ziet

    Wanneer je focus ligt op de methode verlies je het contact met waar het echt om gaat: namelijk het gezicht gelijkend tekenen naar jouw voorbeeld. En dat begint al met het feit dat het niet lijkt op ovalen en bollen.

    Tekenen van wat je ziet, zonder een specifieke methode te gebruiken heeft veel voordelen aan de resultaat kant. De nadelen van tekenen wat je ziet liggen vooral in het begin aan de ‘doen’ kant. Het lijkt moeilijker. Weet je nog aan het begin van dit artikel: mindset.

    Voordelen van tekenen wat je ziet

    • Individualiteit: Je leert om de specifieke kenmerken van een gezicht waar te nemen en vast te leggen.
    • Creativiteit: Je bent vrij om je eigen stijl te ontwikkelen.
    • Dieper begrip: Door direct te observeren, ontwikkel je een intuïtief begrip van vorm en licht.

    Nadelen

    • Moeilijker in het begin: Dat komt omdat je in het begin niet weet welke lijnen je het bast kan pakken om te tekenen. Dan wordt het een probleem om alle details en verhoudingen correct te tekenen.
    • Onbewuste fouten: Zonder een basiskennis van anatomie en perspectief, kun je onbewuste fouten maken. Dat is zo ongeveer achterstevoren beginnen. Maar ja, dat is logisch, je wilt gewoon een portret dat lijkt.


    Conclusie over de Loomis methode

    Zelfs al kun je succesvol een hoofd, een willekeurig hoofd tekenen met Loomis, dan lijkt dat nog steeds niet op jouw voorbeeld. Het andere alternatief lijkt lastiger: gelijk te gaan tekenen wat je ziet. 

    Helemaal juist dat tekenen wat je ziet het meer doorzettingsvermogen vraagt. Maar je hebt, als je focus daar ligt, eerder resultaat mee dan eerst Loomis of welke methode dan ook te leren. Omdat je nadat je Loomis hebt geleerd daarna alsnog moet zorgen dat je portretten lijken.

    Zo ben je uiteindelijk weer terug bij het punt waar je begon alleen nu heb je wat extra kennis over gezichten.

    Omdat je te maken hebt met kenmerken in een gezicht die een persoon juist die persoon maken. Subtiele verschillen en details die een gezicht karakteristiek maken.

    Denk aan de volgende punten die een gezicht karakteristiek maken:

    • Vorm van de ogen: Zijn ze rond, amandelvormig, of hebben ze een hoekige buitenkant? Hoe groot zijn ze in verhouding tot de rest van het gezicht?
    • Afstand tussen de ogen: Zijn ze dicht bij elkaar of ver uit elkaar? Dit kan veel zeggen over iemands persoonlijkheid.
    • Neusvorm: Is de neus breed, smal, recht of gebogen?
    • Mondvorm: Is de mond klein en fijn of groot en expressief?
    • Kinlijn: Is de kinlijn scherp, rond of vierkant?
    • Wangen: Zijn de wangen vol of hol?
    • Voorhoofd: Is het hoog of laag, breed of smal?
    • Spierstructuur: Hoe zijn de spieren in het gezicht zichtbaar, bijvoorbeeld bij een lach of een frons?
    • Expressie: Hoe veranderen de gezichtskenmerken bij verschillende emoties?

    Elk gezicht heeft zeker 1 of meer van de voorgaande kenmerken en daarmee heb je dan ook gelijk het grootste struikelblok van de Loomis methode te pakken.

    Wanneer dan wel de Loomis methode?

    De Loomis-methode is een hulpmiddel dat kan worden gebruikt om je tekenen te verbeteren, maar het is niet de enige juiste manier. Het belangrijkste is om te vinden wat voor jou werkt en om te blijven experimenteren. Deze manier kan een handig hulpmiddel zijn bijvoorbeeld bij:

    • Concept art, waar vaak snelle schetsen nodig zijn of bij
    • een aangepaste aanpak. De Loomis-methode is niet bedoeld als een rigide set regels. Veel kunstenaars passen de methode aan aan hun eigen stijl en voorkeuren.

    Overweeg deze vragen om te bepalen of de Loomis-methode iets voor jou is:

    • Wil je een solide basis voor de anatomie van het menselijk hoofd?
    • Vind je het prettig om met een gestructureerde aanpak te werken?
    • Ben je op zoek naar een snelle manier om verschillende poses te schetsen?
    • Ben je bereid om de methode aan te passen aan je eigen stijl?


    Als je op de meeste van deze vragen “ja” hebt geantwoord, kan de Loomis-methode een waardevolle aanvulling zijn voor je.

    Teken wat je ziet

    Wat altijd werkt is tekenen wat je ziet, als de oude meesters en zoals straattekenaars en tekenaressen doen. Zonder moeilijke omwegen. Het best doe je dat door één enkele lijn als referentie te gebruiken voor de vorm of lijnen die je wilt tekenen.

    Dat gaat volgens dit principe: teken een cirkel uit de losse pols. Een mooie cirkel. Nou, zo uit de losse hand gaat dat nog niet zo makkelijk of eigenlijk heel moeizaam.

    Maar, teken eerst een vierkant. Klaar? Zet er dan de cirkel in. Dan gebruik je de lijnen van het vierkant als referentie. Kun je je al voorstellen hoe je dat bij een gezicht net zo kan doen?

    • Ontdek welke lijnen perspectief maken op plat vlak.
    • Ontdek welke lijn steeds als referentie dient
    • Ontdek dat gelijkenis een heel proces is en pas stopt als je naast de lijnen ook de toonwaarden er in hebt gezet. Gelijkenis is iets waar je tot aan het eind van een tekening aan sleutelt.

    Om je een goede indruk te geven hoe tekenen wat je ziet gaat heb ik hieronder een video voor je , dat wat je in het programma Net Echt ook gaat doen. Deze versie is in sneltreinvaart. Wil je de video realtime zien dan kun je naar dit artikel: is overtrekken bedrog? Het is dan de tweede video helemaal onderaan.

    Als laatste nog:

    Of je nu besluit om de Loomis-methode te verkennen of direct te beginnen met het tekenen vanuit observatie, het belangrijkste is oefening en je eigen pad volgen.

    Durf te experimenteren en laat je niet ontmoedigen door fouten. Want groei komt niet van de dingen die goed gaan maar van dat wat je in eerste instantie niet goed doet. En dat is wat je dan ook ziet in de eerste video van ‘Is overtrekken bedrog?‘ Wat ik net boven deze video beschreef.